Het monopolie van Polygoon

'POLYGOON SPANT de kroon, óók in toon', adverteerde de roemruchte Haarlemse filmfabriek vlak na de introductie van de geluidsfilm in 1931....

Veel schade heeft Polygoon er niet door geleden, want nog geen jaar later kon het bedrijf via een geheim gehouden overname van aandelen de controle verwerven over de enig overgebleven concurrent Profilti. Het vastleggen van actuele beelden op film in Nederland was daarmee in één hand gekomen. Van Europese of Nederlandse regelgeving tegen mediamonopolies was nog geen sprake.

Totdat de eerste schuchtere actualiteitenrubrieken in het begin van de jaren zestig op de televisie hun intrede deden, had Polygoon met Hollands Nieuws (na de oorlog Neêrlands Nieuws) vrijwel een monopolie op visuele actualiteit uit Nederland. En dat is nog steeds te merken. Wie kan zich bijvoorbeeld de jaren vijftig voor de geest halen zonder te denken aan de nostalgische zwart-wit beelden uit het Polygoon-bioscoopjournaal? Onverbrekelijk ermee verbonden is de spreker van begeleidende teksten Philip Bloemendal. Zonder zijn gezwollen stem met een barstje lijken de beelden een stuk minder authentiek.

Het audiovisuele archief van de filmfabriek werd halverwege de jaren tachtig door de omroep gekocht en sinds die tijd worden de Polygoon-beelden uitentreuren gerecycled. Polygoon en Bloemendal (de laatste voor de periode na 1947) zijn prominent aanwezig in elke historische documentaire, maar ook in elk televisiespelletje waarbij historische beelden een rol spelen.

De invloed van dat historische herkauwen kan moeilijk worden onderschat. 'Nederland' bestaat immers voornamelijk door collectieve noties van een 'vaderlands' verleden. De tijd dat dergelijke noties door de geschriften van gerenommeerde historici werden bepaald, ligt ver achter ons. Het vervult historici wel eens met afschuw, maar het is onmiskenbaar dat onze indruk van het recente verleden steeds nadrukkelijker samenhangt met de audiovisuele neerslag van gebeurtenissen in foto's, films, radio en televisiebeelden. Ook historici kunnen zich maar moeilijk onttrekken aan de kracht van die beelden.

Een monopolist van beelden en geluiden zoals Polygoon zou alleen al daarom in de warme belangstelling van historici moeten staan. Niets is minder waar. Naar het bedrijf is relatief weinig onderzoek gedaan, naar de films die het maakte nog veel minder. Aan dat eerste gebrek is nu iets gedaan door Jitze de Haan. Hij beschrijft in Polygoon spant de kroon de geschiedenis van het bedrijf van 1919 tot aan 1945.

Hij schetst een levendig beeld van het bedrijf, dat onder leiding van de gebroeders Ochse - de een filmer de ander directeur - breed uitwaaierende activiteiten ontplooide. Beroemd werd het journaal, maar het bedrijf organiseerde ook een reizende schoolbioscoop, bezat een fotopersbureau en was producent van tussentitels voor stomme films. Zeker zo belangrijk waren de films die Polygoon in opdracht van families (bruiloften), bedrijven en organisaties maakte. Frappant is dat vooral de moderne arbeidersbeweging (SDAP, AJC, coöperatie, vakbonden en dergelijke) opdrachten verstrekte. Polygoon had daardoor enige tijd een socialistisch imago, hoewel de firma net zo makkelijk films voor bedrijven maakte.

Door het vele werk kon Polygoon ruimte geven aan creatieve filmmakers als I.A. Ochse, Cor Aafjes, Jan Jansen en Jo de Haas. Het bedrijf was op deze manier een leerschool voor cineasten met meer dan een folkloristisch-journalistieke pretentie.

Jammer is dat je in De Haans boek moet speuren naar het resultaat van die pretentie. Wie op zoek is naar de inhoud van de films van Polygoon, wordt teleurgesteld. De titellijst van opdrachtfilms geeft wel enige indicatie en in de tekst staat het een en ander over onderwerpen waarin Polygoon blijkbaar geïnteresseerd was. Lokale en regionale folklore hoorde tot de toppers. Verscheidene expedities naar Nederlands-Indië leverden materiaal waarmee het bedrijf jarenlang omzet dacht te kunnen boeken, hoewel de tropische hitte en vochtigheid een echt substantiële en continue filmproduktie in Indië verhinderden.

Naar wat er precies in de journaals te zien was, is het voorlopig nog gissen geblazen. Wat een oppervlakkige waarnemer via de televisie-recycling kan constateren, is dat het journalistieke gehalte waarschijnlijk gering was. De Polygoon-ploeg rukte uit onder het motto 'waar wij niet zijn, is niets te doen', wat suggereerde dat ze de vinger voortdurend aan elke belangrijke pols in Nederland hield.

Maar de journaals bevatten voor zover we weten weinig hard politiek, economisch of sociaal nieuws, wel veel faits divers die de natie verenigden en met trots vervulden: het Oranjehuis, recordvluchten van de KLM, actrice Jeanette McDonald bezoekt Amsterdam, de Rembrandt-tentoonstelling in het Rijksmuseum en dijkophoging tegen hoog water in het Maasdal. En natuurlijk veel aandacht voor opmerkelijke lach-en-een-traan-gebeurtenissen rond eenvoudige burgers: grijsaards die honderd jaar worden en nog elke dag een borreltje drinken, een blozende puistekop in Beetstermolen die het eerste kievitsei vindt, het nieuwe programma van Louis Davids.

Wat onderwerpenkeuze en montage betreft lag het nog grotendeels in de sfeer van het kermisvermaak waarin film en bioscoop waren opgegroeid. In de loop van de jaren dertig ontdekte men geleidelijk dat een optreden van politici voor de camera het journaal aanzien gaf. Premier Ruys de Beerenbrouck sprak in 1932 sussende woorden over de economische crisis en Colijn na hem maakte vaker van de camera gebruik om zijn politiek naar het volk in de bioscoop te brengen. Het was onwennig en oogt voor de hedendaagse kijker stijf en gekunsteld, maar het was wel degelijk de voorbode van de latere symbiose van politiek en televisie.

Bij De Haan geen beschouwingen van deze aard. Het is een en al bedrijfsontwikkeling wat de klok slaat en op zichzelf is daarmee niets mis, want zoveel is er niet over Polygoon bekend, zelfs niet over de oorlogsperiode waarover zo langzamerhand geen detail meer onbeschreven is. Polygoon is in de oorlog een schoolvoorbeeld van een bedrijf dat poogt onafhankelijk te blijven werken onder steeds grotere Duitse en NSB-druk. De Haan brengt die wat hopeloze pogingen aardig, zij het zeer kort, in kaart.

Het bedrijf overleefde, kwam tamelijk ongeschonden door de zuivering en kon, met Bloemendal aan de microfoon, aan de meest roemruchte jaren in zijn bestaan beginnen. Het is te hopen dat deze uit cultuurhistorisch oogpunt meest interessante periode binnenkort aan een serieus onderzoek wordt onderworpen.

Huub Wijfjes

Jitze de Haan: Polygoon spant de kroon - De geschiedenis van filmfabriek Polygoon 1919-1945.

Otto Cramwinckel, Amsterdam; ¿ 45,-.

ISBN 90 718 94 827.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden