Het noodlot reet talentvolle vriendenwielrenploeg uiteen

Midscheeps geraakt door de koers

Met zijn vijven waren ze. Wouter Weylandt, Dimitri De Fauw, Kurt Hovelijnck, Bert De Backer en Iljo Keisse. Wielrenners van het Vlaamse land, trainingsmaten op het jaagpad langs de Schelde. Totdat het lot in verschillende gedaanten meedogenloos toesloeg.

De streep op het jaagpad, getrokken door Wouter Weylandt en Bert De Backer toen hun loopbaan nog moest beginnen. Foto Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Als het peloton vanmiddag in de finale van Omloop Het Nieuwsblad over de Zwijnaardse Kasteelbrug in de richting van Gent davert, kan Iljo Keisse (34) nog snel een blik naar beneden werpen. Bij een pijler begint het jaagpad langs de Schelde naar het zuiden, richting Oudenaarde. Hier heet het de Zonneputtragel. Op februaridagen lost de smalle strook asfalt in de verte vaak op in winternevelen. Iljo kent er elke centimeter, het fundament voor zijn bestaan als renner van Quick-Step en zijn lange reeks successen op de baan, is hier gelegd.

Hij heeft op die 22 km tussen Gent en Oudenaarde misschien wel in totaal de omtrek van de aarde gefietst. Hij reed er als tiener en jonge twintiger met jongens uit het Gentse en omstreken: met Dimi, Wouter, Kurt en Bert. Wiel aan wiel, kop over kop. Vaak twee keer op en neer en een lus door de Vlaamse Ardennen eraan vast, dan stond er bij thuiskomst maar mooi 180 kilometer op de teller.

Het pad langs populieren, broekbos en grasland was voor die jonge gasten de startbaan naar het walhalla van de wielerwereld - het profpeloton. Allemaal zijn ze er gekomen. Ze wilden Tom Boonen zijn, rockster op de fiets, met een erelijst vol greatest hits. Ze blondeerden hun haar als dat van Frank Vandenbroucke, de coureur met panache. Ze kantelden hun stuur naar achteren zodat de remgrepen hoger kwamen te staan. Dat hadden ze bij VDB gezien.

Wat ze niet konden weten was dat zich in die jaren nog een zesde metgezel in hun wiel had vastgebeten. Onzichtbaar doorgaans, totdat hij in de gedaante van het noodlot meedogenloos op kop ging rijden en de jongens van het jaagpad verslagen achterliet. De berichten over hun afzonderlijke drama's haalden de krant, de radio en de tv. Journalist Matthias M.R. Declercq reconstrueerde in het boek De Val het verhaal over de vijf van Gent, die telkens midscheeps werden getroffen door de koers.

Iljo opent in wielerkleding de deur van zijn in wit geverfde baksteen opgetrokken bungalow in Destelbergen, oostelijk van Gent. Excuus, hij baadt in het zweet, zojuist heeft hij anderhalf uur op de rollers doorgebracht, na een korte training op de weg met wielermaten uit de buurt.

Lees verder onder de kaart.

Foto de Volkskrant

De vrienden

Hij rijdt weer met anderen uit het vak. Tiesj Benoot van Lotto Soudal, Edward Theuns van Trek-Segafredo, Nikolas Maes van Quick-Step. Bert De Backer van Sunweb pikt ook wel eens aan, hij is de Bert van het kwintet op het jaagpad. Ze hebben een naam, SVGG, Sportvrienden Groot-Gent. 'Eigenlijk is dit een wat homogenere groep dan die van toen. Die bestond meer uit vriendschappen tussen twee. Dimi en ik, of Wouter en ik. Wouter en Dimi weer wat minder.'

Iljo is het plechtanker in deze geschiedenis. Hij ontmoette Dimi op de open wielerbaan van Blaarmeersen, waar zijn vader bier tapte. Wouter, klasgenoot, ging mee trainen. Bert en Kurt, beiden van het Meetjesland, sloten later aan. Aan tafel in de woonkamer, na een douche, laat hij ze in terugblik weer voorbij komen.

Dimitri De Fauw is een beer van een vent. Tarzan noemen ze hem. Een sprinter met dynamiet in de dijen. Altijd maar grappen en grollen. Maar grenzeloos. Hij rijdt wel eens opzettelijk tegen een auto aan die net iets te ver op het fietspad staat en laat zich dan met veel misbaar vallen. Een renner uit Wales die zich wil omkleden in een vertrek dat voor de Belgen was bestemd, krijgt meteen een beuk. Patat, zo op zijn bakkes. Dimi, zegt Iljo, had moeite met normen en waarden. Zijn vader zat geregeld in de bak. Inbraken, losse handen. Dimi is de eerste van het stel die een profcontract krijgt, bij Quick-Step.

Wouter Weylandt is ook een sprinter, een fractie minder rap dan Dimi, een beetje een kamikazepiloot, al zou hij later wat voorzichtiger zijn. Glamourboy. Elke dag andere ringen in het oor. Snel wisselende kapsels. Hij draagt soms een bril met glazen zonder sterkte, een bril is cool. In 2008 wint hij in een massasprint een etappe in de Vuelta, in 2010 komt hij op de derde dag van de Giro d'Italia als eerste over de streep in Middelburg.

Kurt Hovelijnck is het type harde werker. Een ijzeren karakter. Nooit zagen - zeuren op z'n Vlaams. Doordoen. Zo zijn die van het Meetjesland. De rol van knecht is hem ook goed. Hij gaat fietsen voor Chocolade Jacques.

Boerenzoon Bert De Backer is gebouwd voor het klassieke werk. Hij zweeft over de kasseien, Parijs-Roubaix voelt als zijn koers. Hij kan ook sprinters in stelling brengen. Maar hij houdt ook rekening met een leven na de koers: hij studeert voor leraar lichamelijke opvoeding. Een verstandige jongen, zegt Iljo.

Zelf ziet hij zich niet als het grootste talent, maar als een renner die op techniek en koersinzicht goede resultaten kan rijden. Op de piste rijgt hij de zeges aaneen, eerst met Dimi, later met onder anderen Matthew Gilmore en Kenny De Ketele. Vanaf 2013 rijdt hij meer op de weg. In 2015 wint hij de slotrit van de Giro.

Iljo Keisse. Foto Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Hoe het begon

Begon het onheil in 2006, in de overdekte wielerbaan van Gent, 't Kuipke? In de nacht van 25 naar 26 november maakt Dimitri De Fauw zich los uit het rondrazende peloton en raakt met zijn stuur verstrikt in dat van de Spaanse renner Isaac Gálvez die op dat moment naast hem opduikt. Als de boel weer losschiet, stuift Gálvez omhoog en stuit met zijn borst tegen de balustrade. Zijn ribben perforeren zijn hart. Hij overlijdt onderweg naar het ziekenhuis. Andere renners horen Dimi schreeuwen. 'Het is mijn schuld, mijn stomme schuld!' Sindsdien, zegt Iljo, was hij een wrak.

Ze hebben veel op hem ingepraat. Dat hij het een ongeluk was geweest, dat het iedereen had kunnen overkomen. Het hielp weinig. Ze waren eerder wat uit elkaar gegroeid, Iljo en hij. Zijn gezelschap was vaak plezant, maar geregeld ambetant, vervelend. Nog altijd een kind, een groot kind. Hij zei dat zijn vader langdurig in het ziekenhuis verbleef, Iljo zag op de tv dat die tot een jarenlange celstraf was veroordeeld. In vriendschap kun je toch eerlijk tegen elkaar zijn?

Achteraf kun je zeggen dat hij die herfstdagen van 2009 wat vreemd deed. Op de Zesdaagse van Grenoble zat hij apart in een hokje alleen maar dvd's te kijken, terwijl hij juist graag midden in het gedruis verbleef. Ze waren nog samen naar huis gereden, toen leek er geen vuiltje aan de lucht. Verhalen over vroeger, Bruce Springsteen in de cd-speler. Maar enkele dagen later, op 6 november, kreeg Iljo een sms - gek, hij weet niet eens meer van wie. 'Dimi is dood'. Tarzan had een eind aan zijn leven gemaakt, thuis, in de vroege ochtend. Iljo: 'Het kan de dood van Isaac zijn geweest. Zelf denk ik dat er meer speelde. Een mix. Die zware jeugd. Bij Quick-Step had hij het niet gemaakt, dat zat hem ook dwars.'

Intussen verbleef hij zelf in de krochten van het wielerwalhalla. Een jaar eerder was hij positief getest op het gebruik van het stimulerende middel cathine en een versluierend product. Hij had het tegen een verkoudheid ingenomen, was zijn verklaring, en de hoeveelheid kon onmogelijk prestatiebevorderend zijn geweest. De Belgische wielerbond sprak hem vrij, maar het Hof van Arbitrage voor Sport in Lausanne schorste hem alsnog voor twee jaar.

Bloed op het asfalt

De onzichtbare zesde man heeft zich al eerder doen gelden, ook al in 2009. Iljo fietst op een dag in maart op het jaagpad voor een training Wouter en Kurt tegemoet, hij had verwacht ze al eerder te zien. Hij belt Wouter. 'Waar zijn jullie?' Hij hoort een opgewonden stem. Wouter staat bij Kurt, hij heeft de ambulance gebeld. Bij Zingem was er iets gebroken in de fiets van Kurt. Het wiel? Het frame? De ijzeren renner slaat met zijn hoofd op het wegdek. Als Iljo ter plekke komt, is Kurt al op weg naar het ziekenhuis. Hij ziet bloedvlekken op het asfalt. Iemand heeft getracht ze met water uit een bidon weg te spoelen.

Kurt ligt bijna drie weken in coma. Artsen hebben zijn schedel weggenomen om druk op de hersenen te voorkomen. Een richel in het midden hebben ze laten zitten. Een hanenkam was het, herinnert Iljo zich, de aanblik had hem geschokt. Als Kurt naar huis mag, draagt hij een metalen helm. De schedel wordt maanden later teruggeplaatst. Uitgerekend Kurt - hij had pas getekend voor een grote ploeg, Quick-Step. Op pure wilskracht - hij is van het Meetjesland - komt hij na zijn herstel nog terug, in kleinere teams. Maar het blijkt toch te veel gevraagd, hij keert de koers de rug toe. Hij werkt nu in een supermarkt. Je kunt hem ook nog wel eens zien fietsen tussen Gent en Oudenaarde, kalmer aan, nu.

Fatale rit in de Giro

De laatste keer dat het noodlot zich uit het zadel verheft en de jongens van het jaagpad voorbij fietst, is op 9 mei 2011. Iljo keert die dag terug van een trainingsrit met Boonen en Juan Antonio Flecha in de Pyreneeën en krijgt een sms van de vriendin van Wouter. Ze zoekt wanhopig naar de telefoonnummers van diens nieuwe ploeg - Wouter rijdt dat seizoen net voor Leopard Trek, hij zit in de Giro d'Italia, het is de dag van de derde etappe. Ze meldt dat hij zwaar gevallen is.

Iljo zet in het hotel de tv aan en ziet dat de RAI live in beeld brengt hoe artsen zijn boezemvriend proberen te reanimeren. Tijdens de bochtige afdaling van de Passo del Bocco, een bult in de Apennijnen, was zijn pedaal blijven haken achter een muurtje en is hij twintig meter over het asfalt geschoven. Na drie kwartier wurgende onzekerheid krijgt Iljo een bericht van een VRT-journalist uit de Giro. 'Het spijt me, maat. Het is zo.' Wouters vriendin An Sophie is dan vijf maanden zwanger.

Frederiek Nolf, Wouter Weylandt en Dimitri De Fauw, drie wielrenners overleden tussen 2009 en 2011. Foto Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Botte pech

Iljo: 'Ik geloof niet in een vloek of zoiets. Het was pech, botte pech. Ik hoop tenminste dat er niet meer achter zit. Maar als je het geheel ziet... Ik was nog geen 30 en mijn twee beste kameraden kwijt. Ik weet bijna zeker dat ik nooit meer zulke goede vrienden zal krijgen. Het kan zijn dat ik schrik heb me weer zo te binden. Soms denk ik: hé, er is al zo lang niks gebeurd, is dat wel normaal?'

Hij voelde er eerst weinig voor mee te werken aan het boek van Matthias Declercq. Gesprekken zouden de wonden alleen maar openrijten, het verdriet aanwakkeren. Het pakte anders uit. Bij de glazen bier en wijn kwamen net zo goed dierbare en grappige momenten voorbij. Het was therapeutisch, uiteindelijk.

'Aan verwerking waren we nooit toegekomen. Er was geen tijd om wat dan ook een plaats te geven, er was altijd wel weer een volgende gebeurtenis die erin hakte. Ik heb het ook weggestopt. Het mocht me niet in de weg zitten. Ik kan in volle afdaling niet aan Wouter denken. En daarbij: ik heb een vrouw en twee kinderen, ik heb geen zin om somber door het leven te gaan.'

Langs het jaagpad hullen de kale takken van populieren en elzen zich in mistsluiers. Het water van de Schelde is rimpelloos grijs. Zuidelijk van de Zwijnaardse Kasteelbrug loopt een witte streep dwars over het asfalt. Wouter Weylandt en Bert De Backer hebben die geschilderd, als markering van de finish, toen hun loopbaan nog op ontluiken stond. De lijn wordt nog altijd bij geverfd. De initialen van Wouter staan erbij, zij het wat vervaagd: WW Special en de jaartallen van zijn geboorte en overlijden.

Vlak naast het pad staat een muurtje, met drie foto's: Wouter, Dimi en Frederiek Nolf. De laatste was een West-Vlaming, een maat van Wouter die hier ook wel eens fietste. Hij stierf, 21 jaar oud, op 5 februari 2009, dat rampjaar, vermoedelijk aan hartfalen in een hotelbed in Doha, waar hij deelnam aan de Ronde van Qatar. In een gedicht van wielerpoëet Willy Verhegge op het monument is de Schelde een rouwlint.

Nee, Iljo zal vanmiddag niet geëmotioneerd zijn als hij de brug over het jaagpad kruist. Hij rijdt er nog vaak. Maar telkens als hij over de witte streep komt, maakt hij een knippend gebaar met zijn vingers, zoals de winnaar van de afsluitende sprint na de training het ook altijd deed. Dat is het mooist als de zon schijnt. Dan knipt zijn schaduw het lint door en heeft het lot het nakijken.

De Val, Matthias M.R. Declercq. Manteau, 400 pagina's. €22,50. Foto Rechtenvrij
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.