Het noodhospitaal is er, nu het toilet nog

Honger hebben ze niet in kamp 'Posko 85'. Burhanuddin, dorpshoofd van Lampanya, ziet de hulp binnenstromen. Een vrachtauto dropt maandag een berg kleren, bussen drinkwater en rijst....

De verwoesting in Lhok Nga is totaal. Een betonnen huis staat nog, maar niet waar het voor de ramp stond. Het hele huis is door de golven opgepakt en staat nu dwars over de weg. De vrouwengevangenis is niet meer te vinden. Die is door de zee meegenomen, met gevangenen en al.

Niets biedt meer bescherming tegen de zon die rond het middaguur genadeloos op de verwoeste vlakte brandt. Militairen hebben het werk aan een massagraf aan de rand van de vlakte laten liggen. Een stapel lijken ligt in de zon te wachten, terwijl de soldaten uitgeput in de schaduw zitten. Als een auto passeert bedelen zij om een slok water. Water dat even verderop bij de vluchtelingen rijkelijk wordt aangevoerd.

'Posko 85' is maar een van de talloze geïmproviseerde kampjes die aan de rand van het rampgebied zijn ontstaan. Bijna 250 duizend Atjeeërs zijn volgens de jongste cijfers van de regering hun huis kwijt.

Een Jordaans medisch rampenteam opent maandag een Jordaanse kliniek (ook Jordanië geeft om Atjeh). 'Wij kunnen elke noodoperatie aan', bluft dokter Baker Abbadi, terwijl zijn assistenten zoveel mogelijk journalisten het ziekenhuisje binnenloodsen, en de patiënten laten wachten.

'Ach, zolang de mensen er beter van worden is het niet iets om je druk over te maken', lacht de Australische arts Paul van Buynder. Hij onderzoekt maandag de gezondheidstoestand in het kamp. Die is niet slecht, geeft hij toe, maar in het gedrang om hulp te mogen verlenen zijn er nog steeds dingen die over het hoofd worden gezien. 'Er is geen toilet', zegt Van Buynder laconiek.

Van Buynder: 'Drieduizend mensen moeten maar zien waar zij hun behoefte doen. Dat wordt het grootste probleem: hygiëne en schoon water. Het Australische leger heeft een zuiveringsinstallatie neergezet die 500 duizend liter drinkwater per dag kan maken. Wij moeten nu gaan zorgen dat dat water ook bij de mensen komt die het nodig hebben.'

De overheid zou dat kunnen regelen maar de Indonesische overheid is nog steeds de grote afwezige in het hulpverleningscircuit. Geen mens in Atjeh heeft acht dagen na de ramp nog iets gezien van de hulp die de regering heeft toegezegd. Regeringswoordvoerder H. Agus Salim doet zijn best uit te leggen dat dat niet betekent dat er niets gebeurt. 'De regering probeert systematisch te werk te gaan', legt hij uit. Bovendien heeft de overheid het moeilijk. Het lokale bestuur is erg gehandicapt omdat 80 procent van de ambtenaren in Atjeh zelf op een of andere manier getroffen is door de ramp. De regering in Jakarta heeft daarom ambtenaren en studenten van de hogere ambtenarenschool gestuurd om het kreupele overheidsapparaat weer op gang te brengen. 'Maar dat kost tijd', erkent Salim.

Vluchtelingen storten zich op de hulp die er is. Vrouwen graaien in de berg kleding en kinderen dringen voor bij de koekjes. Even zijn zij de gelukkigen. Zodra zij terug zijn bij hun tenten zijn zij echter weer overgelaten aan hun eigen particuliere ongeluk.

De 18-jarige Fitri zit voor haar tent in kamp Gue Gajah en bergt haar gezicht in haar handen. Haar familie is weg. Zij heeft alle lijkenzakken in haar dorp Puji opengemaakt, maar niemand gevonden. Nu zij zit hier in dit kamp waar zij niemand kent, zonder geld om ergens anders heen te gaan. Boven Fitri's hoofd dreunt de monotone stem van een omroeper, die zonder pauze namen en telefoonnummers omroept van mensen die gevonden willen worden. Niemand luistert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden