Het nest ontvluchten en feminisme herontdekken

Jeanne Prisser

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: in Den Haag het Nest ontvluchten en in Amsterdam het feminisme herontdekken.

Beeld xx

Den Haag, 21 maart

Van middelbare leeftijd zijn, naar Den Haag gaan, en daar het vreugdeloze proza van een curator hedendaagse kunst moeten lezen - dat is verschrikkelijk. Zo'n verschrikking overkwam mij afgelopen week. Een ijzige wind blies de bejaarden van de trottoirs. De Electriciteitsfabriek rilde in de voorjaarszon. En ik - wakkere mond, niets dan been, middelbaar, maar nog altijd een aanwinst voor de schepping - was in Nest, bij The Secret Self alwaar ik in de zaaltekst de volgende woorden las: 'In The Secret Self reflecteren acht kunstenaars op de hedendaagse menselijke staat van zijn, en de onmogelijkheid om zich te verhouden tot de maatschappij als geheel.'

Nu wist ik niet wat me voor te stellen bij 'de hedendaagse menselijke staat van zijn', noch begreep ik die 'onmogelijkheid (...) zich te verhouden tot de maatschappij', maar ik had wel de inspiratiebron voor de tentoonstelling gezien, Adam Curtis' zeer interessante documentaire-reeks The Century of the Self en die had een Freudiaans thema.

Dat wij door rationele, maar vaker door dierlijke, onbewuste impulsen worden gedreven. En dat daar, bij dat wispelturige beest dat onder ons aller huid woont, voor pr-mensen en politici veel te halen valt; dat ze het voortdurend bespelen en manipuleren. Boeiende materie, hier verbeeld in installaties, tekeningen, video's door een internationaal gezelschap. Zwakjes verbeeld, helaas. Uitzonderingen daargelaten - Niels Post, Dafni Barbageorgopoulo - bekeek ik de show met groeiend ongeduld.

Ter verduidelijking: meestal begreep ik de werken prima. Zag ik een containerwand met graffiti dan herkende ik daarop de titels van The Smiths-nummers en legde in een moeite door de link naar popmuziek en pubers, het afzetten tegen de buitenwereld, het wankelmoedig bloesemen. Maar tegelijk zag ik hoe weinig het als kunstwerk voorstelde. Dat het vooral onbeperkte fantasie en welwillendheid van de kijker vroeg.

Die welwillendheid had ik niet, sorry. Vier iPods op een rij waaruit steeds een snipper muziek klinkt, dat is geen 'onderzoek' naar het 'meten en vangen van identiteit'; dat is lawaai. En wanneer je met een kapotte camera een wegrestaurant filmt, zie je geen 'commentaar op dwingende technologische ontwikkelingen'; wat je ervaart is ruis en storing, onaangenaam voor het oor, weinig boeiend voor het oog. Dat - en die eeuwige pretentie, die neiging om rond iedere haastige scheet een strik van opgepompt curatoren-proza te binden - deden me het pand ontvluchten. Onder mijn huid woont een beest dat zich naar buiten bijt; onder mijn huid woont een beest dat onder art-speak lijdt.

Beeld xx

Amsterdam, 24 maart

Het lijden ging nog even door. Ik bezocht het aloude W139, ooit een bolwerk van alternatieve kunst en ik zal hier niet uit de folder citeren. Er zijn grenzen.

Het ging over feminisme. Was ik de juiste bezoeker? Voor de eerste golf was ik te jong, bij de tweede was ik afgeleid en nu de derde in gang is denk ik dat de jeugd de kastanjes maar uit het vuur moet halen. Het zal mijn mannelijke kant wel zijn, die zich niet zo druk maakt. Eigen inkomsten, eigen afwas, en als de ramen in maart smoezig zijn, bel ik een appetijtelijke glazenwasser en ga van het opklarende uitzicht zitten genieten, een borrel in de hand.

Goed. Ik bezocht de tentoonstelling met 35 deelnemers over feminisme: haar geschiedenis, erfenis en nieuwe voorkomen, kortom: in al heur vormen.

Dat waren er nogal wat. Hier draaide een satirische video over popster Justin Bieber, daar lag een moedergodin op een tapijtje op de vloer. Het ging over homoseksualiteit in China en er waren vreselijk gekladderde tekstborden die je in geen enkele demonstratie mee zou willen dragen. Nog het meest aansprekend waren de aquarellen en tekeningen-op-vierkante-blokken van Susan Conte, die vaardig wulpse badende dames tekende, maar het was vast niet de bedoeling dat men van de rondingen genoot.

Er stond ook een glanzende berg van kunststof met daarin verstopt een monitortje met archiefbeeld van Lynda Benglis, een Amerikaanse feministische kunstenaar uit de jaren zeventig. Nadat ze haar druipende, vloeiende, bergachtige beelden had gemaakt in een museum concludeerde ze 'dat de ervaring wellicht menselijk was, en niet specifiek vrouwelijk'. Dat waren de meest verstandige woorden die ik die dag hoorde.

Maar daar komt het: het lichtpuntje. De video Rolls (Mum Cleaning Video) van de jonge Turkse Deniz Unal. Samen met haar moeder, eigenaar van een schoonmaakbedrijf in Londen, bezocht en filmde zij vrij luxe appartementen die door moeders bedrijf werden schoongemaakt tussen huurders door. De moeder deed wat je hoopt dat schoonmakers ongezien doen. Ze rolde over de vloer ('O dit voelt fantastisch!'), ze prees met verve het uitzicht en de lichtval in 'haar' woning, en acteerde met een hemd dat aan een bezem hing. Het was een slordig videootje maar toch: een hart onder de riem van onderbetaalde, allochtone, anonieme schoonmakers zag ik er in. Emancipatie, kom tot ons.

The Secret Self Nest, Den Haag, t/m 10/5
Does not equal W139, Amsterdam, t/m 12/4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.