postuum frans rutten (1934-2019)

‘Het Orakel van Den Haag’: geniaal en invloedrijk topambtenaar die zichzelf verloor in waangeloof

Frans Rutten (1934-2019) was zonder meer een van de invloedrijkste ambtenaren en kabinetsadviseurs van na de oorlog. Naar zijn nieuwjaarsartikelen in het vakblad ESB (Economische Statistische Berichten) werd reikhalzend uitgekeken. Ze vormden de leidraad voor de achtereenvolgende kabinetten-Den Uyl, -Van Agt en -Lubbers. 

Rutten in 2002, ten tijde van het door hem verwachte wonder in het Spaanse dorpje Garabandal. Beeld ANP

Rutten, in die tijd secretaris-generaal van Economische Zaken, dankte er de bijnamen ‘het Orakel van Den Haag’ en ‘de hogepriester van de Nationale Economie’ aan.

George Verberg, de latere directeur van de Gasunie, werkte bijna twintig jaar lang nauw met Rutten samen. Eerst als assistent-hoogleraar en daarna op het ministerie van Economische Zaken als directeur algemeen economische politiek (AEP) en directeur energie. ‘Het was een eer om een zo heldere geest als collega te hebben’, zegt hij. ‘Rutten had een hele goede sensor voor wat voor de economie noodzakelijk was, én voor wat ook politiek haalbaar was.’

Gelovig katholiek 

Verberg verloor Rutten uit het oog nadat hij zelf naar Groningen was verhuisd. ‘Echte vrienden waren we niet. Ik wist dat hij een gelovig katholiek was, maar ik had niet voorzien dat hij daarin helemaal de weg zou kwijtraken.’

Na zijn pensioen en een behandeling in de Jellinek-kliniek vanwege een drankverslaving trok Rutten ten strijde tegen het verval in de katholieke kerk. Hij laakte de Nederlandse bisschoppen en spande zelfs een kort geding  aan tegen kardinaal Simonis. Hij beweerde dat de paus van Rome was omringd door vrijmetselaars en ongelovigen.

In 2002 voorspelde hij op grond van een ‘100 procent betrouwbare econometrische methode’ de wederkomst van Christus op 11 april half negen in Noord-Spanje. Met zijn vrouw reisde hij naar die plek. Er gebeurde niets, tot teleurstelling van de vele zieken die met bussen vol waren meegereisd in de hoop op een wonderbaarlijke genezing.

Intellectueel nest

Rutten kwam uit een intellectueel katholiek nest in Nijmegen. Zijn vader, hoogleraar psychologie Theo Rutten, was minister van Onderwijs in de eerste kabinetten na de oorlog. Rutten zelf studeerde economie aan de katholieke hogeschool in Tilburg,’ waar hij promoveerde op een dissertatie Prijsvorming in de Industrie’. Hij werd daarna hoogleraar aan de Economische Hogeschool in Rotterdam, voordat hij in 1973 werd benoemd tot de hoogste ambtenaar op het ministerie van Economische Zaken.

‘Dat was hetzelfde jaar dat het kabinet-Den Uyl aantrad met een piepjonge Ruud Lubbers als minister van Economische Zaken’, memoreert Verberg. ‘Lubbers had de politieke voelhoorns, maar Rutten deed veel van zijn inhoudelijke werk.’ Soms legde Rutten zelfs zijn wil op aan Lubbers. Zoals bij de invoering van de benzinebonnen na de eerste oliecrisis. De minister wilde het niet, maar topambtenaar Rutten kreeg toch zijn zin.

Vanwege de oliecrisis steunde Rutten aanvankelijk het macro-economische stimuleringsbeleid van het kabinet Den Uyl. Maar na twee jaar kwam hij daarop terug. Dat gebeurde nadat Rutten had geconstateerd dat bedrijven in problemen raakten door oplopende tekorten als gevolg van loonstijgingen en een hogere rente. Minister van Financiën Duisenberg probeerde daar wel iets aan te doen, maar diens bezuinigingsbeleid kalfde al snel af door het verzet ertegen.

Voorpaginanieuws

Ruttens waarschuwingen in zijn jaarlijkse gloedvolle betoog in het economenblad ESB waren voorpaginanieuws voor alle kranten. De topambtenaar riep overheid, werkgevers en werknemers telkens op tot beheersing van de overheidsuitgaven en de loonontwikkeling, wat in 1982 lukte met het Akkoord van Wassenaar. Sindsdien gold de man met de borstelige wenkbrauwen als de drijvende kracht achter het no-nonsensebeleid van de kabinetten-Lubbers.

Econoom Jan Pen schreef in Het Parool: ‘De ambtelijke macht (‘vierde macht’) kwam tot volle ontplooiing tussen 1973 en 1990, de tijd van Rutten. Er was daar een zekere strijd aan de gang, met Sociale Zaken, waar ze een wat linkser beleid wilden, en met Financiën, waar ze over de centen gingen. Men trok zich zo weinig mogelijk aan van de ministers die er toevallig zaten. De strijd werd meer en meer ideologisch, want Rutten wilde meer markt en minder overheid.’

Ruttens oproep tot nieuwe zakelijkheid waren de basis voor een reeks van privatiseringen van overheidsinstellingen: de overheid moest terug naar haar corebusiness. Hij gold ook als de leermeester van een nieuwe generatie economen en politici die de bijnaam kregen van de ‘Rutten-boys’. Daaronder behoorden, naast George Verberg, ook de latere minister Gerrit Zalm (VVD) en staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA), alsook Ruttens latere opvolgers bij Economische Zaken, Jan-Willem Oosterwijk en Chris Buijink.

In 1990 werd Frans Rutten door minister Koos Andriessen weggepromoveerd tot directeur van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). En wel omdat Andriessen Ruttens grote invloed niet kon verdragen. 

Rutten werd opgevolgd door Ad Geelhoed, en die op zijn beurt vier jaar later weer door econoom Sweder van Wijnbergen. Van Wijnbergen: ‘Rutten hield in de periode-Geelhoed veel invloed door buiten hem om elke week met zijn favoriete afdeling AEP te praten. Geelhoed had daar een enorme hekel aan maar durfde er niets aan te doen. Ik heb daar meteen in mijn eerste week als secretaris-generaal een einde aan gemaakt.’ 

Nooit meer dezelfde status

Het traditionele nieuwjaarsartikel in ESB zou nooit meer dezelfde status krijgen als onder Frans Rutten. Bij de WRR bleef Rutten maar drie jaar, waarna hij hoogleraar werd aan de Erasmus Universiteit. Hier ging hij in 1999 met emeritaat.

De overgang van geniaal naar gek vond plaats in de Jellinek-kliniek, waar hij in 1999 werd opgenomen vanwege een drankverslaving. Rutten transformeerde van een ‘lauwe gelovige’ in een godsdienstwaanzinnige die overal geloofsverval zag.

Tijdens een toespraak van het Contact Rooms-Katholieken – een tegenhanger van de verlichte 8 mei-beweging – wilde hij zo fel tekeergaan tegen de druiloren van Nederlandse bisschoppen die alles maar door de vingers zagen, dat zijn optreden werd afgelast. Hij spande vergeefs een zaak aan tegen kardinaal Simonis; de rechter noemde Rutten een ‘querulant’.

Profetische stemmen

Maar Rutten liet zich niet in de hoek zetten. Want bij zijn doel om het geloof te redden waren alle middelen toegestaan, vond hij. Hij richtte het Instituut voor Katholieke Informatie op dat het blad Profetische Stemmen ging uitgeven. Op grond van de verschijningen van de Maagd Maria in 1961 in het plaatsje Garabandal – waarover enkele Spaanse zieneressen hadden bericht – voorspelde hij de ondergang van de wereld en de wederkomst van Christus op deze plek.

De gebeurtenissen werden door de katholieke auteur Robert Lemm verwerkt in de sleutelroman Maranatha, waarin plaatsen met een Maria-verschijning met elkaar strijden om Oscars. Toen de wederkomst uitbleef, zei Rutten: ‘Gods wegen zijn ondoorgrondelijk’. Hij bleef geloven in het wonder.

Uiteindelijk bewerkstelligde Ruttens vrouw dat hij na 2002 stopte met zijn bijdragen aan Profetische Stemmen. Daarna verdween hij uit de publiciteit. Frans Rutten overleed uiteindelijk 2 mei op 84-jarige leeftijd in zijn woonplaats Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.