Het Missiemuseum blijft zichzelf

Wie door Steyl loopt, waant zich in een Vaticaan op Limburgse schaal...

In de vroege zomer van 1875 trok priester Arnold Janssen, volbloed Duitser met een oer-Hollandse naam, naar het dorpje Steyl, dat schuin onder Venlo, bijna onzichtbaar voor passanten, in een kromming van de Maas verscholen ligt. In een leegstaande herberg bij de rivier legde hij stro op de grond, liet een meegereisde klusjesman van wat wrakke stoelen en planken een tafel in elkaar knutselen en trakteerde enkele toevallige bezoekers op een pot bier.

De Congregatie van het Goddelijk Woord was gesticht, het eerste Duitse missiehuis een feit. Aan gene zijde van de grens woedde de Kulturkampf: Otto von Bismarck legde de katholieken het vuur zodanig aan de schenen dat nieuwe ordes in het buitenland domicilie moesten zoeken. Limburg, traditioneel overlopend van roomse nestwarmte, was daarom geen gek alternatief.

Hoezeer in Arnold Janssen ook het heilige vuur brandde van een tomeloze zendingsdrift, nauwelijks zal hij hebben kunnen bevroeden dat in dat sjofele drink-lokaal de eerste steen werd gelegd voor een religieuze multinational die zijn vleugels in de hele wereld zou uitslaan. Tegenwoordig telt zijn orde Societas Verbi Divini vijfduizend zusters en bijna zesduizend missionarissen die in 46 landen actief zijn. Zij ontvangen de directieven voor hun tour of duty nog altijd rechtstreeks van de thuisbasis tussen het bronsgroen eikenhout.

Zo'n wereldwijde expansie laat sporen achter. Wie nu door Steyl loopt, waant zich in een Vaticaan op Limburgse schaal. Kerken, drie reusachtige kloostercomplexen, kapellen, een missiemuseum, een heuvel van het Heilig Hart, werkplaatsen, een drukkerij, grotten, een vormingscentrum en een bejaardenhuis zijn samengepropt op een oppervlak van een paar vierkante kilometer.

Voor het mooiste zicht op het geestelijk rijk van Arnold Janssen moet je het pontje uit de richting Baarlo nemen. Terwijl de sterke onderstroom van de Maas je als een dronken matroos heen en weer slingert, word je overweldigd door de weidse contouren van de kerk van het Missiehuis Sint Michaël waar diens sarcofaag staat. Als een kathedraal domineert dit Godshuis, meerdere maten te groot voor zijn omgeving, het landschap bijna tot in Venlo.

Wanneer ik oog in oog met de kloosterkerk sta, vallen drie rode streepjes met jaartallen op die in het baksteen zijn gekerfd. In 1926, 1993 en 1995 heeft het rivierwater, toch ook Gods schepping, hier de kloosterlingen overvallen.

Het stichtelijk concern heeft de tekenen des tijd goed weten te verstaan. In de betegelde gangen van het Missiemuseum staan stands met in full colour voor alle leeftijdsgroepen week- en maandbladen die elk cynisme hebben afgezworen en getuigen van een eigentijds positivisme. Waar de ascetische Janssen (niet bepaald het prototype van de gezellige dorpspastoor) het accent louter legde op kerstening en de verbreiding van Gods woord, heeft de huidige congregatie ook wereldlijke trekjes. In de ontwikkelingslanden worden met de kansarme bevolking projecten opgezet die verbetering in haar levensomstandigheden moeten brengen. Ook drugsverslaafden en andere welvaartszieken van deze samenleving kunnen een beroep op hen doen.

Het Missiemuseum is een verhaal apart. De Missionäre aus Steyl brachten van hun missies allerlei voorwerpen, relikwieën, parafernalia , antropologische souvenirs en opgezette beesten mee terug. Broeder Berchmans verzamelde, catalogiseerde en rubriceerde ze, en stelde uit deze bonte kermis een lijvige collectie samen die als basis diende voor het Missiemuseum dat in 1931 zijn deuren opende.

Daarmee werd het karakter van het museum meteen voor de eeuwigheid vastgelegd, want sinds de première is noch aan de verzameling, noch aan de inrichting iets gewijzigd. Het Missiemuseum in Steyl spot al decennia lang met alle denkbare wetten van de museale marketing en vormt een weldadig anachronisme.

Rust, niets dan verkwikkende rust straalt af van de vitrines van kloek hout en enkel glas. Alleen bij de ingang is men bezweken voor de moderne tijd. Daar staat een geprepareerde grizzlybeer die vervaarlijk brult en heftig met zijn kop schudt op het moment dat je een muntje in de gleuf stopt. In een glazen hokje scheurt een kloosterzuster de kaartjes. Zij zal veel van haar uren in eenzaamheid moeten doorbrengen, want dat de massa's de weg naar het Steylse Missiemuseum hebben weten te vinden, nou nee.

Daar waar de Kloosterstraat een scherpe draai maakt en zich afwendt van de Maas, stuit ik op het fraaie Klooster van de Heilige Geest, de residentie van de in een zachtroze habijt gehulde slotzusters. Ook dit is een plek met een geschiedenis. Waar de in een blauw gewaad gestoken missiezusters van het iets verderop gelegen Heilig Hart Klooster naar alle windstreken werden uitgezonden, komen de roze zusters al bijna een eeuw niet verder dan de voordeur.

De buitenwereld is voor hen verboden terrein. Zelfs toen de Duitsers in 1945 in het frontgebied rond Venlo verbeten standhielden, verlieten de kloostervrouwen hun gewijde territorium niet. Vanuit de kelder vulden zij hun dagen met 'de eeuwigdurende aanbidding van God', zoals het vanaf 1896 in hun taakomschrijving staat. Een opdracht die ook nu nog onverminderd geldt. Voor het altaar in de kloosterkapel zitten roze zusters in een nooit eindigende marathon bij toerbeurt onhoorbaar hun gebeden te prevelen; overdag lossen de religieuzen elkaar om het half uur af, 's nachts om het uur.

Vanuit een nis van de kapel is er uitzicht op deze gebundelde devotie, maar een hecht vlechtwerk van metaal voorkomt dat het tot een direct contact komt tussen kloosterlingen en buitenstaanders. Toch is de kloosterkapel erg in trek bij gelovigen. Dat blijkt ook uit het schrift dat op een van de vensterbanken ligt. Gedachten, bespiegelingen, aforismen vullen bladzijde na bladzijde. 'Jullie stemmen vullen de stilte, en maken het nog stiller', heeft een van de gelegenheidsbezoekers in priegelige letters geschreven.

Zelfs op de plaats waar de veerpont zijn overtochten over de Maas maakt en auto's af en aan rijden, blijft het kloosterdorp allereerst zijn meditatief aura behouden. Vanaf zijn sokkel kijkt een strenge Arnold Janssen, de Zaaier, op de stevig deinende rivier neer. Zelden overstemt het gesuis van de kabel die de veerboot op koers moet houden het periodieke gebeier van de vele kloosterklokken.

Links slingert een wandelpad zich langs het water in de richting van de volgende bocht van de Maas waar de sluizen van Belfeld liggen. Op een bankje strijkt een man neer die traag zijn middagboterham verorbert, onaangedaan door de hongerige eenden die zich in slagorde aan zijn voeten opstellen.

Een tafereel dat moeiteloos 125 jaar overbrugt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden