Het nieuwe Ambacht ***

Nooit is een kledingstuk gewoon een lap stof. Aan draagbaarheid doet Van Herpen geen concessies; al haar ontwerpen komen voort uit een eindeloze obsessie met voor mode ongebruikelijke materialen en technieken. Het nieuwe Ambacht

Iris van Herpen en haar inspiratie. T/m 9 oktober in Centraal Museum Utrecht. centraalmuseum.nl.


Wat gebeurt er toch allemaal met Iris van Herpen? Veel. Er is geen enkele andere Nederlandse modeontwerper die zo jong is (27) en nog zo kort van school (Van Herpen studeerde in 2006 af aan modeopleiding ArtEZ in Arnhem) en die toch al de kans heeft haar werk op zoveel belangrijke internationale podia te tonen.


De meest prestigieuze plek is wel de Parijse haute couture-week waar ze aanstaande maandag in het officiële programma zal showen. Zeer uitzonderlijk voor een beginnende ontwerper - opeens staat de jonge Nederlandse, die met nog geen handvol freelancers en stagiaires aan haar collecties werkt in een antikraak-atelier in Arnhem, in Parijs tussen gerenommeerde modehuizen als Dior en Chanel.


Ook musea lopen met haar weg. Momenteel is werk van Van Herpen te zien in Groningen in de tentoonstelling Material World, kunst, design, mode en in 2012 zal er nog veel meer te zien zijn, want voor de lente van dat jaar heeft het Groninger Museum een grote solotentoonstelling gepland. Ook staat ze in Berlijn in de modetentoonstelling Basic Instinct. Al heeft Van Herpen pas slechts drie verkooppunten voor haar kleding, door tentoonstellingsmakers is ze hoog en breed ontdekt. Zo ook door het Centraal Museum in Utrecht, dat de afgelopen jaren al vijf ontwerpen van Van Herpen aankocht. Vandaag opent er Het nieuwe ambacht, Iris van Herpen en haar inspiratie. Naast ontwerpen van Van Herpen zelf is er werk te zien van kunstenaars die haar inspireren en/of met wie ze samenwerkt. Zo staat er de Churchtank van de Amerikaanse kunstenaar Kris Kuksi, een sculptuur van hout en kunststof dat een kerk op een tank verbeeldt. Er klinkt muziek en er staan pruiken uit de dansopera Madame Butterfly van choreografe Nanine Linning, waarvoor Iris van Herpen de kostuums ontwierp. Dat alles is aangevuld met meubels en gebruiksvoorwerpen uit de stijlkamers en het depot van het museum: wat kasten, stoelen, beschilderde wandpanelen, zilveren bekers en siervoorwerpen. Hierdoor worden de jurken van Van Herpen - want dat het zijn het voornamelijk - nadrukkelijk in de context geplaatst van andere toegepaste kunst.


Een mooie kans voor het Centraal Museum, om het modeminnende publiek te laten zien wat het nog meer in huis heeft.


De tentoonstelling opent ijzersterk met een kleine zaal waarin meteen vier (van de in totaal slechts twaalf) ontwerpen van Iris van Herpen staan opgesteld. Het zijn danskostuums die ze ontwierp voor de voorstelling Synthetic Twin van Nanine Linnings, over het lot van Siamese tweelingen. Onlosmakelijk verbonden, en toch behept met een eigen geest - Van Herpen maakte er een huidkleurige jurk voor met twee lijfjes en één rok, die zo breed is dat hij aan een historisch kostuum doet denken. Dat wordt onderstreept door de hoge pruiken, waarin - bizar - kleine poppenkopjes zijn gestoken. Het heeft iets lugubers, dat uiteengereten kinderspeelgoed op zo'n koninklijk silhouet. Verder staan - of liever: zweven - er drie danskostuums van leer, metaal en elastiek die zo zijn opgesteld dat ze over elkaar heen lijken te buitelen. In het begeleidende boekje vertelt Linning dat Van Herpen en zij de dansers hebben moeten overhalen zulke kostuums te dragen: ze zijn strak, zweterig, zo zwaar dat je ermee uit de bocht vliegt en door de maskers valt nauwelijks te ademen. 'Maar dat is nu juist het fijne van Iris', zegt de choreografe. 'Zij gaat heel hardcore en radicaal te werk.' Die radicaliteit is inderdaad kenmerkend voor de ontwerpen van Van Herpen. In een volgende zaal staat een jurk van harde kunststof die gemaakt is met de techniek van het 3D-printen. Hij ziet er vloeiend, bijna lieflijk uit, als was het een jurk van witte tule, maar hij kan nauwelijks draagbaar zijn, laat staan lekker zitten. Maar aan draagbaarheid (of zelfs maakbaarheid) doet Van Herpen geen concessies; al haar ontwerpen komen voort uit een eindeloze obsessie met voor mode ongebruikelijke materialen en technieken. Nooit is een kledingstuk gewoon een lap stof. Nee, het is een constructie van honderden reepjes leer en nestelringetjes, een vacht van lagen synthetisch haar. De jurk staat in Utrecht opgesteld naast een wand van 17de-eeuws goudleren behang, om het verband tussen die twee te tonen. De metalen jurk staat in de buurt van een laatMiddeleeuwse kast met metaalbeslag. Zie, bezoeker: toen en nu. De connectie tussen het 20ste-eeuwse, met ivoor ingelegde wandmeubel en de jurk van haar, die naast elkaar staan, is meer associatief. Lion Cachet, de ontwerper van de kast, zegt het begeleidende tekstje, 'was een van de laatste en weinige vormgevers die zulke luxueuze objecten ontwierp.'


Het idee is natuurlijk dat dat ook voor Van Herpen geldt, die er niet over piekert haar naam te gelde te maken door betaalbare jeans of T-shirts op de markt te brengen. Maar van chemie tussen de gebruiksvoorwerpen uit het museum en Van Herpens ontwerpen is in het laatste deel van de tentoonstelling te weinig sprake. De haren jurk staat braafjes naast het burgerlijke wandmeubel, terwijl het in wezen een extreem ontwerp is - wie bedenkt (of draagt) er nu een jurk van haar? Het nieuwe ambacht is een verzorgde, sfeervolle, met liefde gemaakte tentoonstelling, maar uiteindelijk misschien net een tikje te keurig om zo'n grensverleggende ontwerpster helemaal recht te doen.


Haute couture

Aanstaande maandag showt Iris van Herpen haar werk in het officiële programma van de haute couture-week in Parijs. Hoogst eervol voor zo'n jonge modeontwerper.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden