Column

Het nadeel is natuurlijk dat je zo weinig mag in de handbagage

Foto Studio V.

We schuifelen in lange rijen naar de detectiepoorten. De tijd lijkt haast te stollen, het gaat vooral te traag naar de steeds luidruchtiger mening van het ruimvertegenwoordigde kroost in de rij.

Mijn zoontje gaat erbij liggen. Probeert zich als hij weer overeind getrokken is een weg naar voren te worstelen. Nee liefje, we moeten op onze beurt wachten. Verontwaardiging. Gedrein gaat na 4 seconden over in gekrijs. Ik kijk op mijn horloge. Gelukkig geen ruimbagage in te checken, dat duurt allemaal nog veel langer. Ik heb alles in de rolkoffers gepropt die als handbagage meemogen, zodat je tenminste van tevoren kunt inchecken.

Het nadeel is natuurlijk dat je zo weinig mag in de handbagage.

Eindelijk. We zijn klaar voor het absurdisme van de hedendaagse luchtvaartbeveiliging. De kleine vindt het fouilleringskietelritueel wel vermakelijk. U heeft uw laptop niet uit uw koffer gehaald. Ik word meteen nerveus. Ik haal hem snel uit mijn koffertje en zet hem in een apart bakje. Maar kunnen ze met het infraroodlicht gewoon door je trolley scannen? Nu ik mij zo verdacht opstel, mag ik meteen even komen staan om uitgebreider dan gemiddeld gefouilleerd te worden. Terwijl ik net, zonder horloge of sieraad of iets anders dat een alarm doet afslaan al door de scanner ben gegaan.

Maar dan. In mijn tasje in het bakje, helemaal vergeten, wordt vloeistof aangetroffen. Niet geseald in een diepvrieszakje bovendien. Fukkerdefuk. 'Dit is 200 milliliter, mevrouw', zegt de beveiligingsbeambte, een compromisloos strenge meid van 20, met een frons. 'Minion drinken!', roept mijn kleine enthousiast. De verdachte vloeistof betreft een drinkpakje met minions erop. 'Euh, glad vergeten.'

Bloedrode vlekken spoeden zich van hals naar wangen. Tegelijk bekruipt me een kafkaësk gevoel waar ik recalcitrant van word. 'Weet je, ik vind al die beveiligingsmaatregelen wel wat doorgeschoten.' Ze kijkt me recht aan. 'Dat weet ik niet mevrouw. Er zijn heel veel pogingen geweest met vloeistof.' De kleine dringt aan. Mag ik wat drinken? 'Als hij het nu opdrinkt zit het in zijn buik. Dan kan het geen kwaad meer.' De boze veiligheidsmeid ziet er niet uit alsof ze gevoel voor sarcasme heeft. 'Hij mag het opdrinken, maar voor de beveiligingspoort. Jullie moeten dan opnieuw door de beveiliging.' Dan missen we onze vlucht. Ik probeer mijn kind uit te leggen waarom zijn lekkere pakje drinken nu resoluut in de vuilnisbak gesmeten wordt. Voor een keer hoop ik op een hels tantrum. Dit soort onrecht mag je met gekrijs aan de kaak stellen, vind ik. Het blijft uit. Een trillend lipje en biggelende traantjes, daar blijft het bij.

Ik vraag me af hoeveel terreur afgewend is met deze beveiligingswaanzin die we al ruim vijftien jaar mak ondergaan. 11 september 2001 was verschrikkelijk, sindsdien moesten de nagelschaartjes in de ruimbagage. Ik kan mij herinneren dat ene Richard Reid zijn schoenen wilde opblazen, wat niet lukte. Hij kreeg wel voor elkaar dat sindsdien dagelijks miljoenen reizigers zuchtend hun schoenen moeten uittrekken.

Gruwelijke aanslagen met al dan niet aangebroken flessen crèmespoeling, doucheschuim of bodylotion zijn mij eigenlijk ontgaan. Het betekent ongetwijfeld grote winst voor fabrikanten van miniflacons, maar verder levert het alleen maar enorme, zinloos vertragende kosten en reisstress op. Maar, alles voor de schijnveiligheid.

We vieren de zomer niet zo ver van de plek waar vorig jaar iemand met een razende vrachtwagen minstens 86 van het vuurwerk genietende mannen, vrouwen en veel kinderen doodreed. Een beetje terrorist maalt echt niet om luchtvaartbeveiliging.

In alle gevoel van onmacht over hoe terreur te bestrijden, kom ik toch altijd weer terug bij Martin Luther King. Hate cannot drive out hate, only love can do that. Haat en liefde zijn wapens van de machtelozen.

Het lijkt een tegelwijsheid, gratuit en kitscherig, maar het krijgt diepte omdat het tegendeel zo veel makkelijker is, menselijker zelfs. Haat verdrijft liefde. Schept haat, angst, paniek, wantrouwen. Die vecht/vluchtmodus die tot zoveel irrationaliteit leidt. Kings focus op liefde en geloof in het goede in de mens vergt op sommige wanhopige momenten een bijna bovenmenselijke mentale discipline.

Ik voel mij veiliger in een wereld die werk blijft maken van een streven naar verbroedering, gesprek en oog voor de mens in de ander dan die uit voorzorg maar te grote flessen zonnebrandolie uit je handbagage haalt en weggooit. Noem mij maar een idealist.

Meer over