Het omgekeerde van applaus

De staande ovatie betekent in Nederland iets heel anders dan in het buitenland, schrijft Eric de Kuyper in zijn bekroonde essaybundel. Arjan Peters klapt hem toe.

Applaus voor een boek is ongebruikelijk. Er zijn openbare interviews en voorleesavonden, tijdens welke voorgelezen fragmenten met een regentje kunnen worden beloond. Maar nader beschouwd klap je dan voor een auteur uit respect voor wat je thuis, geduldig en in stilte, genoten hebt. En dáár ga je er niet bij staan klappen. Aan respons is nooit meer te horen dan een enkele klop op het achterplat dat als schouder fungeert.


De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde heeft haar 5-jaarlijkse essayprijs deze week uitgereikt aan oud-filmdocent en schrijver Eric de Kuyper voor Applaus, waarin hij als volleerd semioticus schrijft over opera, theater en dans. En applaus. Het hele spectrum tussen ruis, golf en orkaan komt bij hem aan bod, in een verfijnde verkenning van dit veronachtzaamde onderdeel van een voorstelling.


Per land kan het verschillen, hoe dat gaat met applaus. In Nederland klapt iedereen na een opvoering, schrijft De Kuyper, en dat is normaal, 'alleen gaat hier na enkele seconden de hele zaal rechtop staan. Niet-Nederlanders snappen dit gebaar niet.' In het buitenland geldt een staande ovatie als uiting van bijval. Maar in Nederland is het regel. 'Het is een beleefdheidsformule en een teken dat men eigenlijk de zaal zo snel mogelijk wil verlaten en naar de garderobe wil rennen. Het Nederlandse applaus is dus het omgekeerde van het applaus: allemaal samen verklaren we dat het nu wel genoeg is geweest. Dat we naar bed of naar de kroeg willen.'


In De paus van Amsterdam, de Huub Oosterhuis-biografie van Marc van Dijk die eergisteren werd gepresenteerd, vond ik een anekdote waarbij ik me het omgekeerde applaus moeiteloos kon voorstellen. Lang geleden regisseerde Oosterhuis voorstellingen van Poëzie Hardop. In dat kader droeg acteur Henk van Ulsen in 1974 gedichten voor van M. Vasalis in het Haagse stadhuis, waar zij de Huygens Prijs zou krijgen. Van Ulsen herinnert zich, in 2008: 'Ik houd niet van het dramatiseren van poëzie, maar soms gaat de spanning van het moment met me op de loop. Ik gaf het een enorm gewicht mee. Vasalis hoorde het aan en zei na afloop: 'Zó erg zijn mijn gedichten toch niet, meneer Van Ulsen?''


Prachtige reactie van de dichteres (vermoedelijk begeleid door een beleefde glimlach, die de vernedering completeert), en moedig van Van Ulsen om die prijs te geven. Zo ongeveer moet het applaus in 1974 geklonken hebben: 'Wat een zegen dat het voorbij is. En nu niet te opgelucht klappen, want dan voelt hij zich aangemoedigd om met een toegift te komen.' En daarbij ook gaan staan, in de Nederlandse betekenis van die rituele handeling: vort, naar de jassen. Wegwezen hier.


Bij de opera in het buitenland is het weer usance om het slotapplaus met boe en bravo aan te vullen. Je zou dat een toegift van het publiek kunnen noemen, want er zit iets van een koor in. Een luid Boe van de vergramden is een aansporing voor de genieters om hún Bravo ook hard te laten klinken. Daarna gaat iedereen tevreden naar de jassen.


Achter op zijn boek kijkt Eric de Kuyper me aan. Ik trommel hem geestdriftig toe.


Eric de Kuyper: Applaus

Vantilt; euro 16,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.