Het noodlot van een deal met veel gedoe

Het was een operatie waarover lang werd gesteggeld. Tevergeefs: komende week wordt Essent ingelijfd bij RWE...

Het einde begint op de dag voor Kerst, 24 december 2008. Om een uur of één ’s middags rijdt een roodharige vrouw met het gezicht van een meisje in een dienstauto van de provincie Noord-Brabant weg bij het hoofdkantoor van Essent in Arnhem, richting het provinciehuis in Den Bosch.

Dit is het dus, denkt ze. We gaan Essent verkopen.

Annemarie Moons (43) is dan nog lid van het Brabantse college van Gedeputeerde Staten en doet daar de energiezaken. Ze is verantwoordelijk voor het Brabantse belang van ruim 30 procent in het stroom- en gasbedrijf Essent. Sterker nog: Moons is als grootste aandeelhouder tevens voorzitter van de aandeelhouderscommissie van Essent, waarin naast haar nog tientallen andere provinciale en gemeentelijke bestuurders zitten met energie in hun portefeuille. De psychologe, voormalig directeur van een kinderdagverblijf, is in zekere zin eigenaar van het grootste energiebedrijf van Nederland.

Die dag heeft zij met de andere aandeelhouders de knoop doorgehakt. Essent wordt verkocht aan het Duitse RWE. Er waren twee gegadigden over, van de 35 mogelijke kopers: RWE en het Zweedse Vattenfall. Maar het Essent-bestuur, onder leiding van de bonkige ingenieur Michiel Boersma, weet Moons en de andere aandeelhouders te overtuigen dat ze voor RWE moeten kiezen. De Duitsers zijn duidelijker, tonen meer enthousiasme en, niet onbelangrijk, hebben meer geld geboden.

Moons viert geen Kerst. De aandeelhouders buigen zich over het bod, winnen adviezen in en scherpen hun eisen aan. Drie weken later, zondagnacht 11 januari, wordt de zaak in Arnhem met een biertje beklonken. De volgende dag maakt Boersma het wereldkundig: Essent wordt verkocht aan RWE. Tenminste, dat is de bedoeling.

Het is het begin van een tragedie die zich de maanden daarop zal afspelen. Een tragedie in de klassieke zin van het woord, zo’n stuk waarin het noodlot de hoofdrol speelt, het lot dat onafwendbaar blijkt. Zo’n stuk vol verwikkelingen en huichelarij, en bemoeienissen van mensen die het tij willen keren, maar uiteindelijk precies datgene bewerkstelligen wat al vanaf de eerste akte vaststond. Het einde is onontkoombaar.

Moons wist dat het moeilijk zou worden, zegt de oud-gedeputeerde terugblikkend. Ze was niet alleen eigenaar van een energiebedrijf, ze was ook democratisch gecontroleerd bestuurder. Zij en de andere gedeputeerden en wethouders moesten nog terug naar hun raden, die de deal moesten goedkeuren.

Sentiment
RWE stond te boek als een vuile energieproducent, met zijn bruinkool- en kerncentrales. En de recessie was aangebroken: was het bod wel hoog genoeg? Bovendien speelde het nationalistische sentiment op. Sinds de verkoop van ABN Amro en al helemaal sinds de mislukking daarvan vroeg zowel de man in de straat als de grootindustrieel op de golfbaan zich af of Nederland zijn kroonjuwelen zomaar moest verpatsen aan een buitenlandse partij.

Voor energie gold dat des te sterker, met de Russisch/Oekraïense gascrisis in het achterhoofd. Wie zou de stroom krijgen als de Duitsers straks niet genoeg hadden voor iedereen?

De tragedie begint eigenlijk al veertien jaar eerder. Eind 1995 schrijft minister Hans Wijers van Economische Zaken zijn beruchte Derde Energienota, waarin hij aankondigt dat de gemeentelijke en provinciale nutsbedrijven eraan moeten geloven: ook daar zal de marktwerking worden ingevoerd. Gewone consumenten zullen in de toekomst zelf kunnen kiezen bij wie ze hun stroom en gas inslaan, is het idee. Dat zal de service verbeteren en de prijzen drukken. De gedachte klinkt logisch, in die jaren.

Het is de tijd van een heilig geloof in liberalisering en privatisering, vooral ook in Brussel. Post, telefoon, spoorwegen, en nu dus stroom en gas – alles moet weg. Als het wetsvoorstel 24 maart 1998 in de Tweede Kamer komt, stemmen alleen GroenLinks en de SP tegen.

In de nieuwe vrije markt zwelt de golf fusies en overnames, die in de Nederlandse energiesector al een tijdje gaande was, tot ongekende hoogte aan. Binnen een jaar krijgen drie buitenlandse bedrijven (het Belgische Electrabel, het Duitse Preussen en het Amerikaanse Reliant) bijna de helft van de Nederlandse energiecentrales in handen. De privatisering wordt een succes genoemd.

Ook de energiedistributiebedrijven, die de geproduceerde stroom en gas bij de meterkast afleveren, zien gouden bergen. Al zijn ze nog steeds eigendom van gemeenten en provincies, ze hebben zich al snel de mores van de vrije markt eigen gemaakt. Zo begint Nuon een commercieel avontuur als shirtsponsor van de Arnhemse voetbalclub Vitesse, waarvan het voor de helft eigenaar is. Het bedrijf verliest er miljoenen aan, maar dat hoort bij het spel. Nuon, Essent en Eneco kondigen in hun jaarverslag aan dat ze willen groeien, en dus de beurs op willen of op zoek gaan naar een buitenlandse partner. Ondertussen krijgen ze nauwelijks een correcte factuur op de plaats van bestemming.

Criticus
Het roept steeds meer weerstand op. Tweede Kamerlid Ferd Crone (PvdA), voorheen een groot fan van marktwerking, ontpopt zich als een fervent criticus. Hij maakt zich vooral zorgen over de energienetten, de stroomkabels en de gasleidingen, die in gevaar zouden komen als de energiebedrijven in buitenlandse handen zouden komen. Die netten vormen namelijk, in tegenstelling tot de centrales, een gegarandeerde bron van inkomsten voor de bedrijven. Als je elektriciteit produceert, ben je afhankelijk van variabele grondstofkosten en variabele verkoopprijzen. Voor stroomtransport daarentegen krijg je een vaste vergoeding. Banken en andere financiers zien die stroom inkomsten ook, en dus zijn de netten een handig onderpand voor investeringen.

‘Ik dacht: wat als buitenlandse bedrijven onze bedrijven opkopen en de netten financieel leegzuigen om in Spanje nieuwe centrales te bouwen?’, zegt Crone, inmiddels burgemeester van Leeuwarden. Hij dient, met steun van VVD en D66, in april 2001 een motie in. De energiebedrijven mogen alleen worden verkocht als de netten in overheidshanden blijven. De kiem voor de splitsingswet is gelegd.

Het is de wet die alles en iedereen politiek tot op het bot zal verdelen. Partijen raken intern verscheurd, de Eerste Kamer denkt er anders over dan de Tweede, parlementariërs draaien op één dag 180 graden, de minister wil eerst niet maar dan wel, tot en met de Brabantse VVD, die zich zomaar terugvindt aan de zijde van de SP.

Het duurt vijf jaar voor de wet er is. Na eindeloos gesteggel is het CDA’er Maria van der Hoeven die, vers in functie als minister van Economische Zaken, in 2007 in zes weken tijd de splitsing door het parlement jaagt. In het kabinet daarvóór was ze, als minister van Onderwijs, nog tegen.

‘Er waren dingen veranderd’, zegt Van der Hoeven nu. ‘Ondanks een belofte dat ze zich zouden concentreren op de nationale markt, waren energiebedrijven toch weer bezig met buitenlandse avonturen. Daardoor kwamen de netten in gevaar. Ik heb gezegd: zo kan het niet langer.’

Het is de vraag in hoeverre de bedrijven inderdaad met nieuwe buitenlandse avonturen waren begonnen. Feit is wel dat juist deze ingreep de verkoop van de energiebedrijven heeft versneld. Door de splitsing veranderde Essent van een bijzonder kredietwaardig (triple A) in een veel twijfelachtiger bedrijf (B-rating). Dit betekent dat alles, van het inkopen van gas tot het bouwen van nieuwe centrales, duurder werd, en het resterende deel veel riskanter zou worden voor de provinciale en gemeentelijke eigenaren.

Zo werd de oplossing voor een probleem het nieuwe probleem.

‘We kwamen daarna algauw tot de conclusie dat Essent niet alleen verder kon’, zegt Moons. ‘We moesten echt op zoek naar een partner.’

Die lag natuurlijk voor het oprapen. Met Nuon zou Essent een redelijk grote speler worden op de Europese markt. De twee bedrijven hadden op 1 februari 2007 al aangekondigd samen verder te willen – liefst ongesplitst. De combinatie zou eventueel nog op zoek kunnen gaan naar buitenlandse samenwerkingspartners.

Maar op 7 september kondigden de bedrijven aan dat het toch niet ging lukken. Het boterde niet tussen bestuursvoorzitters Michiel Boersma en Ludo van Halderen, is de ene theorie. Volgens een andere opvatting wilde Gelderland, de grootaandeelhouder van Nuon, geen fusie omdat het in de combinatie zou ondersneeuwen.

Van der Hoeven deed nog een poging en sommeerde de twee partijen naar Den Haag. In haar kamer aan de Bezuidenhoutseweg zaten Boersma en Van Halderen stuurs voor zich uit te kijken. ‘Valt hier echt niet over te praten?’, vroeg de minister. Nee, zei Van Halderen. En ieder ging zijns weegs.

‘Essent en Nuon hadden echt samen moeten gaan’, zegt Van der Hoeven nog steeds. ‘Maar ja, het meisje wilde niet.’ Boersma wil er niet meer over praten. ‘We moeten niet terugblikken, we moeten vooruitkijken’, is het enige wat hij er nu over kwijt wil.

De twee partijen zoeken afzonderlijk verder en een jaar later ishet zover: Essent heeft RWE uitverkoren, en Nuon aanvankelijk het Italiaanse ENI, later het Zweedse Vattenfall.

Vooral de deal van Essent trekt de aandacht, juist vanuit politiek Den Haag. Minister Van der Hoeven (CDA), degene die de splitsing heeft doorgedrukt, roept de aandeelhouders van Essent nu op toch vooral goed na te denken voor ze een beslissing nemen. Kamerlid Diederik Samsom (PvdA), spreekbuis voor Wouter Bos, wiens partij de splitsing in feite heeft bedacht, roept zijn partijgenoten in de provincie zelfs op tegen de deal met RWE te stemmen.

‘Ik vond dat we die splitsing niet hadden moeten doen’, zegt Moons. ‘Maar ik neem wel mijn verantwoordelijkheid. En dan is het zover, en dan komen er allerlei bezwaren. Juist vanuit Den Haag.’

Bos sommeert de verantwoordelijke gedeputeerden van Essent en Nuon voor overleg naar Den Haag. Hij is zelf te laat op de afspraak. Diederik Samsom neemt alvast het woord. ‘Kunnen jullie je nog tegen die deal keren?’, vraagt hij aan Moons en Marc Calon, gedeputeerde in Groningen, dat 6 procent van Essent bezit. Moons en Calon weigeren. Dan richt hij zich tot Harry Keereweer (Gelderland) en Carolien Gehrels (Amsterdam), verantwoordelijk voor Nuon. ‘Kunnen jullie niet kiezen voor Vattenfall in plaats van ENI?’

Als Bos arriveert, beklaagt hij zich erover dat juist PvdA’ers zo in beeld zijn bij de verkoop van de energiebedrijven. Bos is vooral bang voor ophef tijdens het partijcongres, en schade bij de Europese verkiezingen. ‘Kunnen jullie niet CDA’ers het woord laten voeren?’

Potverteren
Moons is nog verontwaardigd over de insinuatie dat de provinciale bestuurders niet wisten waar ze mee bezig waren, en zouden gaan potverteren. ‘Dat vond ik zo badinerend. Maar ik bleef bij mijn lijn. Ik raakte er steeds meer van overtuigd dat RWE echt de juiste partner was.’

Moons vraagt een paar keer aan het kabinet wat het dán wil. De splitsing terugdraaien? Dat kon. Dan zou er wel een oplossing moeten worden bedacht voor de provincies, die eigenaar zouden zijn van kwetsbare energiebedrijven.

Bernard Wientjes van werkgeversvereniging VNO-NCW doet een suggestie als hij in een brief premier Balkenende oproept de uitverkoop tegen te houden. Hij suggereert dat pensioenfondsen een aandeel in de bedrijven moeten nemen. Boersma leest het in de krant, is not amused en belt Wientjes meteen op. ‘Om hem eens even flink de waarheid te zeggen.’ Maar het is niet nodig, de brief heeft geen enkel effect: Wientjes wordt weggehoond.

‘Als Den Haag consequenties had getrokken uit zijn eigen krokodillentranen, dan had het onze aandelen moeten kopen’, zegt Moons. ‘Dat hebben we ook voorgesteld. Als je banken kunt kopen, dan misschien ook de energiebedrijven wel. We hadden een vriendenprijs kunnen maken. Maar daar is visie voor nodig. Als je die niet hebt, wordt het lastig.’

Van der Hoeven maakt nog steeds korte metten met die suggestie. ‘Zo’n nationaal energiebedrijf is een Sovjet-Russisch model dat voor de consument niet bijzonder gunstig zou zijn geweest. En heb je daarmee de leveringszekerheid gegarandeerd? Ik denk het niet, als je kijkt naar het onderhoud in zulke landen. Bovendien, als je dat doordenkt, komt er niets terecht van alle groene initiatieven die nu op de vrije markt ontstaan. Windmolenparken, warmtekrachtcentrales, energieproducerende kassen. Die decentrale opwekking draai je met één staatsbedrijf wel de nek om.’

En dus gaat de verkoop gewoon door. Ook de provincie Noord-Brabant, aanvankelijk tegen, stemt er alsnog mee in, als blijkt dat het aandeel van 30,8 procent tóch niet doorslaggevend is. Na alle ophef en losse schroeven stemt gewoon 100 procent van de Essent-aandelhouders voor de verkoop.

Is het erg? De SP, de enige consequente partij in het dossier, is nog steeds tegen. Moons zegt hoe dan ook vertrouwen in RWE te hebben, al zal de toekomst moeten uitwijzen of dat terecht is. En Diederik Samsom is bijgedraaid. ‘We hebben RWE tot het uiterste getergd. De discussie heeft ertoe bijgedragen dat er harde beloften zijn gedaan over duurzame investeringen. Zoals het er nu bij ligt, ben ik optimistisch over de toekomst.’

Waarschijnlijk komt Jürgen Großmann, de fysiek reusachtige baas van RWE, komende week uit zijn kantoor op de 25ste verdieping van de zogeheten Power Tower in Essen om Essent in Arnhem definitief in te lijven.

Hoe vindt hij dat het gelopen is? ‘Ik weet niet genoeg over de Nederlandse energiepolitiek om er een oordeel over te geven. En wat ik ervan weet, begrijp ik niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden