HET ONGEZEGDE

Maria Goos is een van drie auteurs van Pleidooi, en Oud Geld is van haar hand. Maar als die laatste serie afgelopen is, zou het bij de televisie ook wel eens afgelopen kunnen zijn met haar....

GRETA RIEMERSMA

OVER HAAR ogen ligt nog een waas van slaap, maar over haar lippen komen al heftige herhalingen en klemtonen. 'Het is zo'n raar verhaal', begint Maria Goos (43) 's ochtends om tien uur vrijwel meteen. 'Hoe het gegaan is, gelóóft niemand.' En terwijl ze in de keuken melk voor de koffie klopt: 'Onbegrijpelijk.' Om door het doorgeefluik naar de kamer te vervolgen: 'On-be-grij-pe-lijk.'

Als ze met de koffie voor zich in de huiskamer gaat zitten, met de wanden in alle kleuren pasteltinten warmpjes om zich heen, waarschuwt

ze: als dit maar niet een gefrustreerd en zuur verhaal wordt. Zet twee scenarioschrijvers die voor televisie werken bij elkaar, en wat volgt, is kommer en kwel. Ze klagen over de lange maanden die ze moeten wachten tot ze iets horen van de omroepen, ze huilen over hun scripts die door de gehaktmolen zijn gehaald.

Maar het punt is dat ze er 'kapot' van is: bij de alom bejubelde advocatenserie Pleidooi was ze een van de drie schrijvers, Oud Geld is van haar hand, maar als de verwikkelingen rond de bankiersfamilie Bussink over vier afleveringen afgelopen zijn, zou het bij de televisie ook wel eens afgelopen kunnen zijn met haar. In haar boekenkast staan een paar bundels lovende reacties, de AVRO is trots op het succes, en desondanks: van Goos geen nieuwe serie. 'Ik krijg het in mijn hoofd niet voor elkaar, het neemt obsessionele vormen aan.'

Niet dat de AVRO van haar af wil, bij productiemaatschappij IDTV heeft ze voor tweeënhalf jaar een contract dat deels wordt betaald door die omroep. In ruil daarvoor krijgt de AVRO alles wat ze schrijft als eerste onder ogen. Wat is dan het probleem? De hoeveelheid afleveringen van een nieuwe serie. De AVRO wil het liefst

zo'n vijftig delen, Goos vindt tien ... twaalf genoeg. De tweede reeks van Oud Geld, die nu op televisie is, had ze al uit haar tenen moeten

halen.

Dan begint iedereen te roepen, zegt Goos: 'Maar bij ER kan het wel!' En dan antwoordt zij dat ER, de ziekenhuisserie met de populaire George Clooney, medische casussen behandelt die de helft van een aflevering in beslag nemen. Ook Pleidooi spitte juridische kwesties uit. 'Om die reden was Pleidooi nog geschikter geweest om langer mee door te gaan, hoewel we ook bij die serie merkten dat we een beetje door de stof heen raakten. Dan ga je in excessen vervallen. En dat wíl ík níet, dat mensen ontzettend hebben gehouden van een serie, en dan hoor je: ja, het is niet meer zoals het was.'

De AVRO had van Pleidooi al een langlopende serie willen maken. De scenarioschrijvers hielden het bij dertig afleveringen. Opnieuw speelde de kwestie bij Oud Geld, en opnieuw hield Goos vast aan een beperkt aantal delen, 19 in dit geval. In Oud Geld komen de gebeurtenissen nauwelijks voort uit een plot, maar vooral uit de ontwikkeling van de karakters. Des te moeilijker de serie uit te smeren, vindt Goos, want karakters hebben zich op een goed moment uit-ontwikkeld.

'Bij toneel is het ónvoorstelbaar dat de directie van een gezelschap tegen je zou zeggen: dit was een mooi toneelstuk, het volgende moet drie uur duren. Stel dat een uitgever tegen iemand zegt die een goed boek heeft geschreven: het tweede boek dat we van je gaan uitgeven, moet minimaal 250 bladzijden zijn.' Op hoge toon: 'Het is onvoorstélbaar dat het zou gebeuren, maar bij de omroep gebeurt het. Waarom? Omdat ze denken dat langlopende series publieksbindend zijn.

'Het verschil is: bij toneel en literatuur was er eerst de maker. Eerst heeft iemand iets gecreëerd, daarna is er een instituut gekomen, een uitgever of een toneelgezelschap, om dat ding te drukken

of te produceren. Bij televisie is het andersom gegaan. Er was een medium en daar moesten televisieprogramma's voor worden gemaakt. Bij de televisie heb je dus in eerste instantie een groep mensen die beleid maken, die dat medium in stand houden. Daardoor is de hiërarchie er sterk, en de afstand tussen de mensen die het voor het zeggen hebben en de creatieven enorm groot.'

Maria Goos spreekt uit ervaring - hoewel de samenwerking met de AVRO zo mooi begon. De AVRO wilde kwalitatief hoogwaardig tv-drama ontwikkelen, en zette zich in voor Pleidooi, ondanks het gebrek aan financiële steun en aanvankelijk tegenvallende kijkcijfers. Toen het einde van de serie in zicht kwam, verzamelden alle belanghebbenden zich in een hotel op de Holterberg, inclusief de AVRO-top. Met zijn allen besloten ze dat een nieuwe dramaproductie zou gaan over een familie in de bankwereld, Oud Geld dus.

Het bleek een 'historische gebeurtenis' te zijn geweest. Want nooit is het opnieuw gekomen van zo'n bijeenkomst, waarvan het onderwerp van gesprek had moeten zijn: wat te doen na Oud Geld? 'Dat is mijn grote teleurstelling. En na een jaar proberen die club weer bij elkaar te krijgen, begreep ik waarom het er nooit van gekomen is, dat

vervolg op wat mij zo'n vruchtbare bespreking leek: ze willen co-te que co-te die langlopende series! Dat was al besloten! En het zit nu voor jaren dicht bij de AVRO.'

DE OMROEP heeft het geld voor drama de komende jaren al verdeeld, volgens Goos. Het zit onder meer in die zo gewenste langlopende serie. Als ze wil, mag ze deelnemen aan het schrijverscollectief dat voor de nieuwe productie is samengesteld, maar dat wil ze niet. 'Ik wil dóór. Ik heb een idee over hoe ik me moet ontwikkelen. Daarom moet ik mijn eigen dingen schrijven, en niet terug naar schrijven in een teamverband zoals bij Pleidooi.'

Met plannen voor andere series hoeft ze voorlopig niet aan te komen bij de AVRO, dat heeft geen zin, kreeg ze onlangs te horen. Hooguit voelt ze zich vanwege haar contract verplicht een aflevering te maken

in een reeks lotgevallen van de nationale ombudsman. 'Toen dacht ik: oké, dan ga ik naar een andere omroep. Maar dat is helemaal niet zo makkelijk, dat is helem l niet zo makkelijk.'

Andere omroepen zitten vol, of willen haar laten schrijven over een onderwerp dat ze niet ziet zitten. Ze heeft twee voorstellen voor een

anderhalf uur durende tv-film ingeleverd bij de publieke omroepen, maar die moeten concurreren met tweehonderd andere inzendingen. Ze houdt er rekening mee dat haar ideeën buiten de boot vallen, waarom niet? 'Als dat zo mocht zijn, houdt het echt een beetje op, qua mogelijkheden bij de televisie.'

Hugo Heinen, mede-schrijver van Pleidooi en 'script-editor' van Oud Geld, had haar al gewaarschuwd: 'Jij bent veel te lastig voor de omroepen.' Ze weet het: ze wil het liefst zelf bepalen waar haar scenario's over gaan, met welke regisseur ze worden uitgevoerd, en hoe lang een serie loopt. Arrogant misschien, m r, vindt ze, ze is geen beginnend schrijver. Dat een beginneling voorgeschreven krijgt waar het over moet gaan, prima. Ook zij is zo begonnen. 'Maar ik ben tien jaar verder. Nu liever niet in opdracht. Ik ben geen ópschrijver, ik ben schrííver. Schrijvers hebben de gewoonte dingen zelf te verzinnen.'

HOE ANDERS gaat het toe in de toneelwereld, waar ze sinds begin jaren tachtig, onder meer als artistiek leider van Scholengroep Centrum, ervaring heeft opgedaan. Geen hiërarchie, een paar keer bellen en de hele club zit rond de tafel. En dan de vraag aan haar: 'Wat ga je doen?' En dan zij: 'Geen idee, maar vertrouwen jullie erop

dat er over drie maanden wat ligt?' En als er dan wat ligt, krijgt ze

na twee dagen een reactie.

Zo kwam Alpenruhe tot stand, het stuk dat Het Toneel Speelt volgend jaar in première brengt. In Oud Geld wordt al veel niet gezegd wat wel gezegd had moeten worden - het leverde haar de vergelijking met Harold Pinter op -, in Alpenruhe is de miscommunicatie tot onderwerp verheven. De personages praten volstrekt langs elkaar heen. In overleg met regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen, die ook grotendeels tekende voor Oud Geld, had ze zich tot taak gesteld om 'dóór' te gaan.

Ze hadden besproken: 'Wat we kunnen, is het vierkante-millimeter-werk, het kleine, het ongezegde, een scène die nergens over gaat en die ik ook het fijnst vind om te schrijven. Gaan

we die stijl verder ontwikkelen? Of gaan we zeggen: dit kunnen we, nu

gaan we proberen er iets aan toe te voegen, iets groters, misschien iets heftigers, qua plot ook iets zwaarders?' Goos brak zich er het hoofd over. 'Want ik ben geen plotschrijver, dat kan ik gewoon niet.'

Ze is gefascineerd door taal, of liever gezegd door de beperktheid van taal als communicatiemiddel. Mensen stoten klanken uit om het onstoffelijke in hun hoofd vorm te geven - maar hoe vaak gaat dat tussen mensen wel niet mis?

In Pleidooi bemoeide ze zich nauwelijks met de juridische zaken, maar

vooral met het privéleven van de advocaten. Oud Geld heeft ze nooit willen schrijven vanwege de perikelen rond de Bussinkbank, maar vanwege het familieverhaal. Wat moest ze dus aan met een stuk dat zou

moeten drijven op een plot? Ze keek voor de vierde keer naar Garp, naar het boek van John Irving, en dacht: 'Dat is ook geen goeie plot.

Dat is een aaneenschakeling van bizarre gebeurtenissen. D t kan ik wel.'

Zo bleef in Alpenruhe de invalshoek dezelfde - ze volgt een familie die in een Zwitsers chalet tevergeefs de onderlinge verhoudingen probeert te zuiveren -, maar ze vergrootte de gebeurtenissen. Ze had Van de Sande Bakhuyzen gewaarschuwd dat het heavy zou worden. Er was deze keer geen ontsnappen aan: geen grap om zichzelf uit een 'zompig moeras' te tillen, maar 'dóór, dóór, dóór'. 'Echt naar een onaangenaam gedeelte in jezelf.'

'Het gezin waar ik uit kom, draaide op volle toeren toen ik er ongewenst bij kwam. Mijn broer is vijftien jaar ouder, mijn zus tien jaar. Mijn ouders waren al 45 toen er nog een baby'tje werd geboren. Daar zaten ze niet echt op te wachten. Op een gegeven moment waren ze

wel een soort van blij met me. Maar ik ben altijd een buitenstaander geweest. Als kind weet je niet beter, maar ik herinner me dat ik een vriendin had waar ze zeven kinderen thuis hadden, en dat was een geheel, ik vond dat altijd ontzettend gezellig. Ik wilde ook graag een zusje of een broertje, dus ik denk dat ik wel wat miste. Aansluiting.

'Mijn vader ging dood toen ik 11 was en in hetzelfde jaar trouwden mijn broer en mijn zus. Van een gezin van vijf mensen waren we binnen

een jaar met zijn tweeën. Heel raar, maar het voelde als een opwaardering. Want als je eerst een anoniem iemand bent, en je vader gaat dood en je broer en je zus trouwen, word je ineens wel heel erg nodig voor die alleenstaande moeder.

'Iedereen zei tegen me: ''Zorg maar goed voor je moeder.'' Dat heb ik

letterlijk genomen. Het uitte zich in dingen doen die mijn vader anders had gedaan, vensterbanken schilderen. Die verfde ik om mijn moeder te verrassen, en dan zette ik meteen de potten erop terug. Gelukkig werd ze er niet kwaad over, maar jarenlang moest je de bloempotten uit de vensterbanken wrikken.

'Toen mijn oudste dochter de leeftijd van 11 naderde, heb ik die hele

tijd opnieuw beleefd. Maar dan vanuit de ogen van de moeder. En toen vond ik het ineens een enórm zielig, tragisch verhaal worden. Als kind voelde ik dat niet. Ik vond het erg dat mijn vader doodging, maar het was ook spannend dat ik daardoor iemand werd.

'Mijn moeder zat in, wat je later zou noemen, een depressie. Ze zei niks. Anderhalf jaar. Ze had enorme hoofdpijnen en voor de helft had ze geen gezichtsvermogen. Wat doe je dan, als 11-jarig kind en je moeder heeft je nodig? Dat ga je interpreteren als: ik moet geen verdriet hebben want dat is belastend voor mijn moeder, ik moet zorgen dat ze vrolijk wordt, dat ze weer zin in het leven krijgt. De stilte moest gevuld. Dat deed ik met het vertellen van verhalen. Aan mijn moeder. Maar wat maakt een meisje van 11 mee? Niet zo veel. Als ik dan door de stof heen was, ging ik naar de wc, om de tijd te hebben iets te verzinnen.

'Als dat niet de geboorte van een schrijver is!', roept ze vrolijk uit. Zo heeft, om met Johan Cruijff te spreken, elk nadeel zijn voordeel. 'Want wat het me niet allemaal opgeleverd heeft! Dat ik mijn geld kan verdienen met iets dat ik leuk vind om te doen. Daarom reageer ik er misschien zo heftig op als andere mensen mij zeggen wat

ik moet verzinnen.' Heftiger: 'De basis van schrijven is voor mij: authenticiteit. Het heeft niet alleen te maken met verhalen verzinnen, maar met je wezen, met wie je bent. Ik kan er niet tegen als mensen denken zich te kunnen permitteren mij te vertellen wat het

moet gaan worden de komende serie. Dan denk ik: je weet niet wat schrijven is. Het is geen opschrijven, het is vormgeven aan je wezen.'

Toen haar moeder weer begon te functioneren, bleek ze buiten de sociale structuren te vallen. Het was 1968, mensen kregen eindelijk de kans hun leven op te fleuren, voor het verdriet van een weduwe was

geen plaats. 'Dus wij zijn met ons tweeën een beetje met de kont tegen de krib gegaan, dat was heel erg leuk.' De watergolf en het permanent van haar moeder sneuvelden. 'Ze liet zich knippen als een kereltje, zúlk kort grijs haar. Er werd ''meneer'' tegen haar gezegd,

omdat het zo ongebruikelijk was.' Op blote voeten liet haar moeder de

hond uit, dat was gezond vanwege de 'doorstraling'.

Zelf reed Goos rond op een witte fiets, en ze liet zich inschrijven voor een cursus dramatische expressie bij het cultureel centrum in haar woonplaats Breda. Dat was veel improviseren - en fantaseren, wat

ze al zo goed kon. 'Ik zie me nog rondtollen als gekookt ei. Ik vond het ge-wel-dig.' Na een toevallige ontmoeting met actrice Jes Vriens,

die haar aanraadde naar de toneelschool te gaan, kwam ze terecht in Maastricht. Ze deed er niet de acteursopleiding, want, had Vriens gezegd, 'volgens mij ben je daar veel te eigenwijs voor'. Het werd de

docentenopleiding van de toneelschool. Daar kon ze zélf vormgeven.

In Maastricht ontmoette ze Peter Blok, die haar geliefde werd, Gijs Scholten van Aschat, Yvonne van den Hurk, Pierre Bokma, Willem van de

Sande Bakhuyzen, Carine Crutzen, en nog meer mensen die later als acteur of regisseur in wisselende samenstelling terug zouden komen op

het toneel en in Pleidooi en Oud Geld. Elke avond kwamen ze elkaar tegen in het café. 'We denken allemaal met weemoed terug aan die tijd.'

NA 'Maastricht' kwamen de verwijten, 'vooral ik was daar sterk in'. Op de toneelschool had iedereen dezelfde opvatting over goed en slecht toneel. Maar de opleiding was nog niet achter de rug, of de een zat in een derderangs stuk, de ander trad op in reclame. Het 'plakbandkantoortje' in Pleidooi, en hoe de advocaten uiteindelijk hun eigen weg gingen, was de vertaling ervan. Het gezamenlijke ideaal

bleek geen gezamenlijk ideaal te zijn.

'Ik ben er lang teleurgesteld en rancuneus over geweest. Maar het is volwassenwording. Die club van toen is meer geworden wat hij is, er ligt niet meer zo'n dikke saus overheen van: we zijn allemaal hetzelfde.' Dat Gijs Scholten van Aschat zich leent voor de STER, heeft ze met hem heftig beruzied. 'Eigenlijk maak ik me er nog steeds

druk over, maar god, als je vriendschappen daarop laat afketsen, hou je niemand over. En daarbij: ik hou van die man. Ik ken hem al twintig jaar. Hij is toch mijn vriend.'

Als ze met zijn allen naar een nieuwe aflevering van Oud Geld kijken,

zij altijd met het zweet in haar handen, voelt ze zich op haar plek. Hun samenwerking is hun kracht, maar die moet zich niet tegen hen gaan keren, beseft ze. Het publiek moet niet het idee hebben: daar heb je díe weer. Maar ze kan er niks aan doen, tijdens het schrijven van Alpenruhe had ze toch weer de gezichten van Oud Geld voor ogen, ook al worden er andere acteurs aangezocht.

ERIC VAN DER Donk, de éminence grise die tot twee keer toe optrad in haar tv-series, zat bijvoorbeeld in haar hoofd. 'Jij bent mijn eigengemaakte vader', heeft ze eens tegen hem gezegd. Na Pleidooi vond ze van hem dat hij nog een heel leven had, en zo werd hij Splinter Bussink in Oud Geld. 'Ik vond het ontzettend fijn om zo'n archetypische vaderfiguur te schrijven.'

Evenzo prettig is het om tijdens het schrijven in een zelfontworpen familie of vriendenclub te verkeren. In Oud Geld bevond ze zich tussen de rijken, kringen die haar al op de toneelschool fascineerden

vanwege de 'hechtheid'. 'Dat milieu beschermt zichzelf erg goed.' Zoals 'Gijs' en 'Willem' met hun dubbele achternaam 'binnen drie minuten naar elkaar toe trokken, alsof ze van elkaar roken: jij bent ervan' - dat boeit haar.

Hoe het haar eigen milieu verging, zou ze graag willen verwerken in een bioscoopfilm, of in een boek dat ze misschien gaat schrijven voor

de Arbeiderspers. Haar familie leefde in Breda vanwege de woningnood boven op elkaar, het gezin waar zij toe behoorde in het soort vooroorlogse bouw dat ze nu in Amsterdam bewoont met Peter Blok en hun twee dochters. Op zondag kwam de familie bij elkaar, en dan wilde

de boel nogal eens exploderen, zoals ook de trouwpartijen steevast eindigden in een vechtpartij. 'Het katholieke zuiden heb ik het nu over hè. Het was nodig om af en toe krijsend en gillend door de tuin achter elkaar aan te rennen.'

Het arbeidersmilieu en wat ervan terechtkwam, daar zou de film of het

boek over moeten gaan. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig werd in Breda een nieuwe flatwijk gebouwd, waardoor elk die dat kon betalen een eigen huis kreeg. 'En toen viel de boel uit elkaar. Zo treurig, dat mensen het eindelijk beter kregen, en verlost waren van elkaar, en dat dat tegelijkertijd een totale ontreddering teweegbracht. Droevig, maar ik vind het mooi om te laten zien.'

Maar niet op televisie. Een voorstel om een serie te maken over een ander 'hecht' milieu, dat van notoire drinkers, werd door de AVRO en drie andere omroepen afgekeurd. 'Ik had zo gehoopt dat er iets bestendigs zou groeien. Elke schrijver zoekt een soort thuis. Je wilt

je verbonden voelen met de opdrachtgever, de groep waar je het voor maakt. Maar dat is iets dat ze bij de omroep niet lijken te kennen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden