Column

Het nut van de knut

Het kan je zomaar overkomen tijdens de vakantie, in de buurt van water, tegen de avond: een aanval door een zwerm knutjes. Dat is geen pretje, vooral omdat er eigenlijk geen andere remedie tegen deze steekvliegjes bestaat dan binnen blijven, of een boerka dragen. Leg het maar eens uit, als bioloog: het nut van de knut.

Zwerm muggen Beeld anp

Het is het grote probleem van biologen: hoe verkoop je het verhaal dat biodiversiteit van levensbelang is aan boeren en burgers die last hebben van ganzen, smienten, dassen, muizen, mezen, duiven, kauwen, meeuwen, steenmarters, muizen, ratten, zilvervisjes, bevers, vossen, oehoes en buizerds, wespen en vele, vele andere dieren?

Sommige biologen proberen het. De Britse hommeldeskundige Dave Goulson wijst onvermoeibaar op de functies die allerlei organismen op aarde vervullen. Bijen bestuiven bloemen en gewassen, vliegen recyclen mest, bacteriën in wortelknollen binden stikstof uit de lucht, planten geven de zuurstof af die we inademen, slaan de kooldioxide op die we uitstoten en voorzien ons van brandstof, voedsel, kleren en medicijnen.

Algemeen nut

En dan al die honderden, duizenden soorten die betrokken zijn bij het gezond houden van de bodem, de ondoorgrondelijke webben van interacties tussen soorten, die op de een of andere manier zorgen voor voedsel, schoon water en zuivere lucht.

Basislessen biologie, maar ze lijken niet te beklijven. In één moeite door schetst Goulson in zijn boek A buzz in the meadow (vertaald als: Geroezemoes in het gras) een beeld van de verwoesting die in de afgelopen anderhalve eeuw heeft plaatsgevonden. En van het in duizelingwekkend tempo uitsterven van planten- en diersoorten.

Maar ja, er zijn altijd soorten uitgestorven, zij het niet zo snel, en daardoor is de wereld ook niet ingestort. Er is niet eens bekend hoeveel soorten er zijn, de schattingen lopen uiteen van twee tot tien miljoen. Slechts een miljoen daarvan zijn beschreven en van verreweg de meeste soorten is het onbekend wat hun rol is in het grotere geheel. Het is de achilleshiel van biologen. De simpele vraag: wat hebben we eigenlijk aan die panda, laat staan aan al die onbekende bacteriën en insecten, kan leiden tot machteloze woede. Want het antwoord moet luiden: we weten het (nog) niet, of slechts zeer ten dele.

Biodiversiteit

Dave Goulson probeert het met een vergelijking: je kunt best klinknagels uit de vleugel van een vliegtuig verwijderen, maar op een bepaald moment valt de vleugel eraf. Ook die vergelijking heeft er niet toe geleid dat het onderwerp biodiversiteit breed leeft. Sterker: het algemene gevoel, in Europa, in Nederland, is juist: het begint uit de hand te lopen met al die dieren.

De vraag is: hoe kan de beleving zo anders zijn dan de werkelijkheid? Ik vrees dat het te maken heeft met het succes van de diersoort mens, die je, vanuit het perspectief van planten en dieren, als een plaagsoort zou kunnen zien.

Bij zo'n explosieve populatiestijging is er niet alleen een grotere behoefte om planten en dieren op te eten, andere soorten lopen ook steeds meer in de weg. De succesvolste diersoort drukt bovendien zijn stempel op het landschap. Dat kan ertoe leiden dat zowat alle akker- en weidevogels verdwijnen, maar dat ganzen juist ongebreideld in aantal groeien.

Waarop de conclusie volgt: het loopt uit de hand.

De vraag naar nut

Stel daar maar eens iets tegenover. Er zijn initiatieven om nog beter het nut te beschrijven van allerlei planten- en diersoorten. Zo is het nut van de knut heel goed aan te tonen. Knutten bestuiven cacao, zonder knut geen chocola. Maar ja, voor je weet werkt het averechts en gaan we redeneren: als het nut niet is aangetoond, dan kan de desbetreffende soort wel weg. Het is, bovendien, onbegonnen werk. En zo blijf je als snel zitten met een gevoel, het gevoel dat je beter geen klinknagels uit de vleugel van een vliegtuig kunt halen.

Ik had vorige week ook een gevoel, toen ik op een mooie avond op mijn balkon zat. Daar staan drie zonnebloemen en een paar bijvriendelijke plantjes, om de reling kronkelt een blauwe regen. Overal zoemden hommels, bijen en andere insecten, van plantje naar plantje.

Hoog in de lucht cirkelden gierzwaluwen, jagend op die insecten, in spinnenwebben raakten muggen verstrikt. Tijdens de schemering kwamen dwergvleermuizen tevoorschijn, voor hun portie insecten. Het gevoel was: zo klopt het wel. En de gedachte: misschien is de vraag naar het nut niet de goede vraag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden