Het mysterie van de gehavende bruinvis

Als vertegenwoordiger van de staandwandvissers in Nederland is Cramer ervan overtuigd: zijn collega's kunnen in de verste verte niet achter het aanspoelen van de honderden dode bruinvissen zitten. En dat de verminkingen zouden zijn veroorzaakt door het uit netten verwijderen, dat acht hij heel onwaarschijnlijk. 'Bij het binnenhalen draaien vissers grote kabeljauwen heel uit het net. Bruinvissen zijn even groot, dus waarom snijden? Dan moet je pervers zijn, of idioot.'


Het steekt Cramer: 'Ondanks alle onderzoek dat de vissers vrijpleit, zijn wij nog steeds verdacht. Kadavers spoelen aan waar we niet vissen. Onafhankelijke waarnemers gingen mee op totaal 48 vistrips, en het resultaat was één bijgevangen bruinvis. We lijden hier schade van. Daarom vroegen we ook een justitieel onderzoek aan, om het echt tot de bodem uit te zoeken. Maar dat kon niet zonder strafbaar feit als aanleiding.'


Arts-forensisch antropoloog Reza Gerretsen van het NFI onderzocht de vijf bruinvissen uit 2009 - zonder dus ergens bewijs voor te kunnen vinden. Destijds bracht het Openbaar Ministerie kennelijk door een misverstand in het nieuws dat scheepsschroeven de bruinvissen hadden verminkt.


Net als hij dat bij menselijke stoffelijke overschotten doet, vertelt Gerretsen, zoekt hij in bruinviskadavers naar 'microsporen': 'Dat kunnen metaaldeeltjes van scheepsschroeven zijn, deeltjes roestvrij staal van een mes, of schilfers van een materiaal waarin het mes eerder gesneden heeft.' Zulke sporen zijn te vinden in wondranden, maar die spoelen bij in zee dobberende bruinvissen weg. Gerretsen en het NFI-team analyseren met licht- en elektronenmicroscopie hak-, zaag- en snijbeschadigingen in botten, waar microsporen veel vaster in blijven zitten.


De eerder bestudeerde bruinvissen waren niet allemaal even ideaal voor het onderzoek, verduidelijkt Gerretsen: zo hadden sommige geen botbeschadigingen of waren ze rot. Op basis hiervan lijkt het vooralsnog onwaarschijnlijk dat vissers met messen achter de bruinvisbeschadigingen zitten. De wonden konden weleens liggen aan boegschroeven in een koker, zoals sommige moderne grote schepen die hebben: 'Die hebben een enorme aanzuigende werking. Maar niets is nog zeker. Met twee, drie echt goede kadavers hebben we het antwoord binnen een dag.'


Aan onderzoeksinstituut Imares op Texel loopt onderzoek naar de maaginhoud van gestrande bruinvissen - de magen worden aangeleverd door de Universiteit Utrecht. Zeezoogdierenonderzoeker Mardik Leopold van Imares: 'Het is nog te vroeg voor conclusies. Maar het kan zijn dat bruinvissen uit de centrale en noordelijke Noordzee zijn verdreven omdat het voedsel op is. Mogelijk heeft de vis die ze hier vangen een te lage voedselkwaliteit, waardoor de dieren een slechte conditie hebben.'


Leopold: 'Lastig is dat we zo weinig weten van bruinvissen in Nederlandse wateren. Niet eens hoeveel er zijn: het kunnen er tienduizend zijn, maar ook vijf keer zo veel.'


Erwin Kompanje, klinisch ethicus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en in het verleden jaren medewerker van de werkgroep zeezoogdierstrandingen van nationaal natuurhistorisch museum Naturalis (dat walvisstrandingen op haar website bijhoudt), nuanceert de ophef over gestrande bruinvissen. 'In zoogdierpopulaties is het heel normaal dat een deel sterft - jonge dieren, risico's nemende mannetjes, oude en zieke exemplaren. Bij een grote populatie zie je dat beter.'


Kompanje wil ook maar zeggen: 'De meeste dieren hebben niets, maar beschadigingen zijn de onvermijdelijke 'collateral damage' wanneer dieren leefgebied delen met de mens. Negen van de tien egels die je ziet zijn doodgereden. Niemand heeft het over auto's verbieden, toch?'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.