Het monster Brusselmans

Bewonderaars zijn voor hem halfidioten, vrouwen kunnen niet schrijven, maar Herman Brusselmans is tevreden in een kutstraat van een kutstad in een kutland....

EEN droplul. Een aanfluiting. Een klootzak. Een monster. Koketteert hij daar mee? Ja, daar koketteert hij mee, De Oppergod Der Vlaamse Letteren, De Beroemdste Schrijver Van De Benelux. Door lezeressen van Flair tot lelijkste man van Vlaanderen verkozen. Au. Hij heeft de bril van Woody Allen. Het haar van John Lennon. De pokdaligheid van Charles Bukovsky. Kleine dertig titels op z'n naam. In zeventien jaar tijd. Bij zijn ouders thuis hadden ze één boek. Het telefoonboek.

Herman Brusselmans, de man die zoveel klootzakken in zijn boeken stopt.

'Uiteraard ben ook ik een onuitstaanbare klootzak. Een egoïst. Omdat ik net als iedereen wil dat de nulmeridiaan door mijn reet loopt. En waarom zou je niet zo egoïstisch zijn? Dat je zelf leeft is toch het enige dat telt? De wereld bestaat door je eigen perceptie, zo simpel is het. Je kan pas een goed mens zijn als je jezelf continu wegcijfert, maar dat bestáát nu eenmaal niet.'

Moeder Teresa, opper ik. 'Wáblief?' De veelschrijver beziet de bezoeker met medelijden, en gooit zijn manen over de schouders. 'Die vrouw heeft een staatsbegrafenis gehad in India. Hoe kan je je hele leven goed geweest zijn als je een staatsbegrafenis krijgt van een dictatuur die jij bestreden hebt? Zal er ooit een jood een staatsbegrafenis hebben gekregen in nazi-Duitsland? Inderdaad, die vergelijking is nogal gek gesteld. Maar klopt wél.'

En verplegend personeel dan, dat voor een hongerloontje sappelt?

'Jesus Christ! Ze doen toch gewoon hun job? Verdienen die dan een standbeeld? Ga toch heen. Neem twee dokters op een kankerpatiëntenafdeling. Als de ene z'n patiënt sterft en de andere niet, dan ben ik er zeker van dat die ene dokter zich op de borst klopt en zegt: mijn patiënt leeft nog, en de jouwe is gestorven.

'De moeder wordt beschouwd als het oertype van wat goed is. Maar hoeveel moeders durven toe te geven dat ze hun kinderen simpelweg haten? Dat ze hen liever onder een auto zouden werpen? En terecht. Want kinderen zijn absoluut oninteressante wezens die alleen maar last bezorgen. Waarom willen mensen een kind? Puur egoïsme. Mijn naam moet voortleven. Mijn kind moet doen wat ik nooit heb gekund. Mijn kind moet een genie zijn. Mijn kind moet miss Holland worden, minister-president.

'Dat is het projecteren van het eigen falen op een nieuw wezen. Daardoor krijg je al die gefrustreerde kinderen die niet beantwoorden aan de eisen van hun ouders, met alle ellende van dien. Hitler was Hitler omdat hij slaag kreeg van een dronken vader. Jazeker. De mens is ongelofelijk simpel. Ga je eigen situatie maar na. Ik heb lang haar omdat ik geen lang haar mocht hebben van mijn vader.

'Ik zal lachen als ze met de vernietiging van de aarde voor het einde van de wereld niet klaarkomen', schreef Brusselmans in Kou van jou. Zijn melige soort misantropie was goed voor een half miljoen exemplaren: 'Ik ging naar de ongelukkenwinkel en kocht mij een schedelbreuk. Daarna ging ik naar de ziekendiscount en schafte mij een verse portie acne aan. Vervolgens bezocht ik een gaga-shop en betrok een afgeprijsde schizofrenie in goede staat'. (uit: Bloemen op mijn graf). Uit een willekeurige Brusselmans: - Slaap jij veel met meisjes? - Nee, ik slaap met mijn ogen dicht.

Of de oneliner: 'Natuurlijk wil ik seks met jou, maar laten we het uitstellen tot mijn erectie weg is.'

Het fenomeen Brusselmans (1957) zag inmiddels de bron van zijn wilde jaren opgedroogd; want 'leeggeschreven als een leeggerolde tube', zoals een criticus voorzag. Dát maak ik zelf wel uit, zegt Brusselmans. Maar inderdaad, er gebeurt 'geen reet' meer in zijn keurige burgermansbestaan te Gent, ook al zijn onlangs de ruiten ingekinkeld van het huis dat hij met vrouwtje Tania en maltezertje Woody gaat betrekken. Dus hoeft de schrijver niet meer te poseren als strontvervelende heteroklier, als macho die kankert op flikkers met oor- of neusring; als lamlendige puber; als opvallendste campschrijver in de Nederlandstalige literatuur; als antischrijver van wegwerpboeken; als briljante zeurpiet in een oeuvre van optimale smakeloosheid - kortom: de H.H. recensenten moeten hun vocabulaire herzien. Want Brusselmans stort zich geheel op fictie.

Zijn nieuwe verhalenbundel Het einde van mensen in 1967 gaat onder meer over volksmensen die verkrachting, messenvechten, katten doodslaan om ze op te eten en incest als ontspanning beschouwden. Over kleine collaborateurs van het platteland. Ritselaars die per ongeluk in het verzet gingen, zoals zijn eigen familie. 'Rapaille', grauwt Brusselmans. 'Wat me heeft getekend, is dat boeren hun vee vastketenden en die halskettingen niet losser maakten als die runderen opgroeiden. Dan vrat zo'n ketting zich in een hals, compleet met etterende wonden. Mijn vader was veehandelaar, maar zei daar niks van.

'Je zou hem een lafaard kunnen noemen. Maar hij moest de eindjes aan elkaar knopen, dus hij kon die boeren niet de les lezen. Hij heeft zich geconformeerd aan achterlijke mensen. Daarom heb ik al vrij snel besloten dat ik me aan niemand zou conformeren. En als schrijver ben je vrij.'

Want: geen aanleg genoeg om drummer te worden. Wel 'groot talent' als linksbuiten van VW Hamme en later bij Sporting Lokeren. Toch niet gekozen voor profvoetballerij: 'Omdat ik niet wou afhangen van idioten als trainers en managers.'

'Zou ik mezelf weer als puber zien, dan zou ik mezelf neermaaien. Pubers kun je beter neermaaien. Zo'n rottige, betweterige lul was ik ook. Ik was ongelukkig. Ik wilde de koning van de wereld zijn. Terwijl ik de stront van de koeien stond te scheppen, dacht ik: ik ga ontsnappen. Ik zat liefst 24 uur per dag met mijn neus in de boeken, maar wat er op mijn kamertje gebeurde, wist niemand. Er hingen geen gordijnen, dus masturberen was er niet bij. Kwam ik van de kapper, dan vond mijn vader het nog te lang en ging hij op een gewelddadige manier mijn kop te lijf met de tondeuse.'

Brusselmans knijpt in een tennisbal. Vertelt hoe hij na zijn studie Germaanse filologie 'bordeelhouder' van een overheidsdienst werd: bibliotheekhouder. In zijn kelder werd gezopen en gevreeën achter de stellingen. Hij schreef in de tijd van de baas, aangemoedigd door het succesdebuut Het zinneloze zeilen. Ook kraakte hij 'kutboekjes' voor het dagblad De Morgen. Daarna waren gevestigde schrijvers aan de beurt. Claus moest van zijn sokkel gehaald, plus 'alle literaire vijanden van mijn baas Herman de Koninck. Toen ik over De Konincks kale kop ging schrijven, was het gedaan.

'Ik heb onvolwassen dingen geschreven in de ogen van de critici, maar so what? Als ze zeggen: jij bent in de literatuur een mislukte clown, dan is dat gelogen. En zo niet, so what? De literatuur is van haar voetstuk gevallen. Vercommercialiseerd. Het enige dat telt is: wie krijgt de prijsjes? Wie heeft er vriendjes die beurzen weggeven? Kijk naar de flut in de toptien, waar ik zelf trouwens ook in sta; alleen in Vlaanderen dan. Men dweept met James Joyce, die vind ik een verschrikkelijke kutschrijver. John Irving is tien keer beter. Bret Easton Ellis is mijn voorbeeld. Of eigenlijk ben ik zijn voorbeeld; zó schreef ik vroeger.

'Een paar jaar geleden zei ik: ik schrijf niet meer. Dat heeft een halfjaar geduurd. Gisteren ben ik aan een nieuw boek begonnen. Het speelt in het voetbalmilieu. Ik heb mijn uitgever Prometheus beloofd niet meer dan twee boeken per jaar te publiceren. Ik ben het beu om al meer dan vijf jaar de grond te worden ingeboord.'

Je schrijft dan ook sneller dan God kan denken, waag ik. Fel stuitert het tennisballetje onder zijn handen. Duizend pagina's in drie jaar tijd produceren, dát was de droom! Maar toen zag hij de nieuwe bijbel van Tom Wolfe, zijn held. 'Ik mis dat talent om drie, vier sub-plots te construeren die aan het eind samenkomen in een uitbarsting van toevalligheid. Bovendien heeft Wolfe zeker 25 culturen van 200 miljoen mensen ter beschikking. Wil ik mijn horizon verbreden door te verhuizen naar Brussel of Antwerpen, dan kom ik in dezelfde kutstad terecht als waar ik nu zit.'

Zowat iedereen in Gent ziet eruit als een dorpsgek, schreef Brusselmans. Hij verklaart: 'Dat heeft veel te doen met het wéér. Als het zomert en de meisjes dragen korte jurkjes, dan zal ik zo'n zin niet schrijven. Bij jullie is het weer mogelijk nog erger, maar Vlaanderen is één groot achterlijk dorp. Daarom kom ik niet meer buiten. Ik heb een enorme hang naar mijn vier muren. Ik schreef al eens: mensen vertrappelen mijn ziel. Met hoeveel van de tienduizenden die je ontmoet heb je zielsverbondenheid?

'Je kan de ruimte in de Gobi-woestijn gaan opzoeken, maar dan moet je in een vliegtuig waar vetzakken klagen over te kleine toiletten, en na aankomst klagen ze over zand in de schoenen. Dus ben ik tevreden met een kuthuis in een kutstraat in dit kutland.' En de Vlaamse 'kut-tv' dan, waar hij zich ergerde aan Paul Marchal, vader van Dutroux-slachtoffer An? 'Die man is alleen maar beroemd geworden door de dood van zijn dochter. Nergens anders om.

'Dat is iemand die heel zijn leven ligt te dromen van macht. Binnen dat kleine kutpartijtje speelt Marchal dictatortje. Hij heeft negentig procent van zijn leden aan de deur geworpen. Dat zijn dingen waarom men in het buitenland lacht. Zo zit ik ook met mijn tenen gekruld als Helmut Lotti als een achterlijk Vlaams boertje bij Paul de Leeuw te gast is. Daar zie je trouwens ook dat enorm hautaine van de Nederlander ten opzichte van de Vlaming. Een Vlaming die zalen vult in New York en Addis Abbeba, al is hij niet rot van talent als ik.'

Rot van talent? 'Ken je die uitdrukking niet? Iemand die veel talent heeft. Die veel uitstraling bezit. Dat heb ik. Dat is uitzonderlijk voor een Vlaming. Kijk, Vlamingen zijn de piespalen van Europa. Dat voel je. Hoe kan dat ook anders als je het uiterlijk hebt van onze premier? Die winden staat te lossen waar Clinton bij zit? Die in het openbaar aan zijn neus en zijn kont zit te krabben?

'Ik schaam me als ik De Haene hoor spreken. Geen enkele politicus die hier correct Nederlands spreekt. Ons nationale voetbaleftal wordt begeleid door een haptonoom, een drugdealer en een toverkol, maar niemand bedenkt dat die mensen in het buitenland een taalexpert nodig hebben. In Nederland kunnen jullie er ook wat van, met dat doei. En jullie verhaspelen het Engelse woord thriller tot sriller. Volgens jullie ben ik srijver in plaats van schrijver. Maar Vlaamse presentatoren zijn het ergst. Die verontschuldigen zich niet eens meer voor hun morsige, boerse dialect.

'Dat maakt Vlaanderen zo klein: gebrek aan stijl. In alles. Sinds Dutroux is in België ook niks veranderd. Alles is opgelost met achterpoortjes en doofpotjes. Zand in de ogen strooien van de bevolking. En de bevolking trapt er nog in ook. Dat is typisch Vlaams, typisch Belgisch.'

Waarom gaat Brusselmans dan toch maar niet ergens anders wonen? 'Omdat ik dan de achterlijke gekke, Belg ben. Als Helmut Lotti behandeld ga worden. Ook al zal men uiteraard gauw beseffen dat ik een genie ben.' Genie? Een gevoelig genie dan. Want 'ossenknieën' verdraagt hij niet. Niet als die toebehoren aan de Vlaamse tv-omroepster Lynn Wezenbeek. Hij had dat nog niet op de radio geroepen, of de schrijver kreeg een proces aan zijn broek. Terwijl vrouwen doorgaans toch een rem zijn op zijn zwaarmoedigheid. Op zijn angsten.

Angst voor auto's. Voor reservewielen in auto's. Voor mensen. Voor schoenen die ze dragen. 'Het is een ziekte. Die heeft tien jaar geduurd. Ik durfde de straat niet meer op, alleen om naar psychiaters te gaan. Nu slik ik het antidepressivum Xanax. En Trasolan tegen de angst. Nu heb ik het onder controle. Maar ik heb jaren een fles port en een fles whisky per dag moeten drinken. En bier voor de dorst. En dat met zwakke lever. Ik werd wel angstvrij, maar van een vrouw kan je niet eisen dat ze blijft omgaan met een dronkaard. Het was voor Gerda, mijn vriendin toen, een hel. Ze heeft me enorm gesteund, tot het niet meer ging.'

Op zijn knieën heeft hij gebeden. Een bidder, was hij, de held van zijn eigen boeken die het zo goed met zichzelf getroffen had; de baldadige punker die zijn pijlen afschoot op alles wat naar pretenties riekte. Codewoord: bullshit. 'Weet je', zegt hij nu, 'ik had een klein zelfbeeld en dat wilde ik op allerlei manieren opblazen.' De fans vonden het prachtig, richtten een fanclub op. De beloning bleef niet uit. De topauteur noemde zijn bewonderaars halfidioten die van hem de ziekte van Creutzfeldt-Jakob mochten krijgen.

'Ironie', zegt hij nu, een sigaret dovend in de overvolle asbak. 'Kijk, ik begon pas 's avonds met drinken, maar als er mensen om vier uur op bezoek kwamen werden ze kwaad omdat ik koffie dronk. Dat was dan: hij bedriegt ons, hij zit aan de koffie terwijl hij in zijn boeken whisky drinkt. Ze wilden de figuur zien die kut en lul riep naar alles en iedereen. Ze voelden zich op hun pik getrapt.'

Tegen zijn moeder in Hamme riep iemand: 'Ik heb je zoon op de tv gezien. Wat is dat voor afschuwelijk, langharig monster!' 'Misschien', zegt Herman Brusselmans 'had mijn moeder dat ook gedacht als ik de zoon van iemand anders was. Maar simpele natuurwetten maken nu eenmaal: dat kind van mij deugt. Zelfs moeders van massamoordenaars blijven hun kind trouw. Die wetten bestaan, maar ik wens ze te negeren. Ik hoef geen kind te hebben om mijn eigen naam voort te zetten. Ik hoef geen standbeeld te hebben omdat ik straks 150 boeken heb geschreven. Ik heb nu een bv, dat heet een bva in België, en dat is de bva Laat Mij Gerust.

'Toen mijn moeder stierf was ik kapot, maar ik heb jaren geleefd zonder dat mijn moeder mij een bal interesseerde. Zij is mij trouwens ook nooit komen vragen: wat schrijf jij eigenlijk? Ze heeft nooit wat van mij gelezen. Mijn vader ook niet. Die zegt: ik weet wel wat daar in staat. Hij vindt het belangrijk dat ik in de krant sta, maar hij gaat ervan uit dat wat ik schrijf ook door hem geschreven had kunnen zijn. Onze conversatie is beperkt tot voetbal.'

De schrijver rekt zich uit. Hij hoest. Hij is verslaafd aan sigaretten ('dat zit in mijn genen'). En aan Tania, die met de zonnebril hoog op haar kapsel de trap afklost. In de woonkamer staat een strijkplank bedrijfsklaar, maar de bezoeker hoeft niet bang te zijn dat de schrijver zelf eens een hemdje voor zijn geliefde zal strijken, haha. 'Real guys don't iron, om Norman Mailer maar eens te parafraseren. Ik help wel eens bij de vaat, maar bepaalde dingen doe ik niet. Zoals ik ook nooit anale seks heb.

'Het is gewoon zo dat een vrouw meer geschikt is voor het huishouden dan een man. Punt. Het vrouwtjesdier moet kinderen zogen en een warme hap maken voor de man als die thuiskomt van de jacht.'

En dan vindt Herman Brusselmans het nog mal dat hij als seksist te boek staat?

'Dat interesseert me geen bal', klinkt het kortaf. Hij wil meteen maar even het misverstand uit de wereld helpen dat de hoofdpersoon in zijn boeken zijn lul achternaloopt. 'Ik ben dol op lekkere wijven, maar ik ben te schijterig om mijn vrouw te bedriegen. Daarvoor hou ik te veel van haar. Dat kun je toch niet seksistisch noemen? Ik vind mijn vrouw fantastisch en zij mij. Laten feministen daar maar eens iets tegenin brengen. Dat zijn dan toch extreem-fascisten?

'Vrouwen zijn nooit echt goede schrijvers.' Daar is Herman Brusselmans niet van af te brengen. Connie Palmen? Niet in de categorie Reve & Hermans. Een Isabel Allende? Zijn ogen schieten vuur. 'Absolute lulkoek. Oninteressante boeken. Weet je wat het probleem is van vrouwen, trouwens ook van Hugo Claus? Dat gebrek aan humor. Op Dorothy Parker na ken ik geen enkele vrouwelijke schrijver die me doet lachen.'

Fay Weldon? 'Niet om wakker van te liggen.' Simone de Beauvoir? Marguerite Duras? Benoîte Groult? 'Vind ik allemaal verschrikkelijk. Dan kun je evengoed een hap zand eten.' En zo kan hij nog wel even doorgaan, de auteur die de hoofdpersoon van zijn boek Logica voor idioten (Brusselmans zelf) een fanclub laat oprichten voor Michèle Martin, de vriendin van moordenaar Marc Dutroux.

'Toen ik haar zag, dacht ik: die zit in de handen van de verkeerde man. Mocht zij in mijn handen zitten, dan zou zij echt wel een fantastische vrouw kunnen worden, snap je wel. Ik zou haar naar de juiste kapper sturen. Ze heeft wel iets flashy, dat frêle kindvrouwtje dat door haar eigen gekte op het verkeerde pad is geraakt. Ik vind het uitdagend om daar wat mee te doen. Ik ben iemand die graag vrouwen vormt. Die vrouwen graag naar een hoger niveau tilt, hè.'

Hier is geen gebrek aan mannelijke superioriteit, merk ik op.

Brusselmans' antwoord klinkt als een roffel op zijn drumstel: 'Maar we gaan elkaar toch geen mietje noemen! Alle grote uitvindingen zijn toch gedaan door mannen? Noem eens een vrouw die iets fantastisch heeft uitgevonden? Nou ja, Madame Curie. Maar die had het van haar man. En hoe komt het dat door de eeuwen heen zo weinig grote schilderkunst is gemaakt door vrouwen? Prinsessen en koninginnen genoeg die de hele dag niets zaten te doen.'

Na een hoestbui erkent de schrijver grijnzend dat hij lezeressen in de menopauze weinig te bieden heeft. 'Die zoeken in boeken wat andere vrouwen van middelbare leeftijd over hen schrijven. Jonge meisjes herkennen zich wel in mijn kutboeken.' Leer Brusselmans de jonge meisjes kennen! Waarom zijn die zo dol op paarden? 'Een paard is fallisch! En knuffelbaar. Het succes van De paardenfluisteraar berust op een uitgekiende Amerikaanse strategie voor de vrouwelijke markt. Had ik het maar bedacht.'

Sluit iemand op met het oeuvre van Mulisch, en een ander met dat van Brusselmans. Tot ze het zat zijn. Wie zal het eerst op de deur tikken? Precies: 'Ik ben alleszins een betere schrijver dan Harry Mulisch en Hugo Claus', klinkt het op de divan. 'Dat is een feit.' Even is het benauwd stil. Dan rest de prangende vraag: waarom vertoont de meerdere van Mulisch en Claus zich niet op het jaarlijkse Boekenbal, om alom bewondering voor zijn megatalent te gaan oogsten?

'Pffhh! Een jaar of wat geleden was ik eregast. Leuk! Vlaamse eregast! Maar niemand wist wat dat inhield, eregast. Het hield in dat ik een interview van wel achttien seconden kreeg met Dieuwertje Blok, op wie ik trouwens al jaren hopeloos verliefd ben. En het hield tevens in dat ik als eregast in de nok van de zaal tegen een grote pilaar zat aan te kijken. Weggestoken, hadden ze me! Nee, mij gaan ze niet meer zien in Amsterdam.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden