'Het ontbreekt onze handbalsters aan rusttijd'

Martin Köhler stelt ook bij landskampioen Hellas vast dat de beperkingen in de Nederlandse topsport in vergelijking met het buitenland groot zijn Martin Köhler is al 25 jaar handbalcoach op het hoogste niveau....

Van onze verslaggever John Volkers

'T VELD Vorige week was hij even terug bij de Noord-Hollandse club, waar hij negen jaar van zijn handballeven sleet. Martin Köhler verloor in een midweekse wedstrijd met Hellas van VZV, de oude liefde die hem vorig jaar ontrouw werd.

Hij had met zijn trotse kampioensploeg, overgenomen van Nico Stet, in de Kop van Noord-Holland willen imponeren, heel 't Veld de ogen willen uitsteken. Het werd een 27-25 nederlaag, tegen een traditionele degradatiekandidaat. 'En dat deed pijn', wilde Köhler na afloop erkennen.

Enkele dagen eerder was de coach nog in juichtonen uitgebarsten, toen zijn ploeg in de Europa Cup tegen het Kroatische Osijek een 22-20 overwinning had geboekt. 'We speelden die zaterdag een perfecte wedstrijd, in hoog tempo, maar een dag later bleek in de return dat we met dat moordende tempo ons zelf stuk hadden gespeeld. We verloren met 17-25 en waren uitgeschakeld. Het team was de dagen erna opgebrand.'

Köhler kent het probleem van de amateurhandbalster; semi-profs zijn er nauwelijks in Nederland. De speelster krijgt te weinig tijd om te herstellen. 'Het ontbreekt aan rusttijd. Rust is wat je eigenlijk koopt, als je je sport professioneel gaat doen. Die goedwillende amateur heeft nog een baan of een studie en die wil zij natuurlijk ook heel goed doen, want ze heeft een goede instelling. Dat nekt ze in hun sport. Wij trainen bij Hellas nog geen acht uur en meer is niet mogelijk. In Joegoslavië halen ze twintig uur. Dat zijn profs.'

Er is volgens de kenner Köhler maar één manier om met het Nederlandse handbal Oost-Europese dan wel Scandinavische ploegen in te halen. Dat is zoals het Oranjeplan in 1996 door bondscoach Bert Bouwer is geschreven: in afzondering van de competitie drie jaar lang vele trainingsuren maken en daarna in het buitenland, bij profclubs, internationale wedstrijdervaring opdoen.

'Dat is als zodanig ook gebeurd, maar nu krijg je bij de nationale ploeg te maken met het feit dat al die speelsters zo ver zijn uitgevlogen en moeilijk bijeen te brengen zijn. Ze zouden eigenlijk in deze fase van hun ontwikkeling, met de kwalificatie voor Athene in het verschiet, weer frequenter met elkaar moeten samenspelen. Maar de structuur staat dat niet meer toe. Zulke meiden spelen topwedstrijden in zware buitenlandse competities. Die bestaan in Nederland niet.

'Die topspeelsters komen niet terug naar Nederland. Dat is voor mij het enige negatieve dat aan het Oranjeplan van Bouwer kleeft. Je krijgt de boel niet echt weer bij elkaar om werkelijk aan je team te bouwen. Verder heeft het plan nog steeds een positieve uitstraling. Ik merk aan mijn jonge speelsters dat ze de gretigheid hebben om bij onze nationale ploeg te komen. Nu heten ze nog instromers. Dan mogen ze meetrainen met de groten. Maar ze willen een stapje hoger natuurlijk.'

Hellas gold tot voor kort als een filiaal van het Oranjeplan. En de stap van Köhler ('Bouwer en ik zijn makkers uit onze Niloc-tijd') naar Den Haag werd in dat verband als logisch ingeschat. Köhler ontkent. 'Dat is een geheel op zichzelf staand feit. Ik heb niet overlegd met Bert.'

De clubleiding van Hellas ontkent het bestaan van een navelstreng tussen het gezelschap van Bouwer - deze week weer te bewonderen in het tot Lucardi Cup benoemde Holland Toernooi - en de Haagse vereniging. 'Er ligt niets van vast, hebben ze mij gezegd toen ik in januari ging solliciteren.'

De toppers van de nationale ploeg die bij Hellas leken gedetacheerd, zijn inmiddels vertrokken. 'Ik wist van het begin dat er een heel stel zou weggaan. Maaike Turnhout naar Spanje, Mirjam van Boles naar Duitsland, Ingeborg Vlietstra en Pearl van de Wissel naar Denemarken.

'En uiteindelijk ging ook Silvia Hofman (de handbalster van het jaar) nog weg, naar Quintus in Kwintsheul. Dat deed wel zeer. Het kon niet anders. Op gegeven moment was er elke week wel iets. En zij gooide dat er midden in de kleedkamer uit. Dan zag je je keepster een halve meter kleiner worden. Silvia is een meisje voor een solo-sport. In het teambelang kon ze niet langer blijven.'

Na de leegloop werden Köhler en Hellas vervolgens geplaagd door een blessuregolf. Judith Demeijer en Claire Thompson waren al langer geveld. Inge Stet, Babette van Engelen, Mariska Schenkel en keepster Anita Reumann volgden. De Super Cup tegen concurrent SEW werd nog gewonnen. In de competitie is het tobben, in het rechterrijtje.

Wie twijfelt aan het vakmanschap van Köhler, fluistert hij nog graag even in dat hij in 1988 en '89 met SEW het landskampioenschap heeft gehaald. 'Maar dat is iedereen natuurlijk allang vergeten.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden