Het ongemakkelijke geluksgevoel van kunsthistorici

De kunstwerken uit de nazischat zijn 'in relatief goede toestand, vies, maar niet beschadigd'. Maar waar is de man die ze in bezit had?

AUGSBURG/AMSTERDAM - Reinhard Nemetz, de Leitender Oberstaatsamwalt zit goed in zijn rol. Een moeilijke boodschap brengen, zo min mogelijk informatie prijsgeven - die brandjes heeft de aanklager wel vaker geblust. In het Justitiepaleis in Augsburg houdt hij zijn toon licht en zijn blik autoritair. Elke vraag wordt met een minzaam grapje teruggekaatst.


Of hij misschien kan vertellen hoe het Duitse weekblad Focus, dat afgelopen zondag het duizelingwekkende nieuws de wereld inbracht van de vondst in München van bijna 1.500 verloren gewaande kunstwerken, aan die informatie en beelden kwam? 'Als er hier iemand is die dat mij kan vertellen, krijgt hij een oorkonde.'


De journalist van Focus, twee rijen verder, tikt stoïcijns verder. Het nieuws dat het weekblad zondag naar buiten bracht, was bijna onbevattelijk. Bij Cornelius Gurlitt, een 80-jarige kluizenaar in München, in een nauwelijks beveiligd appartement van krap 90 vierkante meter, zijn 1.406 kunstwerken aangetroffen, die als 'Entartete Kunst' voor de oorlog in beslag waren genomen of bij Joden tegen spotprijzen waren gekocht. De kluizenaar was de zoon van kunsthandelaar Hildebrand Gurlitt die van Joseph Goebbels de opdracht had gekregen de geconfisqueerde werken weer te verkopen.


Cornelius Gurlitt liep in 2010 tegen de lamp bij een routinecontrole in de sneltrein van Zurich naar München. Rond 21 uur 's avonds, bij de halte Lindau Kenten, vroeg de douane de oude man zijn spullen te tonen: hij had 9.000 euro cash op zak. Hoewel dat niet verboden is, vonden de beambten dat verdacht. Twee jaar later volgde een huiszoeking. Kan dat juridisch wel?, vragen Duitse journalisten herhaaldelijk aan Nemetz. In elegante bewegingen wordt een echt antwoord ontweken.


'Als het aan ons lag, was het onderzoek nog steeds geheim geweest', stelt de aanklager. Kritiek op het verzwijgen van de reusachtige vondst verwerpt hij. Eerst moest de herkomst van de aangetroffen werken worden onderzocht. Nu de vondst is uitgelekt, gaan volgens hem de kosten van de verzekering omhoog.


'Waar is de Cornelius Gurlitt eigenlijk?' 'Dat weten we niet', zegt Nemetz. 'Heeft u hem verhoord?' 'We hebben de door u genoemde persoon gesproken toen wij de kunstwerken bij hem weghaalden'. 'Is hij verder niet verhoord?' 'Hij is momenteel nog geen verdachte'. 'Is hij in Panama?' 'Dat weten we niet'. 'Lééft hij eigenlijk nog?' Schaterlach alom. 'Nee', zegt de journalist, 'het was geen ironische vraag, maar een concrete: leeft hij nog?' Aarzelend, beducht voor hoongelach, antwoordt de aanklager: 'Op dit moment kan ik bevestigen noch ontkennen of de persoon over wie u spreekt in leven is.'


Wat hij wel kan zeggen: de vondst is niet, zoals in Focus vermeld, twee jaar geleden gedaan, maar op 28 februari 2012. Drie dagen had een speciaal ingehuurd bedrijf nodig om de 121 ingelijste en 1.285 niet ingelijste kunstwerken naar een plek te brengen die angstvallig wordt geheimgehouden.


Lijsten met titels van kunstwerken, willen de tweehonderd in een zaaltje samengepakte journalisten, onder wie Amerikanen en Israëli's. Frau Doktor Meike Hoffmann, die het onderzoek naar de herkomst van de kunstwerken leidt, laat slechts tien werken zien. De topper is een schilderij van Henri Matisse uit de jaren twintig van de vorige eeuw. Het werd in 1942 in beslag genomen in een Franse bankkluis. Het kan hebben toebehoord aan de Joodse kunsthandelaar Paul Rosenberg, die zijn land moest ontvluchten. Zou kleindochter Anne Sinclair, die van Dominique Strauss-Kahn scheidde, er aanspraak op kunnen maken?


Een schilderij van Courbet, door Hildebrand Gurlitt na de oorlog gekocht, een ets van Canaletto, een zelfportret van Dix, een magnifieke gouache van Chagall, de flauwe projecties van een klein plaatje in een windowsscherm schieten voorbij.


Hoffmann licht op als ze een vraag krijgt over de kunsthistorisch waarde, en over haar emotionele reactie bij de vondst. Dat was natuurlijk een 'unheimliches Glucksgefühl', zegt ze. De werken zijn 'in relatief goede toestand, vies, maar niet beschadigd.'


Na de persconferentie volgen na aandringen nog een paar details: het eerder in de media genoemde werk van Dürer blijkt een ets te zijn van de kruisiging. De Picasso's die werden genoemd, zijn er drie: een tekening en twee drukwerken. Geen schilderijen dus.


Niks wordt online gezet, zegt Nemetz. Personen die menen dat ze aanspraak op een kunstwerk kunnen maken, moeten zich bij het Openbaar Ministerie melden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden