Het mysterie achter de 'Seagram Murals'

Het was een lucratieve klus voor Mark Rothko, zijn 'Seagram Murals'. Die kwamen echter niet bij de opdrachtgever terecht.

Wie van het werk van Mark Rothko houdt en het grootste deel van zijn oeuvre wil zien, is genoodzaakt verre reizen te maken. Een aantal van zijn befaamde Seagram Murals, oorspronkelijk geschilderd in opdracht van het chique New Yorkse restaurant The Four Seasons, is verspreid over de wereld tentoongesteld: in Londen, Nagasaki en Washington. In Houston, Texas bevindt zich de zogeheten Rothko-kapel, een gebedsplek voor gelovigen van welke achtergrond ook. Andere sleutelwerken uit zijn oeuvre zijn te zien in Basel (de Fondation Beyeler), New York en Parijs. Ik stel me voor dat alleen de fanatiekste Rothko-liefhebbers al die plaatsen bezoeken of hebben bezocht.


In drie van de hier genoemde plaatsen ben ik - nog - niet geweest. Op momenten voel ik me daar licht schuldig over. Ik beschouw mezelf als liefhebber en bewonderaar. Deze zomer probeerde ik in New York tegenwicht te bieden aan die omissies: ik ging naar de plek waar Rothko's Seagram Murals níét te zien waren geweest, omdat de kunstenaar op het laatste moment de opdracht had teruggegeven: het eerdergenoemde restaurant de Four Seasons, nog steeds florerend, en nog steeds gehuisvest in de door Mies van der Rohe en Philip Johnson ontworpen Seagram-wolkenkrabber, opgeleverd in 1958.


In het licht van de huidige prijzen die op veilingen voor een Rothko worden betaald - tussen de 30 en 40 miljoen euro per werk - is het moeilijk voor te stellen dat Rothko tijdens zijn leven zijn schilderijen niet of nauwelijks kon slijten. Voor zijn abstracte werk uit de jaren vijftig betaalde een enkeling tussen de 200 en 300 dollar.


De opdracht van de eigenaren van het Four Seasons-restaurant voor het vervaardigen van de Murals was een unicum in zijn leven: het was de eerste en laatste keer dat hem zo'n grootschalige opdracht werd gegeven, met een voor die tijd duizelingwekkend honorarium. Rothko was in één klap niet langer een hongerkunstenaar. De gage bedroeg 40 duizend dollar. Op de totale begroting van het restaurant was de opdracht echter kruimelwerk. Het totale budget voor het ontwerp en de inrichting van het restaurant, dat in 1958 zou openen, bedroeg 4,5 miljoen dollar (bijna 3, 6 miljoen euro red.) het hoogste bedrag dat ooit in een restaurant was geïnvesteerd. Ter vergelijking: de kosten voor het ontwerp en de bouw van het Guggenheim Museum in New York, opgeleverd in 1959, bedroegen 3 miljoen euro.


De eigenaren van The Four Seasons hadden Rothko verzocht om acht tot tien werken van groot tot zeer groot formaat te leveren. Verspreid over het restaurant, met wanden van ongeveer 8 meter hoog, zouden die werken te zien zijn.


Omdat de werken in opdracht reusachtige afmetingen zouden krijgen, huurde Rothko een deel van een leegstaand bedrijfspand in de Bowery in New York, met een huurprijs die hij tot vóór de opdracht nooit had kunnen betalen. Maanden was hij aan het werk, met toenemende tegenzin. Het stuitte hem tegen de borst dat zijn werk, groot maar frêle, reusachtig maar verstild, op het meditatieve af, op zo'n banale plek als een restaurant kwam te hangen - en dan nog wel een restaurant voor the rich and famous, de New Yorkse nouveaux riches en machthebbers uit de financiële wereld. Aan een vertrouweling vertelde hij: 'Ik heb de opdracht alleen maar aangenomen om mezelf uit te dagen. En, ik geef het toe, met licht malicieuze bedoelingen. Want waarom zouden mijn schilderijen daar eigenlijk moeten hangen? The Four Seasons is bedoeld voor the richest bastards from New York. Ik hoop dat mijn werk de eetlust bederft van every son of a bitch who ever eats in that room.'


Vlak voordat het restaurant zou openen, waren de murals nog niet voltooid. De eigenaren raakte in lichte paniek toen men via via moest vernemen dat Rothko onverwacht en voor onbepaalde tijd was afgereisd naar Italië. Er moest pijlsnel vervangende kunst worden gezocht en gevonden, al was het maar tijdelijk. Een van de eigenaren belde met een bevriende kunsthandelaar. Die had toevallig een werk in stock, eveneens van formaat. Het droeg de titel Blue Poles en was gemaakt door een andere abstract-expressionist: Jackson Pollock. De kunsthandelaar leende het werk voor 3,5 duizend dollar uit aan de eigenaren van The Four Seasons. Daar haalde men opgelucht adem; men kon bij de opening iets nieuws en ongekends tonen.


Eenmaal terug in New York besloot Mark Rothko te gaan lunchen in het door hem op voorhand verfoeide restaurant. Halverwege de lunch stond hij op en verliet walgend het pand. In deze omgeving, met een cliëntèle van omhooggevallen koekenbakkers, zou zijn werk nóóit komen te hangen. Hij stortte de som van 40 duizend dollar terug op de rekening van de opdrachtgever en doneerde enkele jaren nadien de werken aan drie musea, waaronder de Tate Gallery in Londen.


Einde verhaal, met als strekking: de integere kunstenaar weigert te buigen voor de geldbuidel van een stelletje horeca-bluffers, de New Yorkse voorzaten van de Jopen Braakhekkes. Met die strekking wordt het verhaal tenminste verteld, in catalogi en Rothko-biografieën.


Het is een warme dag als ik in Midtown bij de Four Seasons naar binnen ga. Het is lunchtijd. Binnen is het vrijwel uitgestorven. Ongeveer 20 procent van de tafels is bezet. Wie in het hart van mierennest Manhattan zoekt naar zeeën van ruimte, treft het aan in de Four Seasons. Het aantal kelners is bijna hoger dan het aantal klanten - met twee, drie man bedient men hier een tafel voor vier.


Niets aan het uit de jaren vijftig daterend interieur is nadrukkelijk zichtbaar gemoderniseerd en de oppervlakte van het restaurant in combinatie met de bijna grotesk hoge wanden is imposant, op het vervreemdende af. Om een idee te geven: restaurant Américain in Amsterdam is een kippenhok in vergelijking met de Four Seasons. Als de Murals hier wél hadden gehangen, zouden ze van bescheiden formaat zijn geweest, terwijl ze anno 2012 in de Tate Modern in Londen, waar de zalen van de voormalige elektriciteitscentrale toch niet de kleinste zijn, de gehele wand van vloer tot plafond bedekken.


Een kelner snelt me tegemoet als ik de belendende ruimte wil bekijken - de Four Seasons heeft een tweede eetzaal, met in het midden een bassin waar, indien er iets moet worden gevierd, een zacht ruisende fontein aan kan worden gezet teneinde binnenskamers het gevoel van Fellini's La Dolce Vita te kunnen creëren.


Of ik misschien naar iets op zoek ben, vraagt de kelner. Ik mompel wat over de verbintenis van het restaurant met de naam Mark Rothko, waarop hij direct antwoordt: 'Die verbintenis is er inderdaad, meneer. In die zin dat zijn werk hier níét is te vinden. Ook niet in de tweede eetzaal.' Ik word doorverwezen naar de zogeheten managing partner, die evenmin aarzelt als ik opnieuw Rothko's naam noem en hem vraag of de cliëntèle in de loop van de jaren dezelfde is gebleven: 'O zeker. Het zijn nog steeds dezelfde richest bastards uit de stad - maar nu ook van ver daarbuiten.' De glimlach is welwillend.


Hij stelt zich voor en geeft me zijn visitekaartje. Alex von Bidder, mede-eigenaar. Dat is hij al bijna veertig jaar. 'Dit restaurant is mijn leven. Mijn geschiedenis valt samen met die van de Four Seasons.' Direct daarop vraagt hij: 'U houdt van Rothko's werk?'


'Eigenlijk wel ja,' zeg ik - enigszins halfhartig. Ik vermoed een scheiding der geesten.


'Dan hebben we iets gemeen', antwoordt Von Bidder en biedt me wat te drinken aan.


Ik ben niet de eerste Rothko-bedevaartganger, zo blijkt. Bij het tweede glas dat ik krijg aangeboden, geeft Von Bidder mij het boek The Four Seasons. A History of America's Premier Restaurant.' Hij blijkt het zelf te hebben geschreven, samen met de restaurant-criticus John Mariani. 'Natuurlijk staat het verhaal van de Murals er ook in', zegt Von Bidder.


Het verhaal heeft inderdaad een plek in het boek, leer ik later die dag in mijn hotelkamer, maar het staat er nét even anders dan in de gebruikelijke Rothko-lectuur.


Rothko's onafgemaakte lunch wordt er uitvoerig in beschreven, met details die in geen Rothko-biografie zijn te vinden. Zo staat in het Four Seasons-boek dat hij niet alleen ontstemd was over de cliëntèle, maar ook over het werk van tijdgenoot en geestverwant Pollock. 'I don't like it', schijnt Rothko ter plekke te hebben uitgeroepen, schaamteloos wijzend naar Pollocks Blue Poles. Een andere uitroep is weer wel in die biografieën te vinden: 'Wie bereid is deze belachelijke prijzen te betalen voor een lunch, verdient het niet om ook maar een blik op mijn werk te werpen.'


Al met al krijgt de integere kunstenaar in het Four Seasons-boek enige trekjes van een benepen kleinburger mee, die bovendien gehinderd wordt door jalousie de métier. Dat laatste is niet onwaarschijnlijk; collegialiteit stond niet hoog op Rothko's prioriteitenlijst. En dan ging het hier nog om een mede abstract-expressionist, met wiens werk hij toch verwantschap moet hebben gevoeld.


Niet lang na de hoogtijjaren van het abstract-expressionisme beleefde de pop-art in New Yorkse kunstkringen een vliegende start. Galeriehouders stelden voor het eerst werk van Andy Warhol en Roy Lichtenstein tentoon. Anders dan bijvoorbeeld diens mede-abstract-expressionist Barnett Newman, was Mark Rothko geschokt door de plotselinge roem van de pop-art. Hij voelde zich persoonlijk in zijn eer aangetast. Rothko geloofde altijd dat de abstracte kunst van hem en zijn geestverwanten de moderne kunst voor ten minste honderden jaren zou domineren. Doeken met daarop een soepblik of een tafereel uit een stripverhaal ervoer hij niet alleen als een schandvlek voor de kunst, maar ook als een persoonlijke vernedering.


Er bestaat een foto waarop Barnett Newman joviaal de hand schudt van een zichtbaar verlegen Andy Warhol. Zoiets was voor Rothko ondenkbaar. Toen hij in een galerie aan Warhol werd voorgesteld, weigerde hij Warhol zelfs áán te kijken, laat staan de hand te schudden. Barbaren in de kunst, die negeer je.


Ongeveer twintig jaar na die vliegende start zou het eerste pop-art kunstwerk overigens een ereplaats krijgen in de Four Seasons. Maar dat maakte Rothko niet meer mee.


'Misschien had de directie minder streng moeten zijn voor Rothko', zegt Alex von Bidder. Pas later, bij het lezen van de restaurant-kroniek, begrijp ik wat hij bedoelt. De oprichter van het restaurant bezocht meer dan eens Rothko's galerie in de Bowery en keurde tot vier keer toe een aantal Murals af. Ook dat detail trof ik niet eerder aan in de Rothko-lectuur. De hand die hem voedde, en de hand waarop hij later zou spugen, was inhoudelijk gezien ook de hand die zijn werk op artistieke details afwees. Misschien werd Rothko's weerzin wel aangewakkerd door die afwijzing.


De hamvraag is ook nu nog: zouden de Murals inderdaad hebben misstaan in 'America's Premier Restaurant'? Lezend in de restaurantkroniek komen allerlei grote namen op je af: wie kwamen en komen er zoal in The Four Seasons?


Vrijwel alle Amerikaanse presidenten van na 1958, om te beginnen. Kopstukken uit politiek en bedrijfsleven. Maar ook, gedurende de jaren, Marlon Brando, Mick Jagger, Liza Minelli, Orson Welles, Truman Capote, Yves Saint Laurent, Jacqueline Onassis, Gregory Peck, Gore Vidal, Sophia Loren - de lijst is eindeloos. Mark Rothko zou het ongetwijfeld als vernederend hebben ervaren dat er in het restaurant ook momenten waren dat er níét ademloos en aandachtig naar zijn werk zou zijn gekeken en dat gasten ook aandacht voor elkáár wensten op te brengen. In die zin was zijn besluit van weleer onontkoombaar, onafwendbaar - en dus juist.


Grootste verrassing in het Four Seasons-boek is het belang dat de directie vanaf het begin hechtte aan een solide, maar innovatieve, gedurfde kunstcollectie.


'Wij van het restaurant hebben altijd een warme band onderhouden met kunstenaars', legt Von Bidder uit, zonder in bijzonderheden te treden. Het is duidelijk dat name dropping beneden zijn stand is. Het blijft bij deze algemene uitspraak.


De bijzonderheden over de kunstcollectie tref ik later die dag in het boek aan.


In de eerste jaren na de opening besloten de eigenaren om kunstwerken op bescheiden plaatsen in het restaurant te hangen, zodat de gasten de kunst niet opgedrongen kregen. In de gang naar de toiletten was een Picasso te zien - nu misschien getuigend van poeha, maar in de jaren vijftig nog een gewaagde collectioneurs-keuze. Vlak bij de entree hingen werken van onder anderen Fernand Léger en Willem de Kooning. Maar toen op zekere dag een bezoeker het restaurant verliet met een sculptuur van Hans Arp onder de arm dat snel van de sokkel was getrokken, besloot men de collectie iets minder frank en vrij in de minder opvallende plekken in het restaurant te tonen.


En terwijl Rothko zich blindstaarde op de rich bastards, waren andere kunstenaars gevoelig voor de kunstcollectie van het restaurant. Op werkbezoek in Parijs maakte een van de eigenaren begin jaren zestig kennis met Marc Chagall. Toen Chagall werd verteld dat het New Yorkse restaurant werken in bezit had van Léger en Picasso, zei hij ongevraagd: 'Dan ik ook.' En hij schonk de eigenaar een schilderij.


Als hij me uitgeleide doet, zegt Alex von Bidder: 'Weet u, wij leven nu al zo'n vijftig jaar met het verhaal over Rothko. Maar nog steeds vertellen mensen mij details die nieuw voor me zijn. Vorig jaar dineerde hier sir Nicholas Serota, de huidige directeur van de Tate. Hij is al decennialang de directeur, maar nog niet in de tijd dat Rothko zijn Murals schonk. Maar sir Serota had zich in de geschiedenis van de gift verdiept en had de archiefstukken erop nageslagen.


Von Bidder aarzelt.


'U weet hoe Mark Rothko is overleden?' vraagt hij.


Ik knik. In 1971 nam Rothko in zijn atelier een overdosis antidepressiva en sneed zijn polsen door.


'Rothko kreeg in 1958 van ons de opdracht. In 1959 gaf hij de opdracht terug. Hij hield de Murals tot 1968 in zijn bezit. Toen pas besloot hij om die aan diverse musea af te staan. Rothko koos voor de Tate, omdat hij groot vertrouwen had in sir Norman Reid, de toenmalige directeur. Reid had zich jaren ingespannen om de Murals naar Engeland te krijgen. In 1968 gaf Rothko tot vreugde van Reid zijn fiat. In de jaren zestig was het transport van werken met een omvang als de Murals nog een enorme onderneming. Ze waren te groot om te worden overgevlogen naar Engeland. Het transport moest per vrachtschip. De hele organisatie van de schenking, het opstellen van de contracten en het transport duurde jaren. De Murals die voor de Tate waren bedoeld, arriveerden uiteindelijk pas in 1971 in Londen. Daar bleven ze om een of andere reden een tijdlang opgeslagen in een havenloods. Weer later kwamen ze pas écht aan bij een depot van de Tate. Sir Serota vertelde wat hij in de archiefstukken had ontdekt. Drie jaar had het geduurd om de Murals van New York naar Londen te krijgen. Op dezelfde dag dat Norman Reid in Londen aan zijn bureau tekende voor ontvangst van de Murals werd Mark Rothko in New York dood in zijn atelier aangetroffen.'


De eigenaren van het New Yorkse restaurant The Four Seasons verzochten eind jaren vijftig beeldend kunstenaar Mark Rothko om acht tot tien werken van groot tot zeer groot formaat te leveren. Verspreid over het restaurant, met wanden van ongeveer 8 meter hoog, zouden die er werken te zien zijn. Rothko voelde bij het maken zo veel weerzin, dat hij de werken uiteindelijk onderbracht bij de Tate Gallery in Londen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden