InterviewInspecteur-generaal Onderwijsinspectie

‘Het onderwijs heeft nu een unieke kans om grote problemen aan te pakken’

Alida Oppers, inspecteur-generaal van het Onderwijs, in het onderwijsmuseum in Dordrecht. Beeld Jiri Büler
Alida Oppers, inspecteur-generaal van het Onderwijs, in het onderwijsmuseum in Dordrecht.Beeld Jiri Büler

De coronacrisis heeft de structurele problemen in het onderwijs vergroot. De kansenongelijkheid is gegroeid en leerlingen liepen nog meer vertraging op in lezen en rekenen, is de alarmerende boodschap van de Onderwijsinspectie woensdag. Toch is inspecteur-generaal Alida Oppers niet pessimistisch. ‘Kijk door het covid-stof heen.’

In de Staat van het Onderwijs, uw belangrijkste rapport van het jaar, staat dat het repareren van corona-achterstanden niet genoeg is. Waarom niet?

‘We maken ons al jaren zorgen om de dalende prestaties bij onder meer taal en rekenen. Het onderwijs heeft nu een unieke kans om die structurele problemen aan te pakken. Er is veel betrokkenheid: alle ouders hebben het afgelopen jaar van dichtbij gezien hoe het eraan toegaat in het onderwijs en hoe belangrijk het is. De regering heeft veel geld uitgetrokken om de achterstanden weg te werken. Dat biedt mogelijkheden die er normaal niet zijn.’

Hoe moet het onderwijs dat aanpakken? Zo’n ommezwaai kost veel geld en tijd.

‘Iedereen zit nu nog in de crisis en scholen hebben het vaak zwaar. Er is nog veel uitval en het personeel is moe na zo’n zwaar jaar. Maar het perspectief is natuurlijk dat we over een paar maanden weer van die beperkingen verlost zijn. Dan moeten we oppassen dat we niet verder gaan zoals het was.

‘In de eerste plaats moet er een samenhangende aanpak zijn. Scholen moeten niet het wiel opnieuw willen uitvinden, leer van elkaar. Nu zien we bovendien dat ongeveer één op de vijf schoolbesturen geen zicht heeft op de kwaliteit van hun eigen onderwijs. Dat vinden wij zorgelijk. Tijdens de lockdown zagen we dat scholen die daar wel zicht op hebben, het afstandsonderwijs beter en sneller organiseerden.’

Inmiddels zijn de basisscholen weer volledig open. Maar middelbare scholen geven nog altijd deels online les. Ook in het mbo en hoger onderwijs is het onderwijs nog grotendeels op afstand. Hoe houdt de inspectie daar toezicht op?

‘We hebben afgelopen jaar onderzoek gedaan naar het afstandsonderwijs. Inspecteurs hebben meegekeken in de digitale les en constateerden dat er heel grote kwaliteitsverschillen zijn. Vervolgens hebben we ook vanuit de wetenschap gekeken: waar moet je nou precies op letten bij kwalitatief goed afstandsonderwijs? Die informatie hebben we geprobeerd zo goed mogelijk te verspreiden, zodat scholen en besturen ervan konden leren.’

Sommige lessen waren onder de maat, schrijft u in de Staat van het Onderwijs. Wat gebeurt er als u zoiets signaleert? Wordt een school dan op de vingers getikt?

‘Wat wij doen is zoveel mogelijk kennis verspreiden. We zorgen dat we onze observaties op de ene school ook aan de andere school kunnen meegeven.’

Maar uw inspecteurs zagen haperende techniek, lessen die kwalitatief niet goed in elkaar zaten en leraren die niet nagingen of leerlingen wel meededen en de les begrepen. Waarom greep u niet in?

‘Dit is natuurlijk een nieuwe situatie. De verantwoordelijkheid van de kwaliteit van online-lessen ligt in eerste instantie bij de schoolleiding. Onze observaties worden wel altijd teruggekoppeld aan de schoolleiding en het bestuur.’

Als je ziet dat die kwaliteit zo onder de maat is, dan schrik je daar toch van? Zeker nu de situatie voortduurt.

‘We hebben nagedacht over wat de meest effectieve bijdrage is die wij als inspectie middenin zo’n crisis kunnen leveren. Dat is het verspreiden van kennis. Intussen zijn we wel uitgerukt als dat nodig was. Er waren scholen met problemen, er waren bestuurscrises, daar hebben we ingegrepen.’

‘Nu investeren in goed afstandsonderwijs is natuurlijk belangrijk, omdat online onderwijs wellicht ook blijvend is. Maar vergeet de onderliggende problemen in het onderwijs niet: het lerarentekort, de kansenongelijkheid en de afnemende basisvaardigheden van leerlingen.’

De inspectie komen al jaren met een alarmerend rapport - en elk jaar lijkt het alsof het erger wordt. Vooralsnog is er niet veel veranderd.

‘Ik ben niet zo pessimistisch. We hebben het vraagstuk van de kansenongelijkheid met succes op de agenda gezet. Ik kan geen verkiezingsprogramma noemen waarin het onderwerp geen plek heeft. Dat wil niet zeggen dat het probleem meteen is opgelost. Door corona is kansenongelijkheid groter geworden, daarom hameren we er nu weer op. Het blijft werk van de lange adem.’

De drie belangrijkste bevindingen van de Onderwijsinspectie:

Kansenongelijkheid gegroeid, lezen en rekenen achteruit

Twee belangrijke problemen waar het onderwijs mee worstelt zijn door de coronacrisis groter geworden. Allereerst hebben basisschoolleerlingen afgelopen jaar vertraging opgelopen in vakken waar Nederlandse scholieren de afgelopen jaren toch al slecht in scoorden: begrijpend lezen en rekenen. Ook brugklassers van alle niveaus gingen achteruit in rekenen en lezen. Bovendien groeide de kansenongelijkheid. Leerlingen met een lage of gemiddelde sociaaleconomische achtergrond liepen gemiddeld anderhalf keer zoveel achterstand op in spelling, lezen en rekenen als leerlingen uit gezinnen met een hoge sociaaleconomische status.

Schaduwonderwijs nog groter

Het zogeheten schaduwonderwijs rukt op, signaleert de inspectie. Tussen 1995 en 2018 vertienvoudigden de jaarlijkse uitgaven van huishoudens aan bijlessen. In het schooljaar voor de coronacrisis kreeg een kwart van de leerlingen in groep 8 bijles, in het voortgezet onderwijs gold dat zelfs voor bijna één op de drie leerlingen. Bijles voor een basisschoolkind kost ouders gemiddeld ruim 700 euro per jaar. De Onderwijsinspectie waarschuwt dat het onderwijs daardoor kenmerken van een vrije markt krijgt.

Afstandsonderwijs niet altijd goed

De Onderwijsinspectie keek mee bij online-lessen van 45 verschillende scholen. De kwaliteitsverschillen tussen scholen waren al groot, maar die zijn door het afstandsonderwijs nog eens vergroot, schrijft de inspectie. Zo zijn er docenten die onder meer worstelen met haperende techniek en leerlingen die nauwelijks reageren. De inspectie constateert dat op scholen waar praktische zaken rondom het afstandsonderwijs door de schoolleiding worden aangepakt, de online lessen soepeler verlopen dan op scholen waar leraren het zelf moeten uitvogelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden