ReportageItalië

Het mooist aan Italië: het kan elke reiziger het gevoel geven iets unieks te hebben ontdekt

Na een zwaar jaar trekt Jarl van der Ploeg met de Giro nog één keer door het land waar hij vier jaar correspondent was. Op zoek naar veerkracht, zorgeloosheid en publiek dat niet klapt voor de zorg, maar voor snelle fietsers. Dit is het laatste deel van zijn afscheidsserie. 

Bij deze Ronde van Italië ziet Jarl van der Ploeg de eerste renner euforisch over de eindstreep gaan.Beeld AFP

De afgelopen jaren kwam ik vaak toeristen tegen die mij vol enthousiasme vertelden over dat ene onbekende dorpje waar ze die zomervakantie doorheen waren gereden; zo’n dorpje waar de zonnestralen de hele dag in de smalle steegjes bleven plakken en waar je in het dorpsrestaurant de huisgemaakte pasta kon besproeien met een halve liter huiswijn van de Barberadruif. ‘Het was magistraal’, zeiden die toeristen tegen mij. ‘En het mooiste was: we hadden het hele dorp voor ons alleen.’

Journalist Jarl van der Ploeg doorkruist met de Giro nog één keer het land waar hij vier jaar correspondent was. Lees deze aflevering en de volledige serie hier.

Tijdens mijn laatste ronde door Italië kwam ik er wederom achter dat al die toeristen gelijk hebben, want een van de mooiste eigenschappen van Italië is inderdaad dat het land oneindig is. Ook ik reed de afgelopen dagen met 45 kilometer per uur langs eindeloze rijen olijfbomen en cipressen die ik nooit eerder zag. Ik passeerde voor de eerste keer ruïnes waar ooit keizerinnen verpoosden, sliep in elegante stadsvilla’s waar de familiewapens nog aan de gevels hingen en dronk koffie op de trappen van eeuwenoude kerken terwijl naast mij de priester een broodje met mortadella at. Ik trok door het Italië van de onbekende eethuisjes, de boerenstallen en de vriendelijk glooiende heuvels en begreep dat een land dat iedere reiziger het gevoel kan geven iets unieks te hebben ontdekt, simpelweg goud waard is.

Het stemde mij, met andere woorden, vrolijk dat ik tijdens die eerste, nog zonnige dagen van deze Ronde een gelukkige versie van Italië trof, want na een jaar vol ellende gunde ik dit land de drie weken respijt waar zo’n behoefte aan was; waar ik zelf ook behoefte aan had, want ik had zin om af te sluiten met een reeks artikelen waarin ik met geen woord zou reppen over de zorgen van de Italianen, hun lege bankrekeningen, hun ruzies of hun ziektes. Nee, ik zou enkel schrijven over de mooie meisjes die hun fietsende helden zouden bedelven met bloemen.

De Ronde van Italië viel weliswaar samen met het begin van de herfst, maar dat was niet erg omdat, zoals de Italiaanse schrijver Gianfranco ­Calligarich ooit schreef, seizoenswisselingen het verlangen opwekken elders te zijn. Zodra de lucht verandert, besef je dat de tijd voorbij gaat terwijl jijzelf stil staat. De simpelste oplossing voor dat euvel is de fiets te pakken en op pad gaan.

Maar hoe verder ik reed en met hoe meer mensen ik sprak, hoe duidelijker ik begon in te zien dat die hoop ­ijdel was geweest. Want naast het gebruikelijke zweet, de krampen, de pijnlijke knieën, de dorst en de vervloekingen die horen bij een Giro, kwam op mijn telefoon steeds vaker het nieuws binnen over de inmiddels twintigduizend coronabesmettingen die dagelijks worden geconstateerd in Italië. Ik kreeg pushberichten over virusgevallen in het peloton zelf, over de pas ingevoerde avondklok in Milaan, de aanstaande lockdown en daaropvolgend de rellen in Napels en Rome.

Met iedere pedaalslag richting het noorden vervaagde de herinnering aan die onbezorgde zomerdagen verder en zo kon het gebeuren dat ik nu, tijdens de laatste etappe van 2020, niet vrolijk naar de finishlijn wandel, maar weemoedig. Bij het zien van al die mondkapjes begint eindelijk het besef in te dalen dat ik dit land zal verlaten zonder zijn inwoners nog eenmaal de twee gewoontekusjes op hun wangen te drukken die zo horen bij een Italiaans afscheid.

Bijna raak ik bevangen door die weemoed, maar dan, terwijl de laatste renners binnenkomen en de toeschouwers een glimp proberen op te vangen van de winnaar, hoor ik de helikopters boven Milaan cirkelen. Ik draai mij om en tegen de achtergrond van het magistraal mooie ­Piazza del Duomo, zie ik hoe een euforische renner net de mooiste eindstreep van zijn leven gepasseerd is. Ik kijk naar zijn lach, hoor het gejuich, ik zie de bloemen, de blijdschap en ik denk: op deze manier is het plaatje alsnog volmaakt. Eigenlijk zou ik nu mijn ogen moeten sluiten, zodat er niets meer bij kan dat er afbreuk aan zal doen. Want wat er hierna komt, dat zien we morgen wel – domani.

Dit was de laatste bijdrage van Jarl van der Ploeg als correspondent in Italië.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden