Postuum

Het morele geweten van Polen (1922-2015)

Wladyslaw Bartoszewski (1922-2015) De katholieke verzetsman hielp Joden ontsnappen aan de nazi's, moedig in het antisemitische Polen.

Beeld Michal Fludra / Demotix

Het uitroeien van de Warschause Joden was volop aan de gang toen Wladyslaw Bartoszewski, de vrijdag overleden Poolse staatsman, in zijn omgeving hoorde protesteren: iemand moet daar toch op reageren, iemand moet zich daartegen toch verzetten? 'Ik stelde mezelf dezelfde vragen. En ik vond dit antwoord: als iemand het moet doen, waarom dan niet ik?'

En zo sloot de katholieke verzetsman Bartoszewski (1922-2015) zich in 1942 aan bij Zegota, een organisatie die Joden hielp onderduiken. Amper een week geleden, tijdens de 72ste verjaardag van de Joodse opstand, vertelde hij nog hoe hij in 1943 machteloos moest toekijken hoe het getto in vlammen opging: 'Het enige dat we konden doen was een gat in de muur boren om de opstandelingen te helpen ontsnappen.'

Interventie

Zelfs daarvoor was veel moed nodig, zeker in een antisemitisch land als Polen. Vele jaren later zou hij zeggen dat hij soms banger was voor zijn eigen landgenoten dan voor de Duitsers. En dat wil wat zeggen voor iemand die in september 1940 na een razzia naar Auschwitz werd gedeporteerd. Als politiek gevangene nummer 4472 zou hij er een half jaar doorbrengen. Zijn vrijlating had hij te danken aan een interventie voor het Rode Kruis, waarvan hij medewerker was.

In 1944 nam Bartoszewski als redacteur van een verzetsblad deel aan de mislukte opstand van Warschau. Vanaf de andere oever van de Weichsel keek het Sovjet-leger toe hoe de Duitsers de Poolse hoofdstad met de grond gelijk maakten. Bartoszewski wist te ontkomen.

De bevrijding van de stad die volgde wekte bij Bartoszewski gemengde gevoelens. Als tegenstander van het communistische regime zou hij meer dan zes jaar in de gevangenis doorbrengen. De aanklacht wegens spionage sloeg nergens op, maar dat maakte niets uit voor de stalinistische rechters.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Wladyslaw Bartoszewski te midden van de Poolse premier Ewa Kopacz en de Duitse Bondskanselier Angela Merkel.Beeld reuters

Afkeer van bekrompenheid

Hoewel zijn veroordeling in 1955 ongedaan werd gemaakt, kon hij een grote carrière vergeten. Hij moest genoegen nemen met tweederangspostjes in de journalistiek en het hoger onderwijs.

Pas na de val van het communisme kreeg Bartoszewski de erkenning die hij verdiende. Hij ontpopte zich tot het morele geweten van Polen en ventileerde zijn afkeer van bekrompenheid. 'Het loont de moeite eerlijk te zijn', was zijn motto. Het leverde hem tweemaal het ministerschap van Buitenlandse Zaken op, de laatste keer in 2000, toen hij 78 jaar oud was.

Ook daarna bleef hij actief. Tot op de dag van zijn dood was hij als een van de directe adviseurs van de premier verantwoordelijk voor de internationale dialoog, een functie die hij met passie vervulde: 'Als iemand mij zestig jaar geleden, toen ik ineengekrompen op het appèlplein van Auschwitz stond, had gezegd dat ik in Duitsland vrienden zou hebben, zou ik hem voor gek hebben verklaard.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden