Het niveau van het onderwijs lijkt nergens meer op

Hans Huismans stopte onlangs, na 35 jaar, met ‘het mooiste vak ter wereld’: lesgeven. De laatste jaren leek het echter alsof hij in de kinderopvang werkte....

Hans Huismans

Met weemoed heb ik afscheid genomen van onze school. Niet aan het eind van het schooljaar, en niet van de huidige school, maar al zo’n tien jaar geleden, van de school die het de 25 jaar daarvóór was.

Tegenwoordig ervaar ik de school als een instituut voor kinderopvang. Het klimaat is warm, de sfeer gezellig en we bezorgen onszelf en de kinderen een leuke tijd. Dat is niet slecht, eigenlijk zelfs wel prettig. Maar of je plezier hebt in je werk, heeft ook te maken met of je voldoening haalt uit je werkzaamheden en van het gevoel dat je het niet voor niets doet.

Die gevoelens kunnen alleen ontstaan als je (1) het idee hebt dat je op het juiste niveau werkt, in alle leerjaren en geledingen, als (2) de prestaties die op dat niveau geleverd worden, goed zijn, en dat is in mijn ogen als minimaal 90 procent van de leerlingen een voldoende voor jouw vak heeft, en het klassengemiddelde minimaal 6,5 is. En (3) als je je door collega’s en leiding gewaardeerd weet.

Dit nu is al jaren niet meer een vanzelfsprekendheid. Het niveau lijkt nergens meer op, de prestaties zijn schrikbarend laag, ondanks allerlei bijstellingen naar beneden in hoeveelheid, zwaarte van de stof en normering. Kennisoverdracht is een vies woord geworden, communicatieve vaardigheid daarentegen het toverwoord. Van niveaubewaking is geen sprake, in elk leerjaar lijk je weer op niveau nul te beginnen, en geleerd wordt er nog steeds niet – men is er immers aan gewend toch nog wel een 5,5 te krijgen en over te gaan, waarom zou je dan?

Het hebben van kritiek op het schoolbeleid of op de ontwikkelingen in het onderwijs leidt al snel en onherroepelijk tot het ter discussie stellen van je eigen functioneren. Wie kritiek heeft, of beleid of ontwikkelingen een andere richting op wil sturen, stelt zich buiten de groep, is niet loyaal, is niet ‘flexibel’ – ook zo’n toverwoord waarmee je elke teloorgang kunt verdoezelen en goedpraten. Als je een andere mening hebt, nog wel op een zeker niveau wilt werken, dan ben je star, ouderwets, te rechtlijnig, overspannen, rechts, of niet empathisch, zodat je mening er dus niet meer toe doet.

Vanwege dit soort perikelen waren de laatste tien jaar voor mij tropenjaren, niet vanwege de leeftijd of een verminderd incasseringsvermogen, maar omdat we les moesten geven en een school runnen vanuit in mijn ogen verkeerde principes. Niet een visie, maar het onderhandelingsmodel werd in allerlei situaties en bij allerlei beslissingen gehanteerd. Niet de eigen kracht, kunde, of visie leidde de dans, maar twee allesbeheersende factoren: angst (voor het aantal nieuwe aanmeldingen, lastige ouders, artikelen in de krant, de inspectie of het ministerie) en geld: kwaliteit wordt willens en wetens opgeofferd als dat meer kost.

Door hervormingen hebben we een generatie verloren laten gaan, een generatie met een groot gebrek aan kennis en een elementair verkeerde grondhouding, overtuigd als zij is van de ‘onderhandelbaarheid’ van elke norm en regel.

Door onze ijver de leerlingen een ‘leuke tijd’ te bezorgen, is de school een veredelde crèche geworden, waarin het als kennisinstituut gecrasht is. Vorig jaar bijvoorbeeld gaf ik in vwo-6 proeftoetsen die we voorheen in de derde klas gebruikten en de resultaten waren minder. Waar de basisvorming bedoeld was om mindere goden op een hoger niveau te brengen, is het lagere niveau nu juist de norm geworden. Waar het studiehuis bedoeld was om kansen te bieden aan de initiatiefrijken, is het voor de meesten verzand in lamlendigheid en minimalisme.

Onderwijs is misschien wel het mooiste vak dat er is – als je als leraar het gevoel hebt dat je werk er toe doet, dat je kinderen echt wat leert, dat je hen klaarstoomt voor de maatschappij en de rest van het leven, als je kortom het idee hebt dat je inspanningen vrucht dragen. Dát nu is niet meer het geval, of althans veel minder, en dat zie je ook terug in de docentenkamer: de humor is weg, de solidariteit, het idee van ‘wij doen het toch maar met zijn allen’. Nu klinkt er telkens de vraag: ‘Hoe lang moet jij nog?’ Wie weggaat, wordt benijd!

Het is tijd dat de school weer een onderwijsinstituut wordt. We staan aan de rand van de afgrond met ons ‘Nederland, Kennisland’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden