Analyseplaatselijke lockdown

Het nieuwe normaal: hier en daar een lokale lockdown

Straatbeeld in de Britse stad Leicester, waar vanwege het oplaaien van het coronavirus een lokale lockdown is afgekondigd. Kroegen, restaurants en kerken, die elders in het land zaterdag opengaan, blijven hier gesloten. Beeld EPA

In Groot-Brittannië, Spanje en Duitsland gebeurde het al: steden die net weer waren geopend, gingen opnieuw in lockdown. Een kwestie van tijd voordat we ook in Nederland te maken krijgen met het fenomeen ‘plaatselijke lockdown’?

Het is zomer, en in heel Europa komt het openbare leven weer langzaam op gang. Héél Europa? Nee, in enkele kleine nederzettingen blijft het virus moedig weerstand bieden. In totaal zo’n driekwart miljoen Europeanen maakten mee hoe hun dorp, stad of streek opnieuw op slot ging nadat het virus er weer om zich heen begon te grijpen.

Dat is, kennelijk, het nieuwe normaal. In de Noord-Spaanse provincie Huesca bracht men in drie deeldistricten het aantal toegestane bezoekers aan winkels en bars terug na een uitbraak onder rondtrekkende fruitplukkers. Rondom de Duitse stad Gütersloh besloten de autoriteiten de horeca en scholen nog zeker een week gesloten te houden na de corona-uitbarsting bij slachterij Tönnies (1.550 mensen besmet).

En dan is er Leicester, de trotse, 330 duizend zielen tellende kathedraalstad in het hart van Engeland. Nadat er in een week tijd 900 nieuwe besmettingen opdoken, besloot men de pubs, scholen en niet-essentiële winkels weer te sluiten. De stad is in ‘plaatselijke lockdown’: een woord dat steeds vaker valt.

Want waarom het hele land op slot doen als er maar één gebied in brand staat? Nu het virus enigszins onder controle is en de gezondheidsdiensten met teststraten, steekproeven en vernuftige voelsprieten zoals rioolwateronderzoek de brandhaarden preciezer in kaart kunnen brengen, worden ook de lockdowns meer precisiewerk.

Café-eigenaar Abbie Wilson ontsmet haar stoelen tijdens de lokale lockdown in Leicester.Beeld Getty Images

Café gesloten

Wat dat betreft is Nederland de dans nog ontsprongen. Al in diverse steden en dorpen waren er microlockdowns nadat er ergens een ziektecluster aan het licht was gekomen. In onder meer Den Haag en Glanerbrug sloten enkele scholen, in Maassluis draaide een verpleeghuis de verruimde bezoekregeling tijdelijk terug, in Heerlen sloot deze week nog een café na een besmettingsgeval.

Het dichtst bij een plaatselijke lockdown kwam deze week het Gelderse dorp Twello, waar bij een visverwerkingsbedrijf 43 werknemers besmet bleken met het virus. Het zorgde ervoor dat Voorst, de gemeente waaronder Twello valt, opeens rood oplichtte op de landelijke coronakaart: hier is een brandje gaande. Het bedrijf nam maatregelen, de plaatselijke GGD probeert de uitbraak momenteel te smoren door de contacten van de werknemers in kaart te brengen.

Meer is vooral aan de orde als de GGD de greep op de virushaard verliest. Het ‘cluster’ wordt dan een uitbraak, er komen extra maatregelen, en ineens verrijst er uit die mist aan regels en aanscherpingen spontaan iets wat je een lokale lockdown zou kunnen noemen. In Gütersloh haalde men zelfs het groepsverbod weer van stal; in de Spaanse lockdownregio’s bleef het bij een beperking op het aantal bezoekers aan winkels en zwembaden.

Maatwerk is daarbij het toverwoord, verwacht woordvoerder Daniël de Vos van de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, met ongeveer 17 besmettingen per dag momenteel coronakoploper van het land. ‘De strategie die we nu hebben, is bron- en contactonderzoek. We hebben geen plannen klaarliggen om wijken of steden te sluiten’, benadrukt de zegsman. ‘Maar mocht het ooit mis gaan, moet je het per geval beoordelen. Een eiland kun je makkelijker afsluiten dan een stadswijk waar doorgaande wegen doorheen lopen.’

Het is een spel waarin het ‘coronadashboard’ waarvan het ministerie van Volksgezondheid donderdag de definitieve versie online zette opeens cruciaal is. Zie Duitsland, dat afsprak: als de coronateller in een district een week op 50 besmettingen per 100 duizend inwoners staat, is het tijd voor alarm. Ook in Nederland is het dashboard sinds deze week voorzien van ‘stoplichten’ die op oranje of rood kunnen springen als het aantal besmettingen of ziekenhuisopnamen oploopt – de ‘signaalwaarden’ liggen bij 40 ziekenhuisopnamen per dag of 10 ic-opnamen per dag, en dat drie dagen lang.

Een hek kan volstaan

Toch is zelfs rood licht ‘nooit een automatisme’ om in te grijpen, aldus het ministerie. Zo is er altijd nog de mogelijkheid dat een uitbraak zich afspeelt in een bepaalde afgebakende subgroep, zodat men niet een heel gebied hoeft af te sluiten maar zich op een bepaalde gemeenschap kan richten. Zie opnieuw Gütersloh, waar men letterlijk een hek plaatste rondom een flatgebouw waar veel Oost-Europese slachterijmedewerkers wonen. Of neem Israël. Begin vorige maand sloot men er negentig scholen nadat het aantal besmettingen juist onder de schoolgaande jeugd sterk begon te stijgen.

RIVM-hoofdwetenschapper Jaap van Dissel zegt het medisch: ‘Alles hangt af van de diagnose. Arbeidsmigranten bijvoorbeeld vormen een vrij separate groep die vaak weinig contacten heeft met de plaatselijke bevolking. De kans op spillovers van het virus naar de lokale bevolking is dan gering, en de additionele lockdown die je nodig hebt klein.’

Veel vaart lijkt het in ons land nog niet te lopen. De regio met de minst gunstige dashboardcijfers per honderdduizend inwoners is momenteel de Gooi- en Vechtstreek. Maar met 1,9 besmettingen per 100 duizend inwoners zit men ook daar nog mijlenver verwijderd van de cijfers die Leicester en Gütersloh tot lockdown dwongen.

Dat is maar goed ook, zegt een woordvoerder van de veiligheidsregio desgevraagd. ‘We zijn bezig scenario’s te onwikkelen: what if. Maar vooral zijn we vooruit aan het kijken naar de afschaling. Daar is iedereen wel aan toe.’

Ook in de veiligheidsregio Midden-West Brabant (0,5 besmettingen per honderdduizend) moeten ze nog even niet aan denken aan plaatselijke lockdowns. Op wat er precies gebeurt als het aantal besmettingen onverhoopt stijgt, loopt de regiowoordvoerder liever niet vooruit: ‘Om te voorkomen dat er onrust ontstaat. We merken toch dat de mensen een beetje coronamaatregelmoe zijn.’

Lees ook

Het nieuwe normaal samengevat: niet te dicht bij elkaar staan
De contouren van de Nederlandse coronamaatschappij zijn af. Het nieuwe normaal van Rutte legt niet zozeer de nadruk op het mijden van mensenmassa’s of het controleren van burgers, maar op die regel waarvan de details per land wat verschillen: niet te dicht bij elkaar staan. Is dat het allernoodzakelijkste wat een mens tegen corona kan doen?

Er zijn te veel maatregelen, maar welke kunnen we missen? En andere dilemma’s over corona
Met drie – nee, tien – slagen om de arm zal Mark Rutte vanavond bekendmaken dat de coronamaatregelen volgende week wat verder worden versoepeld. In de samenleving groeit intussen het onbegrip over al dat op het oog overdreven gedoe. Maar waar staan we nu echt? Een overzicht in vier dilemma’s.

Bij elke versoepeling komt Nederland meer in de knel
Steeds meer wordt Nederland een land in verwarring. Met elke versoepeling neemt ook de onvrede toe over de ‘willekeur’. De lijst met sectoren die in opstand komen, groeit met de dag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden