'Het onvolmaakte, dat kan ik niet accepteren'

Schrijfster Esther Gerritsen (30) verzet zich tegen de vanzelfsprekendheid der dingen. Net als haar personages is ze een onverbeterlijke controlfreak....

Ze ziet niets voor zich als ze schrijft. Noemt zichzelf een 'visueel barbaar'. Maar ook geur, smaak en geluid spelen geen rol van betekenis in het werk van (toneel)schrijfster Esther Gerritsen (30). 'Ik ben niet zo'n primair mens', zegt ze. 'Ik moet nu een voorstelling maken voor Bellevue over seks en eten. Hoe ga ik dat in godsnaam doen?!'

Ze is niet geïnteresseerd in het plastische, in het beschrijven van het fysieke. Zowel haar korte verhalen als haar roman Tussen EenPersoon spelen zich uitsluitend af in het hoofd. Slechts mondjesmaat komt de lezer iets te weten over het uiterlijk van de personages of de ruimte waarin ze zich bevinden.

Het proza van Gerritsen is analyserend, helder, bijna koel. De schrijfster zelf is hartelijk en gastvrij, maakt grapjes over het fallisch vormgegeven handvat van haar design-theepot, tempert de kachel en snijdt een vruchtentaart aan. 'Ik eet nooit taart', zegt ze, 'alleen als er bezoek is.' Voedsel is voor haar toch al niet zo vanzelfsprekend; net als in haar werk is in haar dagelijks leven zoiets plastisch als eten van ondergeschikt belang. Niet dat ze een eetprobleem heeft, maar ze beschouwt een lunch of ontbijt toch vooral als een lastige onderbreking van het denken en het schrijven. 'Ik vergeet altijd dat er iets lichamelijks bestaat. Ik heb wel een paar verslavingen, namelijk chips, friet en koffie. Maar dat gaat niet echt over eten. Meer over geborgenheid.'

Kan een schrijver wel zonder beelden, zonder het zintuiglijke?

'Ik wel. Ik kan alleen maar schrijven over wat mij interesseert. En een verhaal begint bij mij altijd met een idee, met iets dat je met je bewustzijn doet. Daar komt zelden iets zintuiglijks aan te pas. Het gaat me bijna nooit om een beeld. Ik heb ook helemaal geen zin om mijn personages te beschrijven of de kamer waarin ze zich bevinden. Het enige dat belangrijk is, zijn de gedachten die ze erbij hebben. Helemaal aan het eind van een hoofdstuk ga ik me afvragen: ”Oké, maar waar zijn ze dan? Hoe ziet het er daar uit?” Dat beschrijf ik pas achteraf, maar daar moet ik mezelf echt toe dwingen.'

Esther Gerritsen maakt al een paar jaar naam met het schrijven van toneelteksten voor gezelschappen als Toneel groep Am ster dam, Het Syndicaat en Keesen & Co. Haar debuut, de verhalenbundel Bevoorrecht bewustzijn, kwam uit in juli 2000 en kreeg lovende kritieken.

Ook Tussen Een Persoon, haar onlangs verschenen eerste roman, werd goed ontvangen. Het is het verhaal van een vrouw die zo bang is voor verandering, dat ze haar man vastbindt en opsluit om maar niet te hoeven verhuizen. Aan het hele boek ligt één overheer sende gedachte ten grondslag: stel je voor dat de hele wereld alleen maar uit jezelf bestaat. Dat iedereen eigenlijk één en dezelfde persoon is. Wat zijn dan de consequenties die je daaruit zou moeten trekken? Voor de jonge vrouw in TussenEenPersoon is het antwoord duidelijk: het lukt haar niet meer haar man als een ander te zien en dus kan en mag ze hem behandelen als een deel van zichzelf.

Dit soort abstracte ideeën gebruikt Gerritsen als uitgangspunt voor zowel haar toneelteksten als voor haar proza. In een directe, onopgesmukte stijl probeert ze denk processen te doorgronden, de mechanismen achter het menselijk handelen te begrijpen. En dan vooral achter haar eigen handelen, zo lijkt het; net als de hoofdpersonen in haar werk is de schrijfster bang voor verandering, heeft ze een obsessieve hang naar ordening, komt ze altijd te vroeg en houdt ze het liefst alles zelf in de hand. Net als haar personages is Gerritsen een onverbeterlijke controlfreak.

Neem het verhaal van de lucifers. Ze vertelt het lachend, maar licht gegeneerd. Ze had een tijdlang de allesoverheersende neiging om alle lucifers in huis op te willen maken, ze mocht pas weer een aansteker gebruiken als alle lucifers op waren. 'Het was een verslaving', zegt ze, 'ik verzamelde ze allemaal in één doos. ”Dan is dat maar weer mooi opgeruimd”, dacht ik. Ik had natuurlijk ook die hele doos in één keer kunnen wegflikkeren, maar dat telt dan niet.'

Het klinkt neurotisch. Ben je dat ook?

'Soms. Ik kan zo'n obsessie uiteindelijk wel weer loslaten, maar ik moet voortdurend opletten dat ik er niet opnieuw intrap. Dat ik op tijd bedenk: ”Oh ja, dat moest ik n¡et meer doen, daar word ik n¡et gelukkig van.”

'Die sterke behoefte om alles te ordenen, die heb ik van mijn familie. Wij hadden bij ons op zolder puzzels staan, waarvan één stukje miste. Mijn moeder legde daar briefjes bij, waarop ze de hele puzzel had uitgetekend, mét de plek en de vorm van het ontbrekende stukje. Als je ooit nog eens een puzzelstukje vond in huis, dan wist je precies in welke doos die hoorde. Ik snap helemaal waarom ze dat deed. Dat onvolmaakte, dat kan ik niet accepteren.'

Wordt je man daar niet gek van?

'Ik heb een keer een hele avond zitten praten met iemand die wellicht nog neurotischer was dan ik bij het opruimen van het huis. Daarna stelde ik mijn man voor om het voortaan bij ons ook geordender aan te pakken, om helem l niks meer te laten slingeren. Toen was hij het wel echt zat. Verder houdt hij gelukkig ook van een leeg huis.'

De Amsterdamse etage waar Gerritsen sinds drie jaar woont met haar man, is inderdaad een toonbeeld van orde. Keurig aan kant, niets aan de muur, nergens een rondslingerend tijdschrift of kleding stuk, bijna geen persoonlijke spulletjes. 'Mijn taken in het huishouden bestaan uit het uitwissen van sporen', vertelt ze. 'Ik creëer niks, ik kook niet en doe nauwelijks boodschappen, maar ik was af, ruim op en maak schoon.'

Evenals de hoofdpersoon in haar roman probeert ze door het opruimen van haar huis de dreigende chaos in haar hoofd te bezweren. Maar ook in haar leven zou ze het liefst alles stilzetten. 'Het lijkt wel alsof ik altijd bezig ben met alles zo te organiseren, dat het perfect is. Dat er niks meer hoeft te veranderen, omdat het zo goed is. Maar op het moment dat ik dat heb bereikt, word ik natuurlijk direct depressief, want daar is geen bal aan. Dan besef ik weer dat ik ook het toeval moet toelaten.'

Waarom ben je zo bang voor verandering?

'Tot mijn 25ste was ik alleen maar bezig met het leven leuker in te richten. Op een gegeven moment had ik alles ongeveer zoals ik het wilde: leuk werk, leuke man, leuk huis. Maar vanaf dat moment werd ik gegrepen door angst. Want als je alles voor elkaar hebt, kan het daarna alleen maar slechter worden. Zo was ik heel erg bang dat we zouden moeten verhuizen, net als de vrouw in Tussen EenPersoon.

'Daar kwam nog bij dat mijn broer kortgeleden heel erg ziek is geworden. Dat hakt er nogal in, wat betreft mijn vertrouwen in het leven. Alsof je voor het eerst met 'echte' dingen te maken krijgt. Dat komt op je veertigste, vijftigste, dacht ik altijd. Als je ouders ziek worden en doodgaan, dat soort ellende. Ik hoopte dat ik pas later met de relativiteit van alles zou worden geconfronteerd.

'Door de ziekte van mijn broer besefte ik dat ik eigenlijk helemaal niks in de hand heb. Ik was zó gewend te geloven in de maakbaarheid van het leven. Maar aan deze situatie kan ik helemaal niks veranderen. Dat is een schok. Ik probeer mijn gevoelens in bedwang te houden door praktische oplossingen te verzinnen voor mijn broer. Maar er valt niets op te lossen. En dan blijft er dus alleen maar angst en verdriet over.'

Is dat zo erg? Zonder angst en verdriet is er ook geen vreugde of plezier.

'Dat is zo. Ik word er ook alleen maar depressief van, van die neiging mezelf onder controle te willen houden. Ik snap ook niet waarom ik het dan toch doe. Misschien door het idee dat alles in het honderd loopt zodra ik me laat gaan. Als kind had ik dat helemaal niet. Ik verloor ook altijd dingen: zakmessen, horloges, hele gymtassen. Liet de sleutels buiten in de voordeur zitten. Ik was vroeger ook veel drukker en aanweziger in gezelschappen. Maar dat mag allemaal niet meer van mezelf. Niks meer verliezen, geen troep meer maken, niet meer het hoogste woord voeren.

'Op een bepaald moment ben ik extreem de andere kant opgegaan. Na mijn bruiloft was ik bijvoorbeeld in diepe crisis. Een hele dag niet nagedacht, leuk feest gegeven, stralend middelpunt geweest - daarvoor móest ik mezelf wel straffen. Ik wist de volgende dag zeker dat ik veel te veel aandacht had opgeëist, dat iedereen me vreselijk vond.

'Dat gebeurt altijd als ik me een avond kostelijk heb geamuseerd. Mezelf dan maar voortdurend in de hand houden en vooral niet te veel plezier maken, daar word ik ook niet gelukkig van. Het lukt me nog steeds niet goed om die twee uitersten in evenwicht te krijgen.'

Ze verzet zich tegen de vanzelfsprekendheid der dingen. Gerritsen denkt na over de manier waarop mensen zich tot hun bewustzijn verhouden, en neemt daarbij nooit iets aan als gegeven. Elke reactie van haar fictieve karakters, iedere handeling en gedraging wordt tot op het bot gefileerd.

Door de drijfveren zo minutieus te beschrijven, geeft ze de lezer de mogelijkheid zich zelfs met de meest verknipte personages te identificeren. 'Ik heb geprobeerd zo duidelijk mogelijk op te schrijven hoe je kunt geloven dat de wereld alleen uit jezelf bestaat. Die gedachte en de gevolgen ervan heb ik dus moeten rechtvaardigen, anders is het verhaal niet geloofwaardig. Ik moest de logica inzichtelijk maken van iemand die vreselijke dingen doet. Als iemands beweegredenen goed zijn uitgelegd, kun je je kennelijk ook met wrede mensen identificeren.'

Ze ondervond het laatst zelf aan den lijve, toen ze naar een documentaire over beulen keek. Bij de eerste beul dacht ze: 'Ja, maar dit is geen echte. Hij was nog heel jong toen hij mensen martelde en hij deed het onder dwang.' Maar de volgende vond ze ook geen echte beul, omdat die nog steeds geloofde dat het goed was wat hij toen deed. 'En toen begreep ik: die bestaan natuurlijk helemaal niet, die echte. Mensen die zoiets doen hebben vrijwel nooit het besef dat ze fout zijn. Ze weten hun daden voor zichzelf te rechtvaardigen. Logisch, want anders zouden ze er niet mee kunnen leven.'

Niet dat ze een voorliefde heeft voor het gewelddadige, zegt Gerritsen. Maar in extreme omstandigheden komen de menselijke mechanismen nu eenmaal het scherpst aan het licht.

Haar lievelingsliteratuur bestaat dan ook voor een groot deel uit oorlogsboeken. Ze loopt naar haar boekenkast en komt terug met De menselijke soort van Antelme, Is dit een mens? van Primo Levi en het werk van No belprijswinnaar Kertész. 'Wat ik hier zo mooi aan vind, is hun poging het te willen begrijpen. Ze hebben alledrie in een concentratiekamp gezeten en proberen te doorgronden hoe het zover heeft kunnen komen met de mens. Op een bijna wetenschappelijke manier, door in de kleinste details in te gaan op wat er met ze gebeurt. En om het allemaal nog vrolijker te maken...' Ze springt op en pakt nog een boek uit de kast. De mémoires van een Auschwitzcommandant. 'De schrijver legt uit hoe hij zijn daden voor zichzelf verantwoordt. Fascinerend. Ik lees zoiets ook gerust voor het slapen gaan.'

Geen fictie op jouw nachtkastje?

'Zelden. Ik ben niet zo geïnteresseerd in het verhaal, in het verklaren van iemands psyche aan de hand van jeugdherinneringen en dergelijke. Ik hou meer van verhandelingen over de werking van de hersenen. Zoals The Mnemonist, een ander favoriet boek van mij. Dat is een neurologisch werk ... la Oliver Sacks, over een man die alles onthoudt. In zijn hoofd gebeurt zo veel, daar kan de werkelijkheid helemaal niet tegenop.'

Geldt dat ook voor jouw hoofd?

'Ja, ik denk zo veel na over de werkelijkheid, dat ik er misschien te weinig aan deelneem.Voor het schrijven is dat handig, maar voor het leven minder. Want zo ga je voorbij aan allerlei aspecten, zoals een lichamelijk leven. Je loopt een hoop dingen mis. Dat je lekker uit eten kunt gaan bijvoorbeeld, of eens een keer iets anders kunt eten. Als ik een andere curry dan normaal bij mijn friet krijg, dan is eigenlijk al de hele boel verpest.

'Hetzelfde geldt voor muziek. Als ik 's ochtends een cd heb opgezet, blijf ik hem rustig de hele dag draaien. Het is net alsof ik steeds weer vergeet wat ik gehoord heb. Ik luister niet goed, heb er te weinig geduld voor. Nou is het wel economisch als je de hele dag met één cd kunt doen, maar daardoor mis je ook een heleboel andere mooie muziek.'

En zo gaat het huren van een videoband bij Gerritsen ook niet over het kijken naar een mooie film. Ze kan eindeloos slappe b-films zien over God, de duivel en engelen, maar is nooit geïnteresseerd in het verhaal. Ze raakt meer geboeid door de manier waar op een acteur een engel verbeeldt. Meestal geslachtsloos, een engel is per definitie goed en seks is dus fout, zo heeft ze kunnen vaststellen. 'Daar kan ik door gefascineerd raken, want hoe de mens een goddelijk of buitenaards wezen portretteert, zegt natuurlijk voor al veel over ons mensbeeld.' Haar lieveling'televisieprogramma is Buffy the Vampire Slayer, een licht-komische horrorserie vol aantrekkelijke vampiers en hippe demonen. Ze heeft er alle afleveringen van op band of in de bestelling.

Buffy the Vampire Slayer?!?

'Buitenaardse wezens, engelen, robots, vampiers, doodgaan en weer opstaan... Alles kan in die serie. Maar eigenlijk gaat het alleen maar over herkenbare menselijke gevoelens. Geweldig. Vooral als ze met parallelle werkelijkheden gaan werken. Of een cliché behandelen als een personage dat met z'n identiteit worstelt. In Buffy wordt zo'n per sonage dan gewoon letterlijk iemand anders. Ik vind dat een hele bevrijdende manier van vertellen.'

Ze werd geboren in Nijmegen en groeide op in Gendt. Haar vader werkt als profielslijper in de metaalindustrie, haar moeder is huisvrouw en haar broer netwerkbeheerder. De hele familie is trots op haar, maar waar haar eigen belangstelling voor schrijven en theater vandaan komt, is voor Gerritsen een raadsel. Aan haar vader vroeg ze eens of hij wel zeker wist dat ze niet was omgewisseld in het ziekenhuis. 'Hij antwoordde dat hij zich dat ook weleens afvroeg. Toen vond ik het meteen helemaal niet meer leuk. Dat mocht ¡k wel zeggen, maar h¡j niet!'

Gerritsen wilde ooit acteur worden. 'Om dat ik dacht dat je dan niet hoefde te kiezen, dat je dan gewoon alles kon spelen. Nogal naïef, natuurlijk. Dat bleek ook wel tijdens mijn eerste jaar aan de theateropleiding in Utrecht. Dat was vreselijk. Het ergste waren de lessen waarin je dingen moest gaan staan ervaren. Doen alsof je over een pier liep, alsof je de zee zag, de hele ruimte meenemen als je opkwam... Ik snapte er niks van. Veel te fysiek. Het enige wat ik leuk vond, was taalles. Toen de schrijfopleiding werd opgericht, ben ik meteen overgestapt. Ik schreef altijd al, maar had het nooit als een vak gezien. Hoewel ik op mijn vijftiende al aan mijn eerste boek begon. Een ellendig verhaal over een jongen, die zwemkampioen zou worden, maar in een rolstoel terechtkwam. Maar het was na dertig bladzijden al af, dus dat viel tegen.'

Vorige week ging een nieuw stuk van jou in première: Hoe ontmoet het kalf zijn maat? Waar gaat dat over?

'Een vrouw ontmoet tot twee keer toe de liefde van haar leven. En tot twee keer toe sterft die man binnen een week. Na de derde keer haar grote liefde te hebben ontmoet, sterft de vrouw zelf. Het stuk gaat over toeval, over de manier waarop je betekenis geeft aan dit soort gebeurtenissen. Ga je denken ”Waarom overkomt m¡j dit?” of zeg je gewoon: ”Dit is toeval?” Je kunt geloven in karma, in schuld en boete, en de verantwoordelijkheid bij jezelf zoeken. Maar je kunt het zoeken naar een verklaring ook achterwege laten en de gebeurtenis accepteren voor wat het is.'

En een nieuw boek?

'Ben ik over aan het nadenken. Ik wil graag schrijven over iets dat je op je zestiende hebt meegemaakt. Niet dat mij iets heel speciaals is overkomen toen ik zestien was, maar het is wel de leeftijd waarop je dingen als normaal accepteert, die dat achteraf bezien helemaal niet zijn.

'Verder zou ik toch ook wel over iets zintuiglijks willen schrijven. Laatst at ik weer eens een paling en was ik onder de indruk van die kop die je moet afbreken, dat glib berige vel en dat vette vlees. Een hele fysieke ervaring, die ik misschien toch eens onder woorden moet proberen te brengen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden