Column

Het onzichtbaar gemaakte litteken van Wolkers

Wolkers' leven valt niet te verklaren, maar het verhaal te schrijven, te schrappen en uit te vergroten, kan ik niet laten.

Schrijver Jan Wolkers signeert het boekenweekgeschenk tijdens de Boekenweek in 2005. Beeld anp
Schrijver Jan Wolkers signeert het boekenweekgeschenk tijdens de Boekenweek in 2005.Beeld anp

'Wie ben jij?'

Elke dag vraag ik me dat af. Het is de meest wezenlijke vraag die een biograaf zijn held kan stellen. En ook meteen de moeilijkste. Als ik er al in zou slagen om een blik in de spiegel van Wolkers' ziel te werpen, dan weet ik dat de spiegel gebarsten is. Zijn portret valt uiteen in duizend scherven die het licht naar alle kanten weerkaatsen.

'Een moeilijkheid van de biografie als genre is, dat ze de neiging heeft een eenheid te maken van een versplinterd leven', schrijft Nop Maas in het voorwoord van zijn biografie van Gerard Reve. Maas vindt dat een portret sowieso nooit recht kan doen aan het onderwerp en besloot daarom in drie delen en honderden pagina's dundruk géén visie op Reve te ontwikkelen, maar alle relevante feiten uit Reves leven netjes achter elkaar te zetten.

Bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ik weet dat ik Wolkers' leven niet kan verklaren of van één ondeelbare betekenis kan voorzien. Maar ik probeer het toch. Ik kan het niet laten om een verhaal te schrijven, te schrappen en uit te vergroten. De tijd te versnellen en vertragen. Ik wil Wolkers' portret kleur, textuur en structuur geven.

Midden in de oorlog kocht Jan, 18 jaar jong, op de markt voor tweedehands spulletjes op de Leidse Koornbrug een oude spiegel. Hij sleepte het ding mee naar zijn zolderkamertje, zette het naast het raam zodat het licht op zijn gezicht viel - en keek zichzelf aan. 'En dan tekende ik mezelf', schreef Wolkers in De walgvogel, 'inderdaad of ik staande in een poel van drek en ellende met demonische zienerblik voorbij de horizon in de verste verten een nog grotere chaos ontwaarde.'

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Hij houdt daarover een dagboek bij - waarvan we in delen de notities presenteren.

Eerdere 'notities' van Onno Blom leest u hier (+)

De zelfportretten, met grove penseelstreken geschilderd op tekenvellen, maar ook met potlood gekrabbeld op afgescheurde blaadjes uit een notitieblok, tonen een duister gelaat. Melancholiek en met een puberaal gevoel voor pathos. Wenkbrauwen gefronst, mondhoeken naar beneden. Bovendien heeft hij op alle portretten de linkerzijde van zijn gezicht onzichtbaar gemaakt door diepe, harde krassen of zwarte vegen.

Dat deed Jan omdat hij zich schaamde voor het grote stuk paarsbruine huid op zijn linkerslaap. Dat litteken was daar achtergebleven na een ongeluk dat hij als baby in de wieg had gehad. Moeder Wolkers had een kroepketel bij de wieg van haar benauwde zoontje gezet. Uit de tuit van de ketel was een gloeiende druppel lood op zijn slaap gevallen. Het litteken beschouwde Wolkers als een kaïnsteken, als bewijs van zijn slechtheid én het brandmerk van zijn bijzondere vermogens.

Toen vader Wolkers de sombere, bekraste zelfportretten van zijn zoon onder ogen kreeg, zei hij: 'Ik wist niet dat je moeder een apie ter wereld had gebracht.'

Dan was Jan tot in het diepst van zijn ziel gegriefd.

Als hij zelf naar zijn zelfportretten keek, kwamen de onderschriften in hem op die hij in Die Kunst der Völker bij Rembrandts zelfportretten had zien staan: 'Der Abgrund des Leidens' en 'Die Abgründigkeit des Menschen'.

Wat zag hij in de afgrond?

Ik weet het niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden