Het mollige hart van een rijpe meloen van Avontuur

Wat gebeurt er met een crimineel op wiens hoofd zojuist de rubber knuppel is neergedaald van Charles Coriolanus Maccabeus Carlier, hoofdinspecteur van de Su retationale en 'erelid' van Scotland Yard, alias de Schaduw?...

Achteraf zou je het wonderbaarlijk kunnen noemen dat de Leeuwarder politieromanschrijver Hans van der Kallen, beter bekend als Havank, met een dergelijk bombastisch taalgebruik zo'n groot publiek wist te bereiken en over zo'n lange periode: van de jaren dertig tot in de jaren tachtig. Van zijn dertig boeken over de Schaduw, die hij allemaal in hetzelfde idioom schreef, verkocht uitgever A.W. Bruna & Zoon er zes miljoen waarvan een groot deel in de populaire Zwarte Beertjes-serie. Na Van der Kallens dood zette de Leeuwarder Pieter Terpstra zijn werk voort: hij voltooide drie van Havanks laatste manuscripten en schreef onder de auteursnaam Havank & Terpstra in zijn eigen, wat minder flamboyante stijl nog twintig boeken over de Schaduw, waarvan er zo'n vier miljoen werden verkocht.

Havank bezigde niet de taal van de straat, maar van een gymnasiast uit het begin van de 20ste eeuw, die misschien wel graag tot op hoge leeftijd gymnasiast had willen blijven. In vrijwel al zijn boeken schilderde hij de Schaduw als een scherpzinnige, eigengereide politieman die er met zijn gymnasiale achtergrond zelfs in de hachelijkste situaties niet voor terugdeinsde Vergilius of Dante te citeren.

Een hoge leeftijd heeft Van der Kallen trouwens niet bereikt. Gisteren precies honderd jaar geleden werd hij geboren, en veertig jaar terug, op 22 juni, ging hij dood. Het is, zou je kunnen zeggen, dus eigenlijk Havank-jaar, al heeft dat nog niet geleid tot grootse herdenkingen of symposia over auteur en werk of het zou de bijeenkomst moeten zijn die gisteren werd gehouden in het 16de-eeuwse landhuis Dekema State in Jelsum, even benoorden Leeuwarden, waar de schrijver een tijdje heeft gewerkt en gewoond.

Wat was het geheim van Havanks succes? Was het de grote behoefte in die zorgelijke jaren dertig, veertig en vijftig aan verstrooiende lectuur? Was het zijn humor of pogingen tot humor? Kwam het door de pregnante, herkenbare beeltenis die tekenaar Dick Bruna van de Schaduw maakte (kort zwart mannetje zonder nek, alpinopet, onafscheidelijke sigaret in het hoofd)? Was het de spanning waarmee de schrijver in bijna elke zin suggereerde dat de hel nu werkelijk ging losbarsten? Of was het toch vooral zijn gezwollen velen zouden beweren: bloemrijke taal?

Vraag het zijn biograaf en bibliograaf drs. J.P.M. Passage (76) en hij zal antwoorden: 'U noemt het bombastisch, maar als neerlandicus kijk ik dan terug naar schrijvers als Aart van der Leeuw en Arthur van Schendel, want met enig historisch besef kun je zeggen dat de taal van Havank op hun taalgebruik is terug te voeren.' Hij leest een zin voor om te illustreren wat hij bedoelt. Maar wie Havank een beetje kent, weet dat hij voor dat soort zinnen niet lang in het Schaduw-oeuvre hoeft te zoeken. Uit De man in de verte: 'Met de handen krampend om de leuningen van zijn stoel, zodat het rietwerk kraakte en de knokkels onder het wit van de huid zichtbaar werden, zag Silv in de verte het noodlot van de wagen zich voltrekken en hij kon slechts toeschouwen, in pijnlijke, martelende machteloosheid.' Uit Schaduw waarom?: '. . . en in de dol-fantasterige beeldspraak van de Schaduw was die ene blik door die providenti spleet als een blik in het mollige hart van een rijpe meloen van Avontuur.'

Al op jeugdige leeftijd raakte Passage door Havank gegrepen. Door zijn boeken kreeg hij belangstelling voor Nederlandse en buitenlandse literatuur, en ging hij Nederlands studeren. In 1980 'toen het in het onderwijs wat minder ging' zette hij zich in de avonduren aan een grondige analyse van Havanks werk, die resulteerde in een bibliografie van '26 of 27 boekjes' over uiteenlopende onderwerpen van de reizen die de Schaduw maakte tot de plaatsen die hij bezocht en de auto's waarin hij reed. In 1996 vond Passage het tijd worden voor het schrijven van een biografie, die in 1997 verscheen onder de titel Havank, schets van leven en werk.

Het is een schets van een turbulent bestaan: roomse opvoeding in Leeuwarden, gymnasiumtijd bij de paters Augustijnen in Eindhoven (afgebroken in het vijfde jaar), fabrieksarbeider, in 1934 beginnend schrijver te Amsterdam (gage voor zijn eerste boek, Het mysterie van St. Eustache, in 1936: 250 gulden), reizen naar Parijs en door Frankrijk, huis in de Provence belangrijkste inpiratiebron voor zijn Schaduw-boeken , vlucht in 1942 naar Londen, trouwt daar, redactiechef van het Londense Vrij Nederland, leeft terug in Nederland gescheiden van zijn vrouw, bekeert zich tot de r.k.-kerk, gevoelig voor spiritisme en openbaringen, levensgenieter, zit voortdurend zonder geld, stevige drinker, ijverig schrijver.

Van der Kallen schreef 29 (politie)romans en twee verhalenbundels; hij vertaalde meer dan vijftig boeken van Leslie Charteris over Simon Templar, alias The Saint (Zwarte Beertjes). Op het laatst van zijn leven logeerde hij in hotel Amicitia te Leeuwarden. Daar werd hij op 22 juni 1964 dood op zijn kamer gevonden, overleden aan een hartaanval, in zijn hand een onvoltooid manuscript, waarvan de laatste zinsnede luidde: 'Diens waanzinnige, triomfantelijke lach. . .' Nog hetzelfde jaar werd het uitgebracht als Menuet te middernacht, na pagina 175 voltooid door Pieter Terpstra. In 1985 verscheen de laatsteHavank & Terpstra, De Schaduw en het moordjaar, als extra dikke paperback. Daarna werd het stil. Op een enkele gelegenheidsuitgave na werden er geen Havanks meer herdrukt.

Maar de geest van de schrijver leeft voort. Er is een Stichting Mateor (zo genoemd naar het boek De N.V. Mateor uit 1938) die met steun van zo'n tweehonderd donateurs probeert het culturele erfgoed van Havank te behouden. Elk jaar, op de sterfdag van de schrijver, benoemt de stichting iemand tot 'vriend van het jaar' (Dick Bruna was in 1995 de eerste, Pieter Terpstra werd het in 1997, J.P.M. Passage in 2000). Het graf van Van der Kallen werd veiliggesteld en voorzien van een monument. Er verscheen een Havank-wandelroute door Leeuwarden, en op het geboortehuis van Havank werd een bronzen reliaangebracht.

Plannen voor nieuwe herdrukken zijn er niet. Hillebrand Komrij, secretaris van de stichting, vraagt zich ook af of Havank nog wel in deze tijd zou worden gelezen. 'Hij schreef in een stijl die jongeren van nu waarschijnlijk niet zal aanspreken. En zo gaat het natuurlijk vaak met schrijvers: na hun dood worden ze vergeten.'

Er is een lichtpuntje: uitgever Bruna gaat volgend jaar Havank-deeltje opnieuw uitbrengen. Niet vanwege Havank, maar omdat de Zwarte Beertjesreeks dan vijftig jaar bestaat. De Stichting Mateor is gevraagd er drie te selecteren. Dat is inmiddels gebeurd. Welke gaat het worden? De verkavelde bruidegom, Het probleem van de twee hulzen of De Schaduw grijpt in?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden