Het neppe van echt

Als toerist zijn we op zoek naar 'authentieke' ('echte', 'pure', 'eerlijke') ervaringen op onze vakantiebestemming. Jagen we daarmee niet juist een sprookje na?

Asjeblieft nu even een industrieterreintje! De gedachte kwam spontaan op tijdens een recente treinreis door Zwitserland. De ene besneeuwde bergkam was nog niet uit beeld of de volgende verscheen. Riviertjes vielen in bevallige slierten van de hellingen, dorpen langs de route waren zonder uitzondering 'pittoresk' en in elke bocht kon je zien dat onze rode trein al even 'schilderachtig' paste in dat landschap.


Het uitzicht viel voor honderd procent samen met het clichébeeld van Zwitserland. Mijn plotselinge behoefte aan iets industrieels was niets anders dan het verlangen naar een contrast. Alleen een kleine onvolkomenheid leek te kunnen bevestigen dat ik een echt stuk Zwitserland zag en dat er geen sprake was van staged authenticity, geregisseerde authenticiteit, zoals de Amerikaanse socioloog Dean MacCannell het noemt in zijn klassiek geworden studie The Tourist.


De voorbije vakantie is deze dagen een dankbaar onderwerp op bbq's en borrels. De een heeft op een plek gekampeerd waar 'bijna geen toeristen komen', de ander heeft een 'authentiek' stukje Toscane gezien, een derde het 'echte' Zuid-Amerika ervaren. Allemaal willen we laten zien dat we actief meedoen met de belevingseconomie, en dan kun je niet aankomen met twee weken Torremolinos.


De vakantie-industrie speelt gretig in op de vraag naar authenticiteit. In reisbrochures en op websites wemelt het van de woorden als 'authentiek', 'oorspronkelijk', 'echt', 'onontdekt' en 'puur'. Maar hoe echt of geregisseerd onze ervaringen werkelijk zijn, is een vraag die we onszelf meestal niet stellen.


In West-Afrika trok ik eens op met enkele Nederlandse toeristen die hun strandresort een paar dagen achter zich lieten om het 'echte' Afrika te zien. We sliepen in lemen hutten met daken van palmblad en 's avonds kwam de dorpsbevolking een dans opvoeren, compleet met trommels en rieten rokjes. Een geregisseerde ervaring, dat was duidelijk. De meeste toeristen gingen vroeg naar hun hut, verveeld door deze 'toeristenstuff'.


Niemand stoorde zich eraan dat ook die hutten speciaal voor ons, toeristen, waren. Vrijwel het hele dorp had sinds jaar en dag huisjes van baksteen en golfplaat die veel meer in overeenstemming waren met de doorsnee-woonvorm op het omringende platteland.


Maar daar gaat geen toerist in slapen. Laat staan dat hij bij hoge nood 'authentiek' de bosjes induikt met een blikje water en een handvol gedroogde bananenbladeren; de hutten hadden een toilet en wc-papier. In onze beoordeling wat oorspronkelijk of authentiek is tijdens de vakantie zijn we even willekeurig als selectief.


Het deed me denken aan een blanke Zuid-Afrikaanse columnist die schreef dat het moderne Kaapstad waar zijn familie al generaties woont, in de ogen van zijn intellectuele Europese vrienden niet hoorde bij het 'echte' Afrika. Het 'echte' had immers te maken met olifanten, en inheemsen die halfbloot dansten rond een kampvuur.


Een buitengewoon koloniaal beeld, volgens onder anderen de Nederlandse antropoloog Harry Wels, dat niettemin gretig wordt verkocht door de reisindustrie. Alsof er geen Masai of Zulu's zijn die tv kijken en autorijden. Ook goed geïnformeerde vakantiegangers gaan maar al te graag op zoek naar clichés die ze voor authentiek verslijten, zij het dat West-Europeanen hier veel meer op gespitst zijn dan Aziaten en Amerikanen.


We kiezen ons reisdoel op basis van het selectieve beeld dat we hebben van die bestemming, schrijft de Britse filosoof Alain de Botton in zijn boek De Kunst van het Reizen, niet op grond van de gecompliceerde werkelijkheid van die plek. Dat beeld is vaak samengesteld uit flarden informatie van bekenden, een greep mediabeelden en niet in de laatste plaats door de reclame van de reisindustrie.


Volgens De Botton worden we vooral aangetrokken door plekken waar we iets vinden dat we thuis niet hebben. Veel zon is daarvan een eenvoudig voorbeeld, evenals allerlei exotische verschijnselen. Het geldt evengoed voor authenticiteit: we willen bijvoorbeeld een kijkje in het zogenaamde onaangetaste, pure leven van volkeren die geen deel uitmaken van onze door technologie gedreven samenleving.


Tekenend voor die hang naar 'echte' ervaringen is ook de opkomst van het slumdog tourism. Een beetje township, favela of krottenwijk heeft inmiddels een gids die vakantiegangers rondleidt. In een Cambodjaans hotel zag ik een oproep aan toeristen om te helpen bij de voedseldistributie aan bewoners van een vuilnisbelt. De toerist krijgt zijn gewenste authentieke ervaring en zijn foto's plus de bonus van het gevoel een weldoener te zijn. Maar het blijft iets houden van aapjes voeren.


Het is een voorbeeld van wat MacCannell als backstage-frontstage-toerisme beschrijft. Inmiddels willen zoveel reizigers een blik achter de schermen dat de backstage een hoofdpodium wordt. Zelfs een vuilnisbelt wordt een bestemming waar je andere vakantiegangers tegenkomt. Een deel van de toeristen verliest hierdoor zijn gevoel van exclusiviteit; een plek die als 'toeristisch' wordt omschreven, is niet meer interessant. Touroperators zijn daarom voortdurend op zoek naar nieuwe bestemmingen die dan opnieuw het predicaat 'onontdekt' of 'authentiek' krijgen.


In de ogen van veel reizigers is aan authenticiteit de voorwaarde verbonden dat het toerisme zelf geen invloed heeft op de plek, de bevolking of het evenement. Maar een levende cultuur is aan veranderingen onderhevig en kan flink worden beïnvloed door de almaar groeiende stroom vakantiegangers. Het is de 'echtheidszoeker' een doorn in het oog. Positieve effecten voor de bevolking - inkomsten, meer waardering voor de eigen cultuur, natuurbehoud - worden daarbij over het hoofd gezien.


Lang geleden raakte ik in Zuid-Spanje verzeild in een vervallen dorpskroeg. De stamgasten waren al half lam toen een oudere vrouw haar rokken optilde en wat schorre kreten uitsloeg. Iemand pakte een gitaar, een ander begon te klappen en met wat goeie wil zou je kunnen spreken van flamenco.


Met plaatsvervangende schaamte liepen we weg, hoewel we wisten dat we waarschijnlijk nooit dichter bij de 'oorspronkelijke' flamenco zouden komen: onderdeel van een lokale levenswijze, een cultuuruiting die niet was bedoeld voor buitenlandse pottenkijkers.


De flamenco had zich in die tijd al verspreid over de costa's en werd vaak minachtend afgedaan als 'toeristenstuff': geregisseerde authenticiteit, kitsch. Maar mede dankzij de toeristen kon dit culturele fenomeen zich verder ontwikkelen toen de lokale levenswijze begon te moderniseren en tradities verloren dreigden te gaan. Tegenwoordig kun je zelfs in Nederland flamencocursussen volgen.


We laten ons ook op subtielere manieren graag een beetje in de maling nemen. Veel Frankrijkgangers komen vroeg of laat terecht op zo'n gezellig boerenmarktje. Er zijn zelfgemaakte worsten te koop, creatief bijeengebonden bosjes lavendel in handbeschilderde potten, en slakken uit eigen wijngaard - zonder twijfel lokale producten, 'typisch Frans'. Voor de foto wil zo'n Franse worstenmaker ook wel even een alpinopet opzetten.


Maar het is niet aannemelijk dat de boerenvrouwen veertig jaar geleden bloempotten zaten te beschilderen; ze zouden ze aan de straatstenen niet kwijt kunnen. Zelfs die marktjes waren er niet. Ze bestaan bij de gratie van het toerisme. Het maken van lokale producten voor toeristen wordt soms zelfs gesubsidieerd om de ontwikkeling van het (leeglopende) platteland te bevorderen - geregisseerde authenticiteit.


Maar wat dan nog? Veel cultuuruitingen zouden verloren gaan als ze niet in leven werden gehouden voor bezoekers. West-Afrikaanse jongeren zijn vooral geïnteresseerd in de dansen van hun (voor)ouders, omdat ze er geld mee kunnen verdienen. Het werd door toerisme weer interessant om de lemen hutten van vroeger te bouwen; als buitenlandse gasten in een openluchtmuseum willen slapen, geen probleem.


Een industrieterreintje had Zwitserland niet meer voorradig tijdens die treinreis door het prachtige én authentieke landschap. Wat ik wel kreeg was een oude boer die een paar koeien voor zich uitjoeg. De man droeg een vilthoed, de koeien hadden bellen om. Absoluut niet meer van deze tijd, maar wel afschuwelijk authentiek.


Die boer behoort tot een uitstervend ras. De spoorlijn daarentegen zal er over dertig jaar nog exact hetzelfde uitzien. In 2007 zette de Unesco hem op de Werelderfgoedlijst, de stolp waaronder authentieke plaatsen en fenomenen worden geconserveerd om ze voor de mensheid te bewaren. Een betere toeristische aanbeveling is er niet: er worden steeds meer Aziatische bezoekers gesignaleerd in de trein. Het oordeel 'te toeristisch' ligt al in het verschiet.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden