Het neoliberalisme is een links spookbeeld

Ooit iemand tegengekomen die zichzelf neoliberaal noemt? Patrick van Schie spreekt van een links verzinsel. Volgens Paul Kalma is het marktdenken juist heel dominant.

Ja


Patrick van Schie


Directeur TeldersStichting, gelieerd aan de VVD.


Zijn SP staat op het Binnenhof nog altijd machteloos aan de zijlijn. Toch heeft Jan Marijnissen in één opzicht veel invloed weten uit te oefenen. Alles wat er in zijn ogen mis is met onze samenleving, was volgens hem de schuld van het 'neoliberalisme'. Daarmee importeerde hij in de jaren negentig een term in de Nederlandse politiek die ter linkerzijde erg populair is geworden. Hij waart als een nieuw spook rond in het publieke debat. Deregulering én toegenomen regeldruk, marktwerking én bureaucratisering, volgens veel linkse politici en publicisten ligt het allemaal aan dit 'neoliberalisme'.


Logisch zijn zulke volstrekt tegenstrijdige verwijten niet. Maar het lucht ter linkerzijde kennelijk op. En dan kan een heldere definitie van wat het 'neoliberalisme' inhoudt blijkbaar ook achterwege blijven. Want zo vaak als de term valt, zo zelden wordt hij omschreven.


Als true blue liberaal ken ik tal van varianten in het liberalisme. Ik heb echter nog nooit iemand ontmoet of een hedendaags auteur gelezen die zichzelf neoliberaal noemt. Het zijn uitsluitend tegenstanders die het woord 'neoliberaal' in de mond nemen, als scheldwoord. Voorstanders van neoliberalisme bestaan niet.


Dat zou toch te denken moeten geven. Als niemand zichzelf neoliberaal noemt, hoe kan er dan een 'neoliberale' ideologie zijn? Toen ik onlangs de lezers van Socialisme & Democratie uitlegde dat 'neoliberalisme' helemaal niet bestaat, behalve dan als een links verzinsel, stroomden de reacties binnen. Geen van de auteurs wist echter zelfs maar één persoon te noemen die zich als 'neoliberaal' afficheert. Overheersend in de reacties was verontwaardiging, als van een kind wiens favoriete bijtring zojuist was afgenomen.


En hoe kon ik nou schrijven dat er geen neoliberalisme bestaat? Even op Google zoeken, zo werd mij aangeraden, en zie eens hoeveel treffers. Klopt, allemaal van schrijvers die jammeren hoe vreselijk het neoliberalisme is. Het is de 'waarheid' van de dorpsroddel. Ook aan de linkerkant zou men toch moeten weten dat een roddel geen hoger waarheidsgehalte krijgt als hij maar vaak genoeg wordt rondverteld.


Is het 'neoliberalisme' dan niet verantwoordelijk voor de kredietcrisis? Links vraagt dit niet eens, links wéét het. Áls het zogenaamde neoliberalisme al nader wordt omschreven, dan meestal als een streven om alles te 'vermarkten'. Stel dat dit streven er inderdaad is geweest, dan heeft het jammerlijk gefaald. Aan de vooravond van de kredietcrisis slokte de collectieve sector in Nederland 43 procent van het bbp op, niet direct een teken dat 'alles' toen was 'vermarkt'. Inmiddels neemt de collectiviteit meer dan de helft van wat wij bij elkaar verdienen in beslag. En nog is het links niet genoeg.


In de financiële sector heerste echter een 'casinokapitalisme', betogen neoliberalisme- watchers. Banken waren tot 2008 niet aan regels gebonden, dus dat moest wel misgaan. Zeker, in de bancaire wereld zijn te veel risico's genomen. Daar is niet één oorzaak voor aan te wijzen, laat staan dat er een ideologie achter stak. Wel is het te simpel dit volledig aan de markt toe te schrijven. Zo zijn bankiers door opeenvolgende Amerikaanse regeringen aangespoord hypotheken te verstrekken aan mensen die zich eigenlijk geen koopwoning konden veroorloven. En minstens zo funest: het aan zekerheid grenzende vermoeden dat, mocht het misgaan, de (grote) banken niet failliet zouden gaan - zoals echte ondernemingen die te veel risico nemen - maar dat overheden zouden inspringen.


Bankiers hebben amper iets van de kredietcrisis geleerd, merkt menigeen op. Waar. Maar dit komt niet zozeer door te veel markt doch door het besef dat de staat ook een volgende keer wel weer te hulp zal schieten. Mij is geen liberaal denker bekend die meent dat ondernemersrisico's op belastingbetalers zouden mogen afgewenteld. Dat kan ook niet neoliberaal zijn, het is antiliberaal. Politieke denkers die dit aanprijzen, zullen veeleer in of rond socialistische kringen moeten worden gezocht.


Liever blijft menig links politicus en publicist het ongrijpbare neoliberalisme de schuld van allerlei 'ellende' geven. Daar zouden liberalen hun schouders over kunnen ophalen. Als links liever op fantomen jaagt dan echte problemen analyseert, zal het geen effectieve nieuwe ideeën weten te ontwikkelen. Voor het democratisch debat zou het echter beter zijn de degens te kunnen kruisen met een tegenstander die zich wel op de werkelijkheid baseert.


Ja


Paul Kalma


Oud-directeur Wiardi Beckman Stichting, gelieerd aan de PvdA.


Kritiek van PvdA-leden op het neoliberalisme is niets anders dan een heksenjacht, de nazaten van het wetenschappelijk socialisme onwaardig. Dat is de strekking van Patrick van Schies artikel in Socialisme & Democratie. De directeur van de TeldersStichting kent geen geestverwanten die zichzelf 'neoliberaal' noemen. En de critici maken volgens hem een karikatuur van het liberale denken. Kortom: 'Het neoliberalisme bestaat in werkelijkheid niet.'


Het is een wonderlijke stellingname. Dat VVD'ers zichzelf niet als aanhangers van het neoliberalisme presenteren, wil allerminst zeggen dat het niet bestaat. Van Schie negeert ook de vele serieuze studies op dit terrein. Maar het belangrijkste is dat hij geheel voorbijgaat aan de verharding en versmalling van het liberale denken vanaf de jaren tachtig - en aan de grote invloed die het is gaan uitoefenen. De sociale markteconomie werd omgevormd tot een jachtig financieel kapitalisme, met economische instabiliteit, toenemende ongelijkheid en een vermarkting van delen van de samenleving als gevolg. Sociaal-democratische en christen-democratische partijen zijn daar, half tegenstribbelend, in meegegaan.


Wie dat overdreven vindt (Van Schie doet het in zijn artikel af als 'geloof in hekserij'), miskent de grote invloed die het marktdenken in dit deel van de wereld onverminderd uitoefent. Zelfs in tijden van crisis blijven de EU-lidstaten, mede onder druk van Europese regels waarmee ze zelf hebben ingestemd, eraan vasthouden. Nederland vormt daarop geen uitzondering. Coalitiepartijen VVD en PvdA klagen, net als 'gedogende' oppositiepartijen, over de opmars van een rancuneus, anti-Europees populisme. Bezorgdheid daarover is terecht, maar blijft volkomen gratuit zonder het besef dat het huidige beleid de onvrede onder de bevolking alleen maar verder opstookt. En wel in drie opzichten:


1 Ingrijpende maatregelen zonder enig serieus debat. Het kabinet bezuinigt zwaar en pakt kwetsbare groepen hard aan. Maar de noodzaak van dat beleid is blindelings aanvaard. Intussen stapelen de ongerijmdheden zich op: kortingen op arbeidsvoorziening en WW, hoewel de kansen op werk sterk verminderd zijn. Lagere uitkeringen en meer armoede, terwijl de hoge inkomens voor wat minder hypotheekaftrek gecompenseerd worden met lagere belastingen. Schulden maken ontmoedigen, behalve als het de overheid goed uitkomt (bij de studiefinanciering).


2 Nog meer externe dwang om de verzorgingsstaat in te krimpen. 'Structurele hervormingen' met een onmiskenbaar liberale kleur (verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt; lagere pensioenen; meer marktwerking op het gebied van bouwen en wonen) moeten volgens minister Dijsselbloem muntunie-breed afgedwongen kunnen worden. Maar een discussie over deze verregaande inperking van de nationale soevereiniteit vindt niet plaats. Geen coalitie- of akkoordpartner die erover begint. Uitruilen en zwijgen - dat is het wel ongeveer.


3 Mistvorming rond de toekomst van de Europese Unie. Dergelijke pleidooien voor een verdere overdracht van bevoegdheden aan de EU worden door het kabinet moeiteloos gecombineerd met het tegendeel: nadruk op de wenselijkheid van 'minder Europa' en van 'subsidiariteit'. Volgens minister Timmermans is 'de tijd van een ever closer union' voorbij. Waarna het kabinet en het overgrote deel van de Tweede Kamer toch weer instemmen met verdere centralisering in Europa, zoals op het terrein van de bankenunie. De kiezer kan er geen touw meer aan vastknopen.


De middenpartijen in ons land, zo moet de conclusie luiden, zijn nog altijd in de ban van het neoliberale denken. Waar er eerder onbezonnen werd gedereguleerd en geprivatiseerd ('een discussie onder gelovigen', zoals Rekenkamer-president Stuiveling een kwart eeuw besluitvorming op dit terrein heeft getypeerd), zo is nu het begrotingsevenwicht in crisistijd tot dogma verheven. Bezuinigen als vorm van beleidshysterie. Bij de verkiezingscampagnes van dit jaar zouden de zelfgenoegzame middenpartijen (mijn eigen PvdA niet uitgezonderd) daar krachtig op aangesproken moeten worden.


Patrick van Schie is het daar ongetwijfeld volstrekt mee oneens. Uitstekend - maar laat hij dan wel het debat aangaan, in plaats van, schuddebuikend van het lachen, sociaal-democraten na te wijzen die denken dat het neoliberalisme echt bestaat.


Lange versies van de betogen van Patrick van Schie en Paul Kalma zijn verschenen in Socialisme & Democratie, het blad van de WBS.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden