NIEUWSMECHANISCHE DOPING

Het motortje in het wielrennen blijkt onvindbaar

Franse onderzoeksrechters hebben geen bewijs voor het bestaan van mechanische doping kunnen vinden.

Een plastic tas met daarin een elektrische motor van een 'doping fiets '. Beeld MEHDI FEDOUACH/AFP

Het zijn altijd wat ongemakkelijke taferelen in het wielercircuit: functionarissen van de internationale wielerfederatie UCI die naar verborgen motortjes zoeken. Ze buigen zich over de fietsen in de rekken voor de teambussen. Ze staan op hun tenen om bij de rijwielen op het dak van de volgauto’s te komen. Met tablets strijken ze langs framebuizen en wielen. Ploegleiders en mecaniciens kijken wat misprijzend toe. Denken die lui nou echt wat te vinden?

Het blijkt inderdaad niet eenvoudig. Franse onderzoeksrechters zijn na ruim twee jaar speuren tot de slotsom gekomen dat er geen bewijs voor mechanische doping bestaat. In de krant L’Équipe verklaarde oud-renner Jean-Christophe Péraud, binnen de UCI verantwoordelijk voor de bestrijding van technologische fraude, dat ‘voor 99 procent zeker is dat er geen verborgen motoren in het peloton zijn’. 

Of de Franse magistraten, bijgestaan door een antifraude-eenheid van de politie, zich alleen hebben gebaseerd op tests van de UCI of ook zelf metingen hebben laten doen, is onduidelijk. Het Franse onderzoek werd eind 2017 aangekondigd op basis van aanwijzingen dat ‘wielrenners met een grote naam’ geprofiteerd hadden van de technologie.

Voormalig UCI-voorzitter Brian Cookson reageerde op Twitter nogal raadselachtig op de bevindingen. ‘Sta me hierover een wrange glimlach toe.’ Onder zijn regie werden in 2015 strengere controles en straffen op deze vorm van fraude aangekondigd. Na berichten dat de methoden niet altijd even betrouwbaar waren, wordt er intussen niet alleen met tablets gezocht, maar kunnen fietsen in een container met röntgenapparatuur worden geplaatst. Ook worden warmtecamera’s ingezet.

Bewijs

Tot dusver is één keer in het profpeloton het bewijs gevonden. Tijdens de WK veldrijden van 2016  in Heusden-Zolder trof de UCI een aandrijving aan in een reservefiets van de Belgische crosser Femke Van den Driessche. Ze kreeg een schorsing van zes jaar opgelegd. In het amateurwielrennen liepen in 2017 een Franse renner, toen 43, en een Italiaan van 53 tegen de lamp.

Verdenkingen over mechanische doping in het wielrennen zijn er al langer. Fabian Cancellera zou met behulp van een motortje in 2010 de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix hebben gewonnen. De Zwitser heeft het altijd ontkend. Tijdmetingen op de Muur van Geraardsbergen gaven aan dat anderen de klim wel eens sneller zijn opgereden.

In 2016 registreerden warmtedetectoren tijdens Italiaanse koersen in zeven fietsen hitteontwikkeling in zadelbuis of wielnaaf. Voormalig directeur Jean-Pierre Vardy van het Franse antidoping-agentschap vertelde begin 2017 in een documentaire van CBS dat tijdens de Tour van 2015 zeker twaalf renners motortjes in hun fiets hadden. In dezelfde productie werd gemeld dat de fietsen van Team Sky tijdens twee tijdritten in die Tour 800 gram zwaarder wogen dan gebruikelijk. De ploeg schreef het toe aan gewijzigde aerodynamica. Een Hongaarse ingenieur, Stefano Varjas, zelf producent, beweerde dat hij tegen betaling van twee miljoen euro al in 1988 een motortje in de fiets van een prof monteerde.

Volgens de UCI is het Franse onderzoek zonder resultaat niet van invloed op het bestaande controleprogramma. Een woordvoerder spreekt van een ‘bewezen combinatie’ van thermische camera’s en röntgenscans. Hij wijst ook op de ontwikkeling van apparatuur die magneetvelden traceert. ‘Onze inzet blijft gericht op het behoud van de geloofwaardigheid van de sportprestaties en daarmee van het wielrennen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden