Het oogt als ruw materiaal, niet als een voltooid werk

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: gekte en hemels gezang in een donker hol en te kleine kringen.

Sub Pop 200, 2014.

Amsterdam, 25 november

Waarschuwing: voorzichtig lezen. Felix Burger uit Duitsland, wat doe je me aan? Liever had ik dit stukje grotendeels leeg gelaten. Alleen jouw naam noemen en dan de plek waar je verpletterende installatie Shell Shock Syndrome te zien is: Rijksakademie Amsterdam, atelier R3, in een hoek op de derde verdieping. Daarna wegwezen, hartversterkinkje halen. Vooruit, misschien nog schrijven dat ik jouw werk ten zeerste aanbeveel - nee, dat klinkt voor geen meter. Dat jouw scheppingsdrang mij in opperste staat van verrukking heeft doen geraken. Jakkes.

Het punt is: jij bent goed. Zo goed dat ik bijna niet kan geloven dat je nog maar aan het begin staat van wat zomaar een lange en succesrijke kunstenaarscarrière zou kunnen worden. Jij hebt alles wat daarvoor nodig is, Felix. Een tomeloze werklust: vink. Gevoel voor de juiste verhoudingen tussen ambachtelijke houtjetouwtje-esthetiek en geavanceerde technieken: vink. Een opmerkelijke fantasie met een licht megalomane inslag: vinkvink. En laat ik dat wonderlijk anachronistische uiterlijk van je niet vergeten - je laat het zelf niet voor niets in bijna elk werk met haast sardonisch genoegen figureren. Vink vink vink.

En dan ik. De kunstcritica. Dwaalde met pen en schrijfblok door het labyrint van de Rijksakademie. Trappetje op, trappetje af. Noteerde de namen van jonge talenten die zich de royale ruimten van hun studio's hadden toegeëigend alsof ze er thuis waren (pluim voor de Rijksakademie, die haar kunstenaars zo veel vleugelslag geeft dat ze ook daadwerkelijk kunnen opstijgen) en stond toen plotseling in atelier R3.

Ratelprojecties. Grondrommel. Wormgat. Ik grabbelde naar woorden, maar ze vielen op de vloer en verdwenen tussen de bossen elektriciteitssnoeren en stukgevallen gipsen hoofden.

Zie hier mijn probleem, beste Felix. Hoe moet ik beschrijven wat ik in dat donkere hol van jou aantrof? Dood, leven, gekte en hemels gezang - elke beschrijving tart de beleving die de bezoeker daar ten deel valt. Bovendien weet ik uit jarenlange ervaring dat jubelende recensies scepsis en teleurstelling tot gevolg kunnen hebben bij hen die nog niets zagen. Dat wil ik koste wat kost vermijden. Jij verdient een nieuwsgierig, onwetend publiek dat nietsvermoedend de donkere gordijnen wegslaat en jouw zonderlinge wereld in stapt.

Vandaar dat ik dit stukje fluister. Ik zet het voor de zekerheid ook even boven de tekst, als aanwijzing: voorzichtig lezen, lezer, en daarna als een haas naar de Rijksakademie.

Amsterdam, 26 november

De Ateliers - academie van Marlene Dumas, René Daniëls en Ina van Zyl. De Ateliers - die vorig jaar zou fuseren met de Rijksakademie, wat door de adviesraad werd getorpedeerd, waarna een nieuwe voorzitter, Joop van Caldenborgh, werd geïnstalleerd. Ook De Ateliers houden dit weekend open dag, en wel eentje met werk van het elfkoppige internationale gezelschap dat dit jaar aan deze postdoc-opleiding begon, de jonkies.

Let op, dit jaar betekent hier: september. Anders gezegd: drie maanden terug. Drie maanden is niet lang, zeker niet voor kunstenaars, die als katten zijn en tijd nodig hebben om aan een nieuwe omgeving te wennen, en dat zie je er aan af. Het was een momentopname, wat ik daar aan de Stadhouderskade aantrof, en zo moet u dit stukje ook vooral lezen: als een momentopname. Alles kan veranderen. Niets staat vast.

Gelukkig, want warm werd ik er nog niet van. Natuurlijk, hedendaagse kunst vraagt soms om welwillendheid, dat je je openstelt voor de belevingswereld van de kunstenaar. Maar de goeden niet te na gesproken - een aardige dubbelpresentatie met minimal-objecten van Adriano Amaral en Sarah Pichlkostner, de kleurig, tribale schilderingen met konijnenlijm en pigment van Alex Crocker, de schilderijen van Janine van Oene - wordt die welwillendheid op de proef gesteld. De makers leken me sympathiek, intelligent en knap, prachtige, jonge mensen; het werk kwam me soms flets en onooglijk voor.

Ga ik er één student uitlichten? Ja, nee, nou goed, voor the sake of the argument dan: in de centrale hal hangt een soort buizenstelsel met daaraan een gekreukt wit laken waarop een film wordt geprojecteerd. Het toont een bergachtig landschap. Een draaiende tong in close-up. Ik keek ernaar en begon te fantaseren over een gemiddeld ingevoerde kunstliefhebber die hier per ongeluk binnenkomt. Dat die geen kunstenaar aan zijn zijde heeft die hem influistert dat die bergen de marmergroeven van Carrara zijn, u weet wel, de plek waar Michelangelo het materiaal voor z'n David vandaan haalde; dat het geheel is gefilmd door een door de kunstenares bestuurde drone. Maar zelfs met die kennis: is dit prettig of interessant om naar te kijken? Ik vind van niet, sorry. Het oogt als ruw materiaal, niet als een voltooid werk. Als kijker word je niet verleid. Nog niet, tenminste.

Zou het te maken hebben met des kunstenaars autonomie, die de academie zo hoog in het vaandel heeft? 'Kunstenaars leren hier zichzelf te zijn', hoorde ik een mentor zeggen, goed bedoeld advies, ongetwijfeld, maar wel het soort dat een desastreus effect kan hebben op de twijfelende geest. Het artistieke vacuüm, wil ik maar zeggen, is een plek om te mijden. Wie zijn kringen te klein maakt, draait in cirkeltjes rond.

INFO

Rijksakademie OPEN, t/m 30/11, Sarphatistraat 470, Amsterdam

De Ateliers, open dagen, t/m 30/11, Stadhouderskade 86, Amsterdam

Felix Burger: Shell Shock Syndrome.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden