Het NEEwoord

Dit had de mooiste dag van je leven moeten worden. Maar dan wordt de bruiloft op het laatste moment afgeblazen....

Vanaf de plek waar Esther van Hengel (34) haar Italiaanse trouwjurk met hoge armen ophoudt - in de kamer, tussen driezitsbank en eettafel - heb je door de ramen een mooi uitzicht op de steiger aan de Maas, waar op de grote dag de partyboat zou aanmeren. Iedereen zou daarop staan. Vaders, moeders, vrienden, de hele clientèle van het café waarboven ze is opgegroeid. En Ricci natuurlijk. Ricci had er ook op moeten staan.

Terwijl Nathalie Duwel (28) een paar dagen later haar trouwjurk in de opberghoes terugduwt en het geheel naar de kast in de slaapkamer brengt, laat haar gloednieuwe vriend het bezoek uit. René weet wat Nathalie doormaakt, want hij heeft precies dezelfde ervaring - ook hij heeft jarenlang geïnvesteerd in iemand die daar ongevoelig onder bleef. Hij staat op sokken op de welkomstmat, kijkt links en rechts de lege flatgalerij af, zuigt dan iets tussen zijn voortanden weg en zegt: 'Soms duurt het lang voordat je ogen opengaan.'

Een paar honderd kilometer verderop buigt Bram van Ligten (54) zich in zijn keuken hijgend over een zwarte trouwjurk, een handgemaakt gevaarte, afgezet met roosjes langs de halslijn. Vakanties naar Egypte, verbouwingen aan het huis, colliers, dure ringen, deze jurk - voor Bram en zijn nieuwe grote liefde kon het lange tijd niet op. Nu is hij failliet. De jurk heeft hij nog wel, de gedroomde inhoud woont samen met de leraar van zijn oudste zoon.

Huilende vrouwen

De tijden zijn schraal. Steeds vaker, merken medewerkers van bruidsmodezaken, kijken partners op het laatste moment op van de huwelijksvoorbereidingen. Ze halen eens diep adem en schudden dan het hoofd; nee, zeggen ze, misschien toch maar niet. Van een afstandje heeft het er al die tijd nog redelijk vrolijk uitgezien, maar komt de buitenwereld iets dichterbij, dan moet die ook wel toegeven dat het er niet meer in zit. Er wordt te veel getwijfeld, er zijn derden in het spel, bij bosjes groeit men uit elkaar.

Vorige maand kwam De Telegraaf met het zelfgemaakte nieuws: 5 tot 10 procent van de bruiloften wordt op het allerlaatste moment geannuleerd. Bruidsmodezaken in Emmen, Rotterdam en Maastricht kunnen deze cijfers niet bevestigen. Huilende vrouwen genoeg over de vloer, maar omdat eenmaal bestelde goederen niet worden teruggenomen, is in de administratie niet terug te vinden of een bruiloft daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. De branche is onverbiddelijk: ook de verlaten minnaars mogen de jurken met bijpassende schoenen zelf houden, moeten maar zien wat ze doen met hun colliers, strikken en corseletjes. Hadden ze maar een bruiloftsverzekering af moeten sluiten.

De troep komt meestal op zolder terecht. Niemand mag daarnaar kijken of informeren. Na een periode van verwerking komt Marktplaats.nl in beeld. Daarop staan duizenden bruidsjurken in de aanbieding. Veruit de meeste zijn 'slechts één keer gedragen', maar als je geen hekel hebt aan monnikenwerk, kun je daartussen ook de enkeling vinden die de jurk vanwege omstandigheden nog nooit heeft aangehad. Hoewel ze er over het algemeen als door een wesp gestoken op reageerden, hebben deze mensen per mail een uitnodiging gekregen om aan dit verhaal mee te werken.

Naast aansporingen om 'je met je eigen zaken bezig te houden', kwam ook een aantal dramatische verhalen terug. Miranda uit Rotterdam moest duizend gasten afbellen omdat haar partner er opeens geen zin meer in had. De aanstaande van Karin uit Schiedam ging een paar weken voor de bruiloft naar Polen om niet meer terug te keren - terwijl 'we samen een snackbar hadden'. En iedere keer als de partner van Masja uit Breda, een binnenvaartschipper, een week uit varen ging, belde zijn jaloerse zus dat ze het huis van Masja in brand zou steken - op de lange termijn dreef dit de families uit elkaar. Een klein mailtje sturen wilden deze vrouwen wel. Met verder contact haalden ze maar dingen boven die ze er net onder hadden gekregen.

Op een steenworp afstand van het café waarboven ze is opgegroeid, bewoont Esther van Hengel een groot huis achter een mooie, oude gevel; IJsselmonde is één van de weinige stukjes Rotterdam dat door de Tweede Wereldoorlog met rust is gelaten.

Vanaf de bank in de achterkamer kijken grootmoeder en kleinkind met blote voeten naar Finding Nemo. Esther zit aan de tafel bij het voorraam. Een hard leven heeft haar geleerd 'het hart uit te schakelen en het hoofd het werk te laten doen'. Maar voor de gelegenheid lepelt zij vanmiddag toch wat 'romantische herinneringen' uit haar dagboek op.

Rozenblaadjes

Hoe ze elkaar ontmoet hebben, bijvoorbeeld, na een avond Baja Beach Club. Ricci stond naast zijn taxi. Hij had iets wat volgens Esther weinig mannen hebben en veel vrouwen aanspreekt: 'een hoge aaibaarheidsfactor'. De relatie daarna: eten bij Joop Braakhekke, 's ochtends koffie brengen bij de standplaats.

Ook het aanzoek was er één uit het boekje. Esther kwam thuis, najaar 1998, volgde een spoor van rozenblaadjes naar de slaapkamer en kon daar alleen maar zuchtend 'ja' zeggen. Zelf kijkt ze er nog een beetje dromerig bij, maar vanaf de bank zegt de moeder, zonder van Finding Nemo op te kijken: 'Ja, je hebt hem zelf romantisch gemaakt.'

Misschien bedoelt ze dat je een man niet met romantiek in aanraking moet brengen zoals je een kameel ook geen bloed moet laten proeven; ze worden ongeschikt voor het echte werk. Want nu komt het, nu kan het dagboek wel dicht: in dezelfde periode stierf haar vader aan een hartaanval en kreeg Esther met moeder en broer de verantwoordelijkheid over het café. Tijdens het keiharde werken kwam ze erachter dat 'mensen niet doen wat ze zeggen, dat ze liegen en klaplopen', en dit besef heeft haar 'hard gemaakt, en ook wel een beetje afstandelijk'. Terwijl Esther van karakter veranderde, ging Ricci steeds vaker bij een bevriend paar op bezoek, van wie de vrouw toevallig ook Esther heette, en kwam hij steeds later thuis.

De huwelijksvoorbereidingen leden er niet onder. Moeder en dochter zochten heel Rotterdam en Londen af naar de droomjurk om die uiteindelijk in de Alkmaarse bruidswinkel van Mary Borsato te vinden: roomwit, met lovertjes en een lange sleep. Na het stadhuis zouden ze lunchen in het Feijenoordstadion. Op het parkeerterrein voor café De Gouden Leeuw zou een enorme feesttent verrijzen, met achthonderd gasten en verschillende buffetten. Op het moment dat Ricci en Esther zouden binnenschrijden, zou Lee Towers My way zingen.

Vreemdgaan

Of je het nu met je hoofd, je hart of met iets anders doet, Esther vindt: 'Vreemdgaan is vreemdgaan.' Zes weken voor de grote dag confronteerde ze Ricci met de geruchten uit De Gouden Leeuw. Hij ontkende. Maar belangrijker was, zegt ze: 'Ik keek in zijn ogen en ik kon mijn Ricci niet meer vinden.' Er volgden vele gesprekken, waarin Ricci toegaf het huwelijk te willen afblazen; vermoedelijk miste hij de oude Esther, de zachtaardige versie. Hij is nog op vakantie gestuurd om zich te bedenken, maar toen ze hem ophaalde van Schiphol en opnieuw in de ogen keek, begreep ze dat ze 'het hele huis voor niets had schoongemaakt'. Binnen een jaar trouwde Ricci de verkeerde Esther.

Even nog staat ze stil bij de gevolgen: het wakker liggen, het afvallen, het verhogen van de hypotheek met 11.500 euro om de gemaakte kosten te dekken. Daarna hangt er een wat zware stilte in het huis. In de voorkamer wordt het dagboek opgeborgen, in de achterkamer krijgt het dochtertje de schoenen aangetrokken; Nemo is eindelijk gevonden. Voor Esther is het allemaal al lang geleden gebeurd, zes jaar om precies te zijn. Behalve nieuwe ellende heeft het leven haar ook weer wat geluk gebracht: ze vond een nieuwe man, dochter Eden is niet voor niets naar het paradijs vernoemd. Voor mensen die hetzelfde nog maar kortgeleden te verdragen kregen, heeft ze dit advies: 'Niet boos zijn, want daar heb je alleen jezelf maar mee.'

Leeg trouwboek

Nathalie Duwel is niet schreeuwerig kwaad of rood aangelopen. Ze draagt het soort boosheid met zich mee dat onder de oppervlakte verborgen blijft totdat de juiste aanleiding die naar boven haalt; bijvoorbeeld onrecht. Laatst nog, liep ze in het winkelcentrum de vrouw tegen het lijf aan wie haar ex hun trouwringen heeft gegeven - geruild voor oude meubelen. Tegen zo'n vrouw zul je Nathalie geen lelijke dingen horen zeggen. 'Het is meer', zegt ze bedachtzaam. 'Ik ben aimabel, totdat er dingen gebeuren die ik niet kan accepteren. Daarna mogen ze hun nek ook breken.'

Onderzoeken zeggen dat Amersfoort de prettigste woonplaats van het land is, maar deze wijk heet De Liendert: overal grijze flats en huizenblokken tussen stroken ongeònteresseerde groenvoorziening. Op de tweede verdieping van een flatgebouw bewoont Nathalie een tweekamerappartement dat naar haar eigen zeggen tijdloos en romantisch is ingericht. Op tafel ligt een wit trouwboek met witte bladzijden. 'Dit is een trouwboek vol met vreugde en verdriet', staat op de eerste pagina geschreven. De tweede is beplakt met uitnodigingen, op de derde prijkt een foto van haar overleden oma. Verder is het trouwboek leeg.

Om iets van Nathalies natuurlijke behoefte aan zorgen te kunnen begrijpen, moet je eerst weten waar ze vandaan komt. Ze is opgegroeid in Haarlem, in een gezin met een liefhebbende moeder, een lieve broer en een lieve oma in de buurt. 'Mensen die weten dat het geluk in kleine dingen zit en niet in dure computers of mobiele telefoons.' Samen thuis zijn, rommelen, zitten, zorgen - voor een Duwel zijn dat de dingen die ertoe doen. 'Als ik lekker heb gekookt en ik loop met de afwas naar de keuken, dan ben ik gewend dat er iemand zegt 'Goh, vrouwtje, dat heeft weer goed gesmaakt. Dank je wel.' En dat ik dan een klap voor de kont krijg.'

Van Pieter, die was mishandeld in zijn jeugd, ging meteen een enorme zorgbehoefte uit. Maar zodra ze hem weer op twee benen had gezet, wandelde meneer naar het café. Als zij daar ook wel eens kwam, kreeg ze dingen te horen als: 'Bestel nog maar een rondje', 'Jij krijgt geen zoen' en: 'Dans niet zo'. Het was in deze periode dat haar zorgdrang zich van Pieter losmaakte en de kinderwens werd geboren. Achteraf is het stom, ze 'houdt niet eens van die mormels', maar toen leek het heel natuurlijk. Ze 'zocht iets dat er altijd zou zijn, iets dat onvoorwaardelijk van mij zou houden'. Bij een kindje hoorde een huwelijk. De bruiloft zou plaatsvinden in augustus 2004.

Ze wilde graag een prinsesje zijn, zegt ze. Ze wilde dat de gasten in een colonne Kevers door de stad zouden rijden. Ze wilde een klein, bescheiden tuinfeest. Even één dag alle aandacht krijgen. Alles deed ze zelf: het bellen, het regelen, de uitnodigingen. Pieter deed niets. Zelfs toen haar geliefde grootmoeder stierf en de bruiloft met een half jaar moest worden uitgesteld, liet hij haar maar een beetje gaarkoken. Ergens in deze maanden, alleen op de bank met haar verdriet, besloot ze dat de boosheid naar boven mocht.

Ze is een jaar verder, maar haar humeur heeft zich niet verzacht - over Pieter zal ze nooit meer een aardig woord zeggen, hoezeer je haar de duimschroeven ook aandraait. Op zichzelf is ze niet boos, zegt ze schouderophalend, 'zorgen is mijn aard'. Misschien is haar nieuwe appartement wat aan de kleine kant. Maar 'vanuit de hemel heeft oma er maar mooi voor gezorgd dat ik niet zwanger van hem werd'. En als ze op Marktplaats.nl een koper weet te vinden voor haar jurk, is het met de kosten uiteindelijk ook nog wel wat meegevallen.

50.000 Euro

De liefde heeft Bram van Ligten - niet zijn echte naam - beetgepakt en opgetild, hoog boven het dagelijks gewemel in de huizen van Oude Pekela, en daarna heeft precies dezelfde liefde hem weer losgelaten, neergekwakt en berooid en verslagen achtergelaten. Anderhalf jaar geleden leenden Bram en zijn nieuwe grote liefde 50.000 euro. Een deel werd geònvesteerd in het huis aan het Pekelerdiep, waarin ze samen gelukkig zouden worden. De rest ging op aan bruidskleding, sieraden, een merkbril met vijftig voorzetclipjes ê 50 euro en een 'oefenhuwelijksreis' naar Spanje. Een jaar geleden, het geld was net zo'n beetje op, kwam zijn verloofde een avond mee-eten. 'Ik geloof dat ik een ander heb', zei ze. De volgende ochtend kwam ze koffiedrinken: 'Oei', zei ze. 'Nu ben ik ook al met hem naar bed geweest'.

Erotische boel

Vanwege spierreuma leeft Bram van een WAO-uitkering. Samen hadden ze de schuld wel af kunnen lossen, in zijn eentje ging hij al vlug failliet. In de voortuin staat een verkoopbord. Binnen leeft Bram van voedselpakketten die de mensen komen brengen - hoogwaardige biscuits, blikken chili, poederlimonade. De meubels zijn te leen, zijn eigen spullen heeft hij moeten verkopen. De vraag naar zijn welbevinden blijft de komende jaren een strikt retorische. Stel je die toch, dan legt hij zijn kin voorzichtig in zijn hand, kantelt zijn gezicht een beetje en zegt: 'Emotioneel. Verdrietig. Het niet kunnen begrijpen.'

Maar wat valt er ook te begrijpen aan een periode waarin hij 'zijn hoofd er niet bij had' en 'in een andere wereld leefde'? Er waren waarschuwingen genoeg. De notaris: 'Alleen de eerste keer kwamen jullie gelukkig binnen.' Zijn oudste zoon: 'Je loopt te hard van stapel'. En zijn middelste zoon: 'Er is iets met die vrouw. Haar ogen staan niet goed.' Maar Bram weet ook wel: 'Ik was niet te redden.' Sarah gaf hem alles wat het leven hem zo lang onthouden had - 'achter de gesloten gordijnen was het hier vaak een erotische boel'.

Het begon allemaal in een emotioneel wat zwakkere periode. Bij de therapeut had zijn echtgenote er na achttien jaar huwelijk uitgefloept: 'Ik werd alleen maar steeds zwanger om die vent wat om handen te geven.' Zij werkte namelijk, hij zorgde voor de vier kinderen. Er volgde een moeizame scheiding. Twee'nhalf jaar later, in de tuin bij een bevriende weduwe, stak Sarah opeens haar hoofd over de heg. Met drie vragen verdoemde Bram zijn toekomst. In de tuin: 'Ga je mee naar het botenfeest?' Op de oever van het Pekelerdiep: 'Mag ik je een zoen geven?' En toen de lichtjes in het donker waren verdwenen: 'Vaste verkering?'

Hijskraan

Nu rijdt hij al een jaar lang door het dorp in iets wat nog het meest op een Sisi-vrachtwagentje lijkt. Naar de bank. Naar de notaris. Naar de makelaar. Naar kleine behangklussen die hij soms door dorpsgenoten toegeworpen krijgt. Als zijn huis is verkocht, blijft er 3000 euro over; hij hoopt dat hij die niet meteen in de bodemloze schuldenput hoeft te storten, maar er vloerbedekking van mag kopen voor in het nieuwe huurhuis. Soms komt een vriend praten, die zegt: 'Bram, kijk me even aan, hoe gaat het nu echt met jou?' Maar buren houdt hij zo veel mogelijk in het ongewisse en zijn kinderen wil hij niet met zijn ellende lastigvallen. 'Als de kleine Bram een weekend komt logeren, zorg ik dat er een snoepje in huis is.'

Komende maand zouden ze trouwen. Tijdens de pauze van een toneelvoorstelling had hij haar vanaf het podium ten huwelijk gevraagd. Ook van de trouwdag had Bram iets speciaals willen maken. Hij zou zich van zijn huis met een hijskraan over het winkelcentrum laten takelen om zich bij de ingang van het gemeentehuis definitief bij Sarah te voegen. Het is allemaal anders gelopen. In plaats van huwelijksgeluk wacht hem nu een leven van eenzaam rondkomen met 30 euro per week. Eerst zegt hij: 'Als er geen oplossingen zijn, moet je eigenlijk ook niet over problemen nadenken.' Dan haalt hij zijn gezicht uit zijn handen en kijkt naar buiten. De dag zit dicht, natte sneeuw plakt aan de ramen. Bram huivert; vanmorgen zag de wereld nog fris van vroege lente.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden