Het nog steeds springlevende staartmens-denken

Weg met alle stereotypen en racistische en seksistische vooroordelen, luidt de boodschap van Mineke Schipper. De tijd is rijp dat een zwarte ook kan opmerken dat 'white beautiful' is....

ER STAAN ERG VEEL citaten en citaten van citaten in De boomstam en de krokodil, het jongste boek van Mineke Schipper. Een van de mooiste is van de Chinese filosoof uit de elfde eeuw Shao Yong: 'Ik ben gelukkig omdat ik een mens ben en geen dier, een man en geen vrouw, een Chinees en geen barbaar, en omdat ik in Loyang woon, de prachtigste stad ter wereld.'

Shao Yong slaagt erin duidelijk te maken wie hij is - en hoe hij zich voelt - door aan te geven wie en wat hij niet is. Zijn uitspraak geeft kernachtig weer waarover De boomstam en de krokodil gaat: over etnocentrisme en zelfvoldaanheid, en bovenal over de manier waarop mensen een beeld van anderen fabriceren om te laten zien wie zij zelf zijn, namelijk anders dan die anderen.

Lange tijd hebben we gedacht dat reisverhalen en beschrijvingen van verre volkeren voortkwamen uit nieuwsgierigheid naar de leefwijze en vreemde zeden van die mensen. Sinds enkele decennia zijn we echter geneigd een geheel andere betekenis te hechten aan dergelijke geschriften. Het zijn constructies van de ander die ons zelfbeeld bevestigen. Eigen voortreffelijkheid, beschaving, redelijkheid en godsdienstigheid worden in reliëf gebracht door anderen te beschrijven als minderwaardig, onbeschaafd, emotioneel en bijgelovig.

Evans-Pritchard, een van de belangrijkste antropologen uit de vorige generatie, heeft een beroemd boek geschreven over de denkwereld van de Azande, een volk in het zuiden van Sudan. Hij zou ooit hebben gezegd dat hij eigenlijk helemaal niet zo geïnteresseerd was in de Azande. Het ging hem eigenlijk om een verkenning van zijn eigen cultuur. Zijn minutieuze beschrijving van het denken van de Azande hielp hem om beter te begrijpen hoe mensen in Londen en Liverpool dachten.

Antropologen, historici en literatuurwetenschappers hebben deze diepere beweegreden van hun werk onderkend en spreken sindsdien over 'Zelf' en 'Ander', bij voorkeur in hoofdletters. Het boek van Mineke Schipper sluit zich bij deze nieuwe trend aan. Zij heeft het over een 'westerse multi-nationale otherness-industrie': de produktie van de Ander in literatuur, film, reclame, maar ook in wetenschappelijk werk.

Het beeld van de primitieve Ander was zowel een uitnodiging tot kolonisatie en missionering als een legitimatie ervan. Bovendien ging die negatieve beeldvorming hand in hand met economische belangen van degenen die de definities bedachten. Kolonisatie leverde ook wat op. Ideeën over cultuur, ras, 'gender' en wetenschap zijn dus verkapte vormen van zelf-definitie. Zij impliceren een scheidslijn tussen 'wij' en 'zij'. De Nigeriaanse schrijver Achebe spreekt van 'gerieflijke mythen', verhalen die het gerief dienden van degenen die ze optekenden, Europeanen.

Een van de fraaiste voorbeelden van zo'n mythe is die van de staartmens, de homo caudatus, die in Afrika en andere streken gesignaleerd zou zijn. Zelfs Voltaire maakt er gewag van. Het bestaan elders van zo'n wezen, half mens/half dier, onderstreept de staartloosheid en honderd procent menselijkheid van de eigen soort. De staartmens zelf mag van het toneel zijn verdwenen, het caudatus-denken, merkt Schipper op, is nog springlevend. Nog steeds worden de vreemdste eigenschappen toegedicht aan anderen. Men leze de berichten in de krant en populaire pers over Afrika.

Maar etnocentrisme is niet een westers monopolie. Ieder volk heeft er een portie van nodig om 'gezond' te blijven en in zichzelf te kunnen blijven geloven. Ook in Afrika bestond en bestaat het caudatus-denken, al wordt daar in Schipper's boek weinig over gezegd. Een glimp van het Afrikaanse wij-versus-zij-denken is terug te vinden in de titel van haar boek, die ontleend is aan een Mandinka spreekwoord: 'Al ligt de boomstam nog zo lang in het water, hij wordt nooit een krokodil.' Haar uitleg: de buitenstaander zal er nooit een van ons worden, nooit een echte Mandinka.

Schipper bespreekt hoe degenen die het voorwerp en slachtoffer zijn van de negatieve westerse projecties, daarop reageren. Sommigen schikken zich erin. Zo zijn er diverse 'gerieflijke mythen' die uitleggen waarom Europeanen wit, rijk, slim en goed zijn, en Afrikanen zwart, arm, dom en slecht. Anderen verzetten zich, maar hun verzet houdt tegelijkertijd een bevestiging in van het geconstrueerde onderscheid: zij trachten zich de cultuur van de kolonisator eigen te maken; het zijn de witte Afrikanen.

De meeste aandacht gaat echter uit naar degenen die de witte projecties pareren met tegen-projecties en hun anders-zijn cultiveren. Schipper bespreekt een aantal Afrikaanse en Afro-Amerikaanse bewegingen om deze reactie te illustreren: het Pan-Afrikanisme, de Negritude-beweging, de Harlem Renaissance, de Black Arts Movement en Black Power.

De witte projecties werden in veel gevallen overgenomen en van een positieve waardering voorzien. 'Het mythische witte geloof in zwarte potentie, die oude angstprojectie van blanken sinds de slavernij, werd zo door zwarte mannen overgenomen: ze begonnen nu zelf te bevestigen dat zwarten emotioneler waren dan blanken, 'harder en wilder, en seksueel onverzadigbaar', en dat de witte cultuur de witte man natuurlijk impotent maakte en de zwarte extra mannelijk.'

Schipper's commentaar op deze bewegingen is ambigu. Enerzijds erkent zij dat een dergelijke reactie nodig was voor Afrika om zich te ontdoen van het racistisch imago dat het koloniale tijdperk had voortgebracht. Anderzijds bekritiseert zij de krampachtigheid en intolerantie van deze bewegingen ten aanzien van afwijkende opvattingen. Maar ze toont ook begrip. 'Voordat we een open maatschappij creëren, moeten we eerst onze gelederen sluiten', citeert ze een Zuidafrikaanse auteur.

Vooral voor Afrikaanse vrouwen is dat 'sluiten van de gelederen' zeer nadelig geweest. Zij werden van twee kanten gekoloniseerd. Witte feministen vielen hen lastig met witte preoccupaties en in bewegingen als Black Power overheerste een macho-filosofie die zo mogelijk nog kwalijker gevolgen voor hen had. Zwarte vrouwen werden geconfronteerd met seksisme in eigen gelederen en etnocentrisme van 'de overkant'.

Van dit laatste geeft de Nigeriaanse schrijfster Emecheta een sprekend voorbeeld in een van de interview-fragmenten waarmee het boek eindigt: 'In Pennsylvania vertelden vrouwen mij trots dat ze geld hadden gekregen van de Ford Foundation voor een vrouwenproject in Ghana: ze wilden dat besteden aan de problemen van de Ghanese lesbische vrouw, zodat die in haar land dezelfde rechten zou hebben met haar partner als een getrouwd paar. Ik viel om van verbazing. (. . .) De meeste Afrikaanse vrouwen zijn de hele dag bezig met de strijd om het bestaan, ze sjouwen water, zoeken brandstof om eten te koken, ze werken op het land om al ploeterend hun gezin in leven te houden. (. . .) Kom niet aan met zelfbevredigende solidariteit.'

Het boek eindigt met een pleidooi voor de verwijdering van alle stereotypen en racistische en seksistische vooroordelen; een nieuw tijdperk waarin iemand met een zwarte huidskleur ook kan opmerken dat 'white beautiful' is zonder iets verkeerds gezegd te hebben. In het visioen van Schipper maakt de boomstam van het Mandinka spreekwoord plaats voor het symbool van een Ashanti goudgewichtje: twee krokodillen die samen één maag hebben. Haar uitleg, met enige dichterlijke vrijheid, luidt: 'Zelf' en 'Ander' zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, in goede en kwade dagen.

Zij duidt het nieuwe tijdperk aan met 'postkolonialiteit'. Een mooie droom misschien, maar voorlopig nog een utopie. Bovendien, wat zouden we moeten doen als we geen stereotypen meer hadden? Zouden we nog weten wie we zelf zijn? Anil Ramdas zegt het in een van de interviews heel aardig. Wat ze van hem denken zal hem een zorg zijn, als ze hem maar met rust laten. De mensen mogen hun vooroordelen hebben, maar laten ze die wel voor zich houden. Ze lopen toch ook niet te koop met hun aambeien?

Sjaak van der Geest

Mineke Schipper: De boomstam en de krokodil - Kwesties van ras, cultuur en wetenschap.

Van Gennep; ¿ 39,90.

ISBN 90 5515 067 3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden