Het onbekende verhaal van de paddenliefhebbende oom

Met hulp van Libelle werd een verhaal van Jan Wolkers beoordeeld door een leraar van de middelbare meisjesschool.

Potloodtekening Jan Wolkers 1985. Gescharrel met koudbloedig dier. Beeld Annabel Miedema

Het bleef 's avonds nog zo laat warm dat de deuren naar ons stadstuintje open bleven staan. Het licht in de kamer lieten we uit om de muggen niet binnen te lokken. Toen de duisternis inviel, hoorde ik een vreemd geluid. Alsof er steeds iets met een kleffe plof op de vloer terechtkwam. Ik deed het licht weer aan en zag in de hoek van de kamer een dikke, bruine pad zitten die mij met glinsterende kraaloogjes aankeek. Voorzichtig liet ik de pad op mijn hand springen en zette hem veilig buiten in de nacht.

Padden waren de lievelingsdieren van Jan Wolkers. Als jongen hield hij ze op zijn kamer. Zijn vader vond 'dat gescharrel met die koudbloedige dieren' maar niets. En zijn zusters slaakten kreetjes van afschuw als hij een pad of kikker op zijn hand nam en innig kuste. In Wolkers' verhaal 'Er zit een tranenveeg...' speelt een pad een tragische hoofdrol. Het verhaal is onbekend gebleven, omdat het in 1972 alleen in een 'Wij-en-onze-kinderenbijlage' van Libelle is gepubliceerd. Het werd - op verzoek van het damesblad en met medeweten van de rector - door een leerlinge van 5 M.M.S. van de Snellius Scholengemeenschap in Amstelveen als haar eigen opstel ingeleverd bij de dienstdoende leraar Nederlands.

'Er zit een tranenveeg...' bevat de herinneringen van een meisje aan haar zonderlinge oom Dries, die in een krottenhuisje samenleefde met negen grijze konijnen, twee dwergpony's, die gewoon binnen op de versleten crapauds mochten komen zitten, en zijn padden.

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Voor de Volkskrant houdt hij daarover een dagboek bij - waarvan we in zoveel delen de notities presenteren. Lees hier alle memoires van Onno Blom.

Met de padden voerde oom Dries een bizar nummertje op. 'Zodra zo'n wrattige gulzigaard zich op zijn hand gehannest had, hield hij die voor zijn mond, frommelde een kronkelende oranjegele meelworm tevoorschijn uit een van de zakken van zijn smoezelige colbertjas en stak die tussen zijn lippen. En meteen ging de pad in een aandachtige houding zitten, hield zijn kopje scheef en klats! sloeg het roze tongetje de meelworm naar binnen, terwijl het vel een paar keer voor zijn gouden ogen heen en weer schoof van het slikken. Als hij het diertje terugzette, bleef er vaak een plasje op zijn handpalm achter, dat hij aan de zijkant van zijn broekspijp afveegde.'

In de zomer voor zij medicijnen gaat studeren, hoort het meisje van haar vader dat haar gekke, lieve oom Dries zelfmoord heeft gepleegd. Hij had zijn padden losgelaten en zich opgeknoopt.

Bij haar eerste college ontleedkunde in het pathologisch laboratorium ziet het meisje ineens het lijk van haar oom in een grote porseleinen ovale bak drijven. 'En toen kwam die gil. Want op de plaats waar zijn geslacht zat, zag ik duidelijk een pad zitten. Verschrompeld tot een leerachtig wezen.'

De leraar Nederlands, Ger Kleis (later vermaard als de meesterdrukker van de pers Sub Signo Libelli), kreeg zonder het te weten vier opstellen ter beoordeling die waren geschreven door bekende auteurs. Op Miep Diekman, Henri Knap en Harriët Freezer had hij wel wat aan te merken. Maar onder Wolkers' verhaal schreef hij: 'In één woord voortreffelijk. Ik heb nog nooit zo'n goed opstel gelezen.'

Een tien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden