HET NIEUWE GEVECHT

De aanslagen in New York en Washington hebben het westerse gevoel van immuniteit aan diggelen geslagen. het dreigingsdenken gaat een nieuwe bloeiperiode tegemoet....

In een uithoek van de krant stond een ingezonden brief. Bescheiden afgedrukt, weinig opvallend. Het was drie weken na de aanslagen op de wtc-torens in New York.

Een lezer schrijft een kaars te hebben aangestoken omdat hij de mensen niet wil vergeten die gillend opgesloten zaten in de lift, of hand in hand van de torens sprongen. 'Een kaarsje als symbool voor elk mens die verpletterd werd door deze in detail geregisseerde terreurdaad van mensen die hiermee menen hun paradijs te kunnen binnentreden.'

Het was een ingetogen briefje. Zonder onvertogen woord. En daarom des te schrijnender. Want achter de simpele woorden gaat de bittere realiteit schuil. Het gaat over slachtoffers en daders. Over conflict en geweld. Over een wereld vol tegenstellingen en strijd.

Dat die wereld bestond, wisten wij in het Westen. Maar zij was ver weg. In Afrika en Azië. Of in een Europese uithoek als de Balkan. We maakten ons zorgen over het bloedvergieten daar, maar het raakte ons niet direct. Tot op dinsdagmiddag 11 september 2001 radicale moslims toesloegen in het hart van de westerse samenleving. Twee wolkenkrabbers zegen ineen, en daarmee ook het idee van westerlingen dat zij op de drempel stonden van de eeuwige vrede.

De afgelopen jaren hadden ze in de waan verkeerd veilig te zijn op eigen grondgebied. Democratische welvaartsstaten voeren immers geen oorlog met elkaar; alleen in achterlijke gebieden wordt nog ouderwets gevochten. De terreuraanslagen in New York en Washington sloegen dit gevoel van immuniteit aan diggelen.

Ruw zijn we ontwaakt uit de kortstondige droom van een eensgezinde wereld, waarin alle tegenstrijdigheden zijn opgeheven. Waarden zullen blijven botsen, zowel tussen culturen als binnen één cultuur tussen verschillende groepen. Gerechtigheid is voor sommigen een absolute waarde. Maar in concrete gevallen kan die waarde onverenigbaar blijken te zijn met waarden die voor deze mensen misschien niet minder fundamenteel zijn, zoals genade of erbarmen. Dat geldt ook voor waarden als vrijheid en gelijkheid. Volledige vrijheid voor de wolven betekent de dood voor de lammeren. Volledige vrijheid voor de sterken is niet verenigbaar met een fatsoenlijk bestaan voor de zwakken.

We zijn dus gedoemd keuzes te maken, en elke keuze kan tot onherstelbaar verlies leiden. Volstrekte harmonie zullen we nooit bereiken. Wel kunnen we proberen de botsing van tegenstrijdige waarden te verzachten en extreem lijden te voorkomen. Maar alle kwaad en tegenstellingen kunnen niet uit de menselijke samenleving worden gebannen.

Dat besef is nu terug in het Westen, ruim tien jaar nadat in verband met de ondergang van het communisme het idee had postgevat dat de westerse waarden voorgoed hadden gezegevierd, en er geen externe rivalen meer waren. Het islamitisch fundamentalisme was volgens Fu ku yama toch vooral een lokaal fenomeen. Na de aanvallen op Amerika's machtscentrum kan daarover anders worden gedacht.

Het Westen heeft weer een vijand, er is weer een tegenstander. Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie en het verdwijnen van de Oost-Westtegenstelling, overheerste de hoop. Nu is er de angst. De aanval op Amerika op 11-09, is het spiegelbeeld van 09-11, de val van de Muur. Toen, in 1989, ging het over kansen, nu over gevaren. Toen werd gesproken over vrede, nu over oorlog.

De nieuwe vijand is niet van hetzelfde kaliber als de vroegere Sovjet-Unie. Een existentiële dreiging, zoals die werd ervaren in het nucleaire tijdperk, is er niet. Toch wordt soms de indruk gewekt van het tegendeel. Bijvoorbeeld als een strijd wordt voorspeld tussen de westerse cultuur en de islam. Hier botsen geen ideologieën, maar beschavingen. Dat klinkt al behoorlijk existentieel.

Die botsing - of liever gezegd: die spanning tussen moslims en westerlingen - is voelbaar op het internationale vlak, maar ook in westerse landen met een moslimgemeenschap. Het gebruik van de term kruistocht door de Amerikaanse president hielp niet de onrust te bezweren. Ook leek hij de aanzet te geven tot herinvoering van het manicheïstische wereldbeeld uit de tijd van de Koude Oorlog, met zijn strakke onderscheid tussen goed en kwaad. òf men steunt Amerika in de strijd tegen de daders van de terreuraanslagen, óf men is voor de islamitische terroristen. Wie niet voor ons is, is tegen.

Dat scherpe taalgebruik suggereerde dat de Amerikanen zich, na de triomfen op Hitler-Duitsland, Japan en het communisme weer opmaken voor een Groot Gevecht, nu tegen een islamitische opponent. Bush bezwoer echter geen oorlog te willen voeren tegen de islam, alleen tegen het terrorisme van islamitische extremisten als Bin Laden. Zijn ongelukkige verwijzing naar de kruistochten werd ingetrokken.

Wat staan blijft is dat het de Amerikanen gaat om een fundamenteel conflict, zoals destijds tegen de Sovjet-Unie. Zij voelden zich veilig op een manier zoals zij nooit meer zullen doen na de zwaarste klap die hen ooit binnen de eigen grenzen werd toegebracht. Dat laten zij niet op zich zitten. De campagne tegen het terrorisme wordt in de woorden van Bush 'langdurig, alomvattend en aanhoudend'. Zij zal niet gedaan zijn met een enkele oorlog om Bin Laden en de Taliban uit te schakelen.

Een herhaling van de Koude Oorlog ligt echter niet in het verschiet. Toen werd de hele wereld in de greep gehouden door twee tot de tanden toe bewapende supermogendheden, met een nerveuze vinger aan de nucleaire trekker. Het huidige gevaar is minder zichtbaar, minder massaal, maar geniepiger. Het is sluipend en bestaat uit terroristen die zich schuilhouden in grotten en bergen van verre landen of zich onopvallend in ons midden bevinden, in onze eigen steden en woonbuurten.

Het internationale terrorisme heeft veel weg van een kankeraandoening met tal van onzichtbare uitzaaiingen, schrijft Josef Joffe in Die Zeit. De oorlog daartegen zal volgens hem 'globaal' zijn maar niet 'totaal'. Er ontbreekt een frontlijn. De aanpak wordt meerdimensionaal: de strijd zal worden uitgevochten door bankspecialisten, douanebeambten, politiemensen, computerexperts en militairen. Militaire acties tegen landen die terroristen herbergen, zullen waarschijnlijk niet bestaan uit de grootscheepse inzet van grondtroepen. Operaties zullen gericht zijn, en zullen worden uitgevoerd door commando's en andere lichtbewapende, gespecialiseerde eenheden.

De confrontatie tussen de vs en de Sovjet-Unie was massaal en dreigend, maar statisch. Het was een vorm van gestolde, bijna gestileerde polarisatie, nimmer kwamen de twee supermogendheden direct in oorlog met elkaar. De strijd tussen de vs en het terrorisme zal chirurgischer zijn, directer en beweeglijker. Deze oorlog wordt 'echt': niet koud, maar heet. De anti-terreurcampagne zal op politiek en diplomatiek niveau worden gevoerd, en als het moet ook een militaire component bevatten. De luchtaanvallen op Afghanistan kunnen worden beschouwd als de openingszet.

Wat er precies zal volgen, valt moeilijk te voorspellen. We staan opnieuw op een historische breuklijn. Veel van de dingen die gebeuren zijn alledaags en laten ons onverschillig, schreef Stefan Zweig. Maar de geschiedenis kent ook dagen, uren en zelfs minuten die bepalend zijn voor de toekomst. Zulke momenten zijn zeldzaam. De terreuraanval op Amerika was er zo een. Niet een van dezelfde orde als de val van de Muur. Die bracht een revolutie teweeg in de wereldpolitiek, en dat zal nu niet gebeuren. Ook niet in de vorm van een contra-revolutie.

Eerder moeten de veranderingen die volgen op de aanslagen in New York en Washington worden gezien in het verlengde van de omwenteling van 1989. Die was het begin van een overgangsperiode, waarin veel van het oude verdween, maar het nieuwe zich niet meteen uitkristalliseerde. Amerika stond op het hoogtepunt van zijn macht. Alle tegenstanders waren verslagen. Het was machtiger dan enig ander imperium ooit was geweest. De hele wereld leek open te liggen voor een vergroting van zijn invloed. Hoe zou Amerika daarmee omgaan? Zou het, nu de grote strijd was gestreden, zijn belangstelling voor de wereld verliezen? Iso lati o nis tisch worden? Of zou het juist, door het wegvallen van een tegenwicht, arrogant worden? En in het kielzog van de verspreiding van het Angel sak sische vrije-marktdenken zijn wil aan anderen opleggen, zowel politiek en economisch als cultureel?

Het gekke was dat de Amerikanen het zelf ook niet wisten. Ze waren zelf ook zoekende. En dat maakte hun politiek vaak aarzelend en grillig. De Sovjet-dreiging als maat van alle dingen was weg en met de nieuwe, minder overweldigende dreigingen wisten ze geen raad. De Amerikaanse passiviteit ten aanzien van de oorlogen op de Balkan werd pas na de dood van honderdduizenden mensen doorbroken.

Met de komst van de nieuwe vijand zal een eind komen aan al het getob, getreuzel en getwijfel van Amerika. Er is een nieuwe tegenstander, een nieuwe tegenstelling, een nieuw ordenend beginsel dat in elk geval, naast alle dreiging, de wereldpolitiek weer overzichtelijker zal maken.

Zweverige vergezichten over 'postmoderne staten' die hun belangen vooral via soft power (dat wil zeggen door overleg en overtuigingskracht) behartigen, kunnen waarschijnlijk terzijde worden geschoven. In de internationale betrekkingen zal hard power weer belangrijker zijn: in plaats van het uitoefenen van milde massage zal het weer aankomen op het uitspreken van het machtswoord.

Het dreigingsdenken gaat een nieuwe bloeiperiode tegemoet, de druk om de militaire uitgaven te vergroten wordt weer opgevoerd. De staat zal waarschijnlijk het adjectief postmodern kwijtraken. Er was even gedacht dat zij óf vanzelf zou oplossen in grotere verbanden óf irrelevant zou worden gemaakt door de markt. In plaats daarvan wordt zij meer aangesproken op haar traditionele taken zoals het garanderen van de veiligheid van haar burgers.

Voor Europa betekenen de veranderingen dat Amerika minder onberekenbaar is. Dat is een voordeel, maar daar staat tegenover dat het tegelijk een Amerika tegenover zich vindt dat geen misverstand zal laten bestaan over wat het van zijn bondgenoten eist. Het is ervan overtuigd dat het na de aanslagen van 11 september het recht op zelfverdediging heeft. En het zal niet accepteren dat anderen, hetzij Europa, hetzij de Verenigde Naties, beperkingen proberen op te leggen aan de uitoefening van dat recht. Anders kan Ameri ka weleens een narrige supermogendheid worden, die multilateraal zal optreden waar het kan, maar unilateralistisch als het moet.

Dit zal het anti-Amerikanisme aanwakkeren, dat bij het aantreden van Bush al ontlook. De afgelopen tien jaar werd niet veel aanstoot genomen aan de Amerikanen. Er speelden weinig grote kwesties, en als zich wel een crisis aandiende, werd er juist reikhalzend uitgekeken naar Amerikaans ingrijpen. De Amerikanen waren echter moeilijk uit hun sluimer te halen. De verveling was zo groot, dat de seksuele escapade van de president met een stagiaire kon worden opgeblazen tot een groot politiek (schijn)probleem.

Dat zal niet meer gebeuren. Amerika zal in het licht van de nieuwe dreiging zijn macht weer meer doen gelden. Hoe meer ze dat doet, hoe meer weerstand ze zal oproepen. Het begrip 'Am eri kaans imperialisme' beleeft zijn wedergeboorte. Maar bedenk wel, schreef The Economist, dat van alle imperiums in de geschiedenis het Amerikaanse, ondanks zijn fouten, het minst territoriaal was en het meest idealistisch. Het blad herinnert eraan dat de Amerikanen in Bosnië en Kosovo moslims militair te hulp schoten tegen christelijke regimes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden