Het nieuwe gif is minder zichtbaar en niet plaatsgebonden

Toine Heijmans in Uitdam

Ik werd groot op een dieet van zure regen, chloorbenzeen en dioxinemelk. Elke avond kregen kinderen als ik een portie zware metalen toe, meestal in het Achtuurjournaal. Door de rivier van mijn jeugd stroomde fosfaat: in de Waal mocht ik niet zwemmen, het water was er bijna zuurstofloos. Nu zijn er recreatiestrandjes. Nederland was giftig. En het giftigste van alles was Lekkerkerk. Ik wist als kind niet waar dat was, en stelde me een plek voor in de parallelle wereld van Tonke Dragt, ergens onder de torens van februari, of tussen de dragonen van Smook van Jan Terlouw.

Wout Berger was al ouder toen en begon eind jaren tachtig het giftige landschap te fotograferen, aangespoord door de Kleine gifatlas, een bijlage van Vrij Nederland. Landschappen fotograferen is onwaarschijnlijk moeilijk, want meestal zijn ze saai, maar de giftigheid gaf spanning. Het werd een beroemd fotoboek: Giflandschap. En nu maakt hij een tweede: Giflandschap revisited, opnieuw een reis door vervuild Nederland. De spanning is het verschil tussen toen en nu - en de vraag wat hetzelfde bleef.

Ik zoek Wout Berger op in zijn dijkhuis, trots op twee prachtige boeken. Voor het eerste kon hij ternauwernood subsidie krijgen - niemand wilde voor de giftige waarheid betalen. Het tweede is gemaakt in opdracht: ook het milieu werd een businessmodel.

Er borrelde gas omhoog uit de natuur langs de Diemerzeedijk, de gifbelt naast Amsterdam, 'visueel de meest vervuilde plek waar ik ooit liep, heel mooi!' Op precies die plek worden nu mijn kinderen groot, ze zwemmen er in oppervlaktewater. Het gif is afgedekt met een park. Voor nu is het even weggemaakt. Het Griftpark in Utrecht, de Volgermeerpolder, de chloorhoudende koolwaterstoffen van Nieuw-Buinen: alles vervangen door natuur of door een 'landschapspark'.

De Diemerzeedijk in 1986

Dat is beschaving, zeg ik: het verleden begraven. Wout knikt, maar is minder zeker.

Vierhonderdduizend giftige plekken kende Nederland. Veertigduizend zijn gesaneerd. We zijn nog steeds niet klaar met pleisters plakken, en nog steeds kost de schoonmaak klauwen geld.

Mijn zoons leerden zwemmen in Diemen, in nieuwbouwwijk De Sniep. Daar was voorheen een teerdistilleerderij, zegt Wout: het grondwater moet er permanent gezuiverd. Vaak rij ik over het nieuwe wegdek van de A1 - precies waar Naarden Chemie z'n afval braakte. Chroom, vluchtige aromaten, chloorbenzenen, Wout vond de plek met moeite terug. Het grondwater is er nog steeds vervuild, tot 150 meter diep. Wat daarmee moet gebeuren is onderwerp van studie.

Het Diemerpark in 2017

Ik ben nog steeds omringd door gif. En dat is iedereen in Nederland.

Wout fotografeert op grootformaat, met de onmenselijke scherpte van een technische camera. Ik verdrink graag in zijn portretten van het Markermeer. Het is ogenschijnlijk kalme kunst; zijn giflandschappen bijna emotionele stillevens van plekken waar niets gebeurt. Het Diemerpark bijvoorbeeld, mijn park, is lastig te fotograferen: 'Ik vind het best wel saai.' Dat is zo, behalve voor wie de stiekeme tekens van dreiging zoekt: meetputten, haastig weggesnoeide takken, een wagen van een bodemonderzoeksbureau. Ook ik ontwijk ze liever. Kinderen groeien niet meer op met dat doembeeld aan hun voeten. Ten onrechte, misschien.

Het gif dat de Olster Asfalt Fabriek achterliet aan de boorden van de IJssel is losgestoomd, opgepompt en afgevangen. Maar nog steeds stroomt het de IJssel in, 'daar wordt nog zwaar aan gewerkt'. Net over de grens in het Geuldal bij Plombières vond Wout een zinkviooltje. Die groeien op met zink vervuilde grond, 'daar zit dus weer die spanning in'. Het Albatrosterrein bij Capelle aan den IJssel: zwavelzuur, arseen en zink. De flora is er abnormaal. Zolang zich niemand meldt die er wil bouwen, blijft het zo - eerst de plekken schoonmaken die ertoe doen, daarna misschien ooit de rest.

Het was een ingewikkelde reis door het giflandschap, zegt Wout, sommige plekken waren nauwelijks meer te herkennen, andere lagen er hetzelfde bij. Sommige kregen nieuwbouw, en een andere naam: het Aagrunol-terrein in Groningen, naar de fabriek in bestrijdingsmiddelen, heet nu De Meeuwen. Ook zo wordt de geschiedenis gewist.

Wout Berger

Ik vraag Wout wat de reis hem heeft geleerd. Hoe giftig ligt Nederland erbij? 'Het klinkt raar, maar mag ik zeggen dat op dit moment...', en hij aarzelt even. 'We zijn de gifgrond aan het inpakken, dat is groot opgetuigd, er wórdt gesaneerd. Maar we leren er geen zak van. Want we vliegen voor 50 euro naar Barcelona allemaal, en niemand heeft daar zorgen over. Vogels verdwijnen. De intensieve landbouw is milieubelastend. Dat kan toch niet? Ik denk dat het ernstig is.'

Het nieuwe gif, zegt Wout, is minder zichtbaar en niet plaatsgebonden. Maar het is er wel.

Uit alle macht plakken we pleisters op het verleden. En ondertussen slaan we nieuwe wonden.

Reageren? t.heijmans@ volkskrant.nl