Het oog zoekt veiligheid

Column Remco Campert

Lang geleden schreef ik een gedicht pro winter, tegen de zomer.

'Niets is vernielender dan de warmte./ De kou houdt in stand is statisch/ de warmte beweegt met de vernieling mee/ en wekt een valse schijn/ van zon gezondheid zinvolle zonde/ (...) Ik hou niet van de warmte/ broedplaats van muggen en maden/ poel van limonade en andere slopende dranken./ Schenk me liever klare/ kou en koffie./ Destructie bevroren duidelijk zichtbaar./ Wie in de kou zit schept geen illusies/ maar schept sneeuw vrij ongenaakbaar/ in de menselijke/ soms bovenmenselijke winter.'

Tja, zo denk ik er niet meer over. Zondag ging ik naar een matinee in het Concertgebouw. De ijskoude wind sneed dwars door mijn winterjas heen. Pas bij de uitvoering van Gershwins Rhapsody in Blue kreeg ik het weer warm. Ik keek naar de bewegingen op het podium. Het personeel dat de stoeltjes in de juiste rangorde zette, de vleugel die verrees, het publiek dat de zaal vulde, die machtige oude dame die vlak voor me kwam te zitten, de pianist die tot twee toegiften werd gedwongen door het aanhoudende applaus. Ik gaf niet alleen mijn oren de kost maar ook mijn ogen, die ook wat wilden.

'Het oog is het soevereinste van onze organen', schrijft Joseph Brodsky in Kade der Ongeneeslijken (De Bezige Bij, 1992). 'Dat komt doordat alles waarvoor het aandacht heeft onvermijdelijk uitwendig is. Behalve in een spiegel ziet het oog zichzelf nooit. Het is het laatste orgaan dat sluit als het lichaam inslaapt. Het blijft open als het lichaam door verlamming bevangen of dood is. Ook als er geen aanwijsbare reden voor is, gaat het oog onder alle omstandigheden door met het registreren van de realiteit.

'De vraag is: waarom. En het antwoord luidt: omdat de omgeving vijandig is. Het gezichtsvermogen is het instrument waarmee je je aanpast aan een omgeving die vijandig is ongeacht hoe goed je je eraan hebt aangepast. De vijandigheid van de omgeving neemt toe naarmate je er langer in verblijft, en dan heb ik het niet alleen over de ouderdom. Kortom, het oog zoekt veiligheid.'

Dat doe ik op het ogenblik ook. Ik kijk naar en zoek steun bij de vertrouwde voorwerpen in mijn kamer. Dat mag ik niet doen, want ik heb geen tijd. De krant belt op: ik dreig mijn deadline te overschrijden. Voor de krant zit tijd heel anders in elkaar. In grote haast rennen mijn woorden achter elkaar aan. Ik wil de lijn van de dood niet passeren. Daarom is deze column wat korter dan anders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.