Het nieuwe kabinet gaat wel heel ver om bedrijven te behagen

Commentaar

Goed dat de overheid meekijkt, maar niet elke Nederlandse multinational hoeft heilig te worden verklaard.

Premier Mark Rutte tijdens het debat over het afschaffen van de dividendbelasting. Foto anp

Economisch nationalisme is sinds dit jaar ook in Nederland geen vies begrip meer. Zodra een buitenlands bedrijf een van 'onze' bedrijven wil overnemen, staat de ene na de andere politicus op om daartegen te demonstreren. Vrijwel ongemerkt is de Trumpiaanse retoriek Nederland binnengeslopen. Jeroen Dijsselbloem, de voormalige minister van Financiën, sprak over 'hyenakapitalisme' en pleitte voor een wet om buitenlandse overnames te toetsen. Ook oud-minister van Economische Zaken Henk Kamp liet zich niet onbetuigd. Hij diende een wet in waarmee een overname met een jaar bedenktijd kan worden vertraagd.

De weerstand tegen buitenlandse overnames was niet altijd zo groot. Bij de vorige grote overnamegolf in 2007, toen ABN Amro door buitenlandse partijen werd belaagd, weigerde de toenmalige minister van Financiën Bos te helpen. 'Er is geen sprake van een uitverkoop', betoogde hij. 'De internationalisering is juist onze kracht.' Smeekbedes van ABN Amro-topman Rijkman Groenink mochten niet helpen.

Bedrijven worden er alleen maar beter van als ze worden overgenomen door een sterkere partij, was toen de gedachte. Groenink had zelf om deze overname gevraagd door zijn bank slecht te leiden. De bescherming die Nederlandse bedrijven in het verleden hadden, zo luidde de redenering, was al te vaak een vrijbrief om slecht te presteren. Laat de wetten van Darwin hun werk doen.

Een in zijn eenvoud aantrekkelijke theorie, maar de werkelijkheid is gecompliceerder. Het zijn niet altijd de sterke bedrijven die de zwakke overnemen. De banken die ABN Amro overnamen, hadden zich het hoofd op hol laten brengen door zakenbankiers. Al snel na de overname kwamen ze in problemen, waardoor de overheid alsnog te hulp moest komen, dit keer met een forse financiële injectie. En neem het overnamebod van het Belgische Bpost op het Nederlandse PostNL. BPost is rijker, maar niet omdat het beter presteert. Het boekte vooral zulke winsten, omdat het langer werd beschermd door de Belgische overheid.

Er kunnen dus goede redenen zijn om een overname te blokkeren, zeker nu. De huidige overnamegolf wordt vooral aangewakkerd door de honderden miljarden die ECB-president Mario Draghi in de economie pompt. Hierdoor is geld lenen bijna gratis en een overname dikwijls profijtelijk. Een bedrijf dat een overname wil doen hoeft niet eerst jarenlang goed te presteren en geld te sparen, maar kan bijna het hele bedrag lenen. Opkoopfondsen, zoals KKR dat onlangs de margarinedivisie van Unilever overnam, werken vrijwel volledig met geleend geld. Ze voegen meestal niets toe aan een bedrijf, maar slagen er niettemin in enorme winsten te maken door hun financiële trukendoos open te trekken. Het overgenomen bedrijf blijft vaak berooid achter.

Het is dus goed dat de overheid kritisch meekijkt en waar nodig de markt corrigeert, maar dat betekent niet dat elke Nederlandse multinational heilig hoeft te worden verklaard. Het nieuwe kabinet gaat wel heel ver om bedrijven te behagen. Om te voorkomen dat Unilever naar Groot-Brittannië verhuist, bleek het zelfs bereid de dividendbelasting af te schaffen. Kosten: 1,7 miljard. Imagoschade: nog veel groter, want het kabinet is in de beeldvorming in één klap het vriend-je van de rijken geworden en heeft daarmee veel draagvlak verspeeld. Niet elk bedrijf is even belangrijk. Op het hoofdkantoor van Unilever werken vijfhonderd mensen. Hoe dramatisch is het verdwijnen daarvan nu helemaal voor Nederland?

Laten we ook niet vergeten dat niet elke buitenlandse overname slecht hoeft af te lopen. KLM en de voormalige Hoogovens laten zien dat een bedrijf, zolang het maar goed presteert, ook in buitenlandse handen voldoende bescherming geniet.

Meer over