Het oeroude sentiment van Vos is er elke keer opnieuw

De Beyerd, Breda: Peter Vos, tekenaar. Tot en met 5 november...

Peter Vos - tekenaar, Rinus Ferdinandusse et alii. Veen, ¿ 69,90.

In bepaalde kringen geldt het geloof ik als een symptoom van een aan achterlijkheid grenzende truttigheid om het werk van Peter Vos goed te vinden. Er wordt in die kringen niet alleen op Vos zelf neergekeken, maar vooral op individuen die zijn werk verdedigen. Dat soort figuren, zo is de stilzwijgende opvatting, heeft van moderne kunst niet het flauwste benul. Het zijn regressieve wezens, doof voor het discours waarin uitgemaakt wordt wat relevante kunst is en wat niet, ze zijn er hooguit net iets minder ernstig aan toe dan de liefhebbers van Rien Poortvliet of Madurodam.

Nu is het om te beginnen een feit dat het werk van Peter Vos niet speciaal uitblinkt door een grote betrokkenheid bij allerlei debatten die op het terrein van de hedendaagse kunst de dienst uitmaken. De fragmentarisering van het menselijk lichaam, de deconstructie van het waarnemingsproces, de contextualisering van de artistieke identiteit - dat soort opdringerige thema's speelt voor zover ik na kan gaan bij Vos geen rol. Ook is Vos geen kunstenaar wiens werk zich op een gemakkelijke manier laat 'confronteren': indien je een van zijn tekeningen ophangt naast een Mondriaan of een compositie van Britta Huttenlocher, dan lijkt het me stug om te concluderen tot betekenisvolle verbanden of andere vormen van artistieke metempsychose. Daartoe leent het werk van Vos zich zeer slecht. (In de rand van een tekening uit 1967 waarop een als kunstcriticus vermomde kalkoen is afgebeeld, zegt hij het trouwens al: 'Wie met jargon bekleed/ een kunstwerk zoekt te duiden/ voor toegestroomde luyden/ bekijkt het met zijn reet.')

In een cultuur waarin kunstwerken worden beoordeeld naar de mate waarin ze in staat zijn uitdrukking te geven aan iets dat hun primaire vorm en inhoud te boven gaat, wordt het werk van Vos gereduceerd tot een verzameling incidentele plaatjes. Zo worden ze ook beoordeeld, als illustraties, en het criterium waaraan ze worden getoetst lijkt voornamelijk afkomstig uit de sfeer van de toegepaste kunst - in de trant van: Peter Vos, dat is die man die tekeningen maakt bij de verhalen van anderen, iemand die - op bestelling - een anekdote of een grap navertelt en zich daarbij alleen bedient van een ander instrumentarium.

Dat is een lot dat Vos deelt met nog een paar andere kunstenaars, Saul Steinberg bijvoorbeeld, en dat bij wijze van spreken kan worden aangeduid als veroordeling op grond van collaboratie: wie ooit voor een literair tijdschrift, een krant of weekblad heeft getekend, voor hem is de koninklijke poort die toegang geeft tot de ware kunst definitief dichtgegooid. De enige categorie waartoe Vos en Steinberg in die visie kunnen worden gerekend is die van de literatuur: men heeft het over hun 'literaire benadering', hun 'literaire gehalte'.

Waarop berust het onvermogen Peter Vos eerst en vooral te zien als beeldend kunstenaar? En waarom is het zoveel eenvoudiger zijn werk te bespreken door eerst te kiezen voor de omweg van de literatuur, of de veelheid van literaire en mythologische toespelingen die erin zijn verpakt?

In Peter Vos - tekenaar, dat is verschenen parallel aan het Peter Vos-retrospectief dat te zien is in de Beyerd in Breda, staat een mooi essay van de Utrechtse kunsthistoricus E. de Jongh. Daarin wordt het intellectuele verband met de literatuur, van Ovidius tot Edward Lear en van de Bijbel tot Heinrich Heine, nog eens uitvoerig aan de orde gesteld. De Jongh doet dat uiteraard niet omdat hij verlegen zit om een onderwerp. Aan zijn overtuigingskracht hoeft niet te worden getwijfeld. Maar het eigenlijke onderwerp, de kwaliteit van een tekening zodra deze niet uitsluitend berust op wat zich in iconografische termen laat beschrijven, komt verder niet aan bod: zodra het vakmanschap, het handwerk, ter sprake moet komen, lijkt de taal op enorme blokkades stuk te lopen.

Zoals het in de mooiste gedichten van Annie M. G. Schmidt onmogelijk is betere rijmwoorden of betere beelden in de plaats te stellen, zo is het bij de beste tekeningen van Peter Vos ondoenlijk je een betere lijn, een scherpere contour of een preciezere expressie voor te stellen. Dat is, opnieuw, een literaire parallel, zij het dat de sfeer van bedrieglijkheid en schijnbaar moeiteloze eenvoud door beide kunstenaars zozeer tot een tweede natuur is verheven, dat er in geen enkel opzicht van een kunstgreep of een truc kan worden gesproken. Het talent voor exactheid, het vermogen een lijn zo neer te zetten dat elke andere lijn minder sterk is, daarin schuilt het geniale van de techniek.

Waar lijkt het op? In mijn ogen nog het meest op de zeldzame vorm van genialiteit die voorkomt bij rekenwonderen, wandelende computers die in een fractie van een seconde de zevendemachtswortel kunnen berekenen uit een getal van meer dan twintig cijfers. Het verschil is alleen dat de onherbergzame psychologie die je je bij dat soort wezens voorstelt, bij Vos geheel ontbreekt. Zelfs de meest morsdode winterkoning of gierzwaluw, de meest tragische dodo of spitsmuis - ze blijven in laatste instantie persoonlijkheden die zich met grote vertedering laten bekijken.

Passer mortuus est meae puellae, schreef Catullus in de eerste eeuw voor Christus: 'De mus van mijn meisje is dood.' Het sentiment dat Vos blootlegt is al minstens tweeduizend jaar oud, maar het is er elke keer opnieuw.

Dat het sentiment tegelijkertijd nergens op plat effectbejag aanstuurt, kan wat mij betreft worden afgeleid uit de controlegroep die Vos in zijn verzameld werk heeft ingebouwd: de sinistere voorstellingen van antropomorfe harpijen, dwergen en sprekende kalkoenen. Want die vormen de nachtzijde die nodig is om de vertedering waarachtiger te laten zijn. En pijnlijker.

Melchior de Wolff

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden