Het onontkoombare einde van de titelheld

Doodzieke kinderen zijn kennelijk aantrekkelijk om over te schrijven, want de jeugdroman als testament doet het de laatste maanden goed....

Pjotr van Lenteren

Dat is bijvoorbeeld goed te zien in het debuut van de 24-jarige studente creatief schrijven Sally Nicholls Als je dit leest, ben ik dood, dat twee weken geleden in Engeland met de Waterstone’s Children’s Book Award 2008 werd bekroond.

Dit in eigen land zeer lovend besproken boek gaat over de twee totaal verschillende kankerpatiëntjes Sam en Felix, die wel wat anders aan hun hoofd hebben dan ziek zijn. Ze hebben thuis les van een speciale lerares, die vooral gekke natuurkunde-experimentjes doet. Sam besluit op haar aanraden om een dagboek bij te houden van zijn laatste maanden.

Die zijn niet bijster spannend, al was het maar omdat de antwoorden die hij geeft op vragen naar de zin van het leven zo vreselijk voor de hand liggen. Alleen de enquête over zijn heengaan, die zijn ouders achteraf mogen invullen, veroorzaakt even kippenvel. Maar dat is dan ook het enige dat van dit veel te brave boek nog iets weet te maken.

Toch kan zo’n onontkoombaar einde juist een heilzaam effect hebben op een roman die dreigt te mislukken. Voor ik doodga van Jenny Downham begint met de zin: ‘Had ik maar een vriendje’ en dat belooft niet veel goeds. De foeilelijke omslag (kiekje van haar benen in goedkope paarse panty), de clichématige opzet (meisje heeft leukemie en wil een lijstje van tien dingen afwerken voor ze sterft) en de nogal houterige vertaling (‘Zoey kijkt me bevreemd aan’) nodigen ook al niet echt tot doorlezen uit.

Het enige dat dit boek tot ver over de helft aantrekkelijk houdt, is de expliciete verteltrant: de dames roken, blowen, neuken en schelden er op los. Pas als de kanker een definitief eind aan Tessa dreigt te gaan maken, lijkt het verhaal zelfs de schrijfster meer aan te grijpen dan ze had verwacht.

Tessa wordt op de valreep verliefd op haar buurjongen en daarmee verandert het boek radicaal van toon. Het puberale lijstje is vergeten en Tessa doet een magistrale laatste greep naar het leven. En hoewel Tessa en Adam de liefde niet aandurven, komt het er uiteindelijk toch van. De pijnlijke lijfelijkheid – ze kan bijna niet meer maar ze wil zo graag – is van een aangrijpendheid die zeldzaam is in de jeugdliteratuur. Die Downham kan schrijven.

Wie niet op grote ontroering zit te wachten, kan beter het irritant tegendraadse De dood van een superheld van de Nieuw-Zeelander Anthony McCarten ter hand nemen. Dit boek heeft van braafheid nóch van sentiment enige last. De manier waarop de 14-jarige, grenzeloos arrogante Donald met zijn ziekte om wenst te gaan is zelfs afstotend.

Donald doet meerdere zelfmoordpogingen, sluit zich met behulp van iPod en schetsboek van vrienden en familie af en maakt zelfs van zijn twee kansen om niet als maagd de kist in te hoeven gaan een zootje. Een hier en daar best vermakelijk zootje, dat wel.

Als verhaal is De dood van een superheld wat minder geslaagd. De balans in deze verbale snelkookpan is ver te zoeken. De iets te gewilde, hijgerige schrijfstijl vol camerastandpunten staat het verhaal en de emoties die daar bij horen in de weg. Voor iets anders dan wrange humor is eigenlijk geen plek en daarmee wordt het geheel wel erg plat.

Niettemin blijkt De dood van een superheld nog lastig om weg te leggen. In weerwil van alles begint de wanhoop van de doodzieke Donald, die de ellende van zich aftekent in een lekker nare, hoogst seksistische comic over MiracleMan en Dr. Glove, aan de lezer te vreten. De dood van een superheld is misschien niet het beste, maar wel het meest eigenzinnige boek van deze drie.Pjotr van Lenteren

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden