Het miskende gelijk van Luyendijk

Met Het zijn net mensen over het tekort van de journalistiek manifesteerde Joris Luyendijk zich volgens velen als klokkenluider. Het weerwoord Het maakbare nieuws toont zijn gelijk nog eens aan....

Een bestseller over de journalistiek en dan ook nog over het Midden-Oosten: dat had niemand durven voorspellen. Twee jaar na publicatie kan een voorlopige balans worden opgemaakt: de oplage van Het zijn net mensen – Beelden uit het Midden-Oosten van de voormalige correspondent van de Volkskrant, het NOS Journaal en NRC Handelsblad Joris Luyendijk is het ongekende aantal van 200.000 exemplaren gepasseerd. Het boek is in verscheidene talen uitgebracht en de auteur is uitgegroeid tot een internationaal gevraagd spreker. Hij kan zelfs bogen op een eigen fanclub op Hyves (121 leden). En al heeft zijn optreden als gastheer in VPRO’s Zomergasten bijgedragen aan dit succes, het is toch het boek en niet de tv-persoonlijkheid die de zalen waar hij sinds 2006 optrad, deed volstromen met een strijdbaar en dikwijls jong publiek.

Het zijn net mensen was een tamelijk ontnuchterende schets van de journalistiek. Het beeld van de wereld dat ons wordt voorgehouden, is vertekend, verdraaid en eenzijdig, en dat is minder de schuld van de individuele journalist dan van de mechanismen die in de media werkzaam zijn. Luyendijk was niet de eerste die de vinger legde op het tekort van de journalistiek – generaties communicatiewetenschappers gingen hem voor – maar slaagde er wel als enige in deze kwesties op een aansprekende manier bloot te leggen.

Zijn rijke ervaringen als correspondent in het Midden-Oosten in de roerige periode rondom 9/11 kwamen daarbij goed van pas. Er is nauwelijks een geschikter decor te bedenken om de tekorten van de journalistiek te demonstreren – te midden van het geweld, de propaganda en de dictatuur.

Juist in dergelijke omstandigheden zou de journalistiek op zoek moeten gaan naar andere strategieën en nieuwe bronnen en een maximale openheid moeten nastreven, in plaats van de eigen zwakte toe te dekken en de schijn van objectiviteit op te houden.

Hoewel Luyendijk met zijn boek in de eerste plaats een kritische zelfreflectie onder journalisten op gang wilde brengen, beschouwden veel lezers hem als een klokkenluider, die het definitieve bewijs van de ongeneeslijke onbetrouwbaarheid van de media leverde. En zo overkwam journalisten wat leraren, verpleegsters en treinmachinisten eerder hadden ervaren wanneer het onderwijs, de zorg of het treinvervoer in het brandpunt van de belangstelling stond: ze voelden zich tijdens familiefeestjes met de nek aangekeken, ze moesten zich verantwoorden en werden getrakteerd op boegeroep wanneer ze zich bij een paneldiscussie bekend maakten als redacteur van het NOS Journaal.

Vanuit dat perspectief is het niet vreemd dat Het zijn net mensen vanuit de beroepsgroep met de nodige scepsis werd begroet, al werd de auteur in 2006 verkozen tot Journalist van het Jaar. Sommige collega’s negeerden hem volledig, anderen bagatelliseerden zijn uitspraken of verdedigden zich door erop te wijzen dat ze echt hun best deden, zo schrijft Luyendijk in een terugblik in Het maakbare nieuws, een bundel waarin twaalf correspondenten en vier oude rotten uit de journalistiek hem van repliek dienen.

De eerste indruk die de bundel wekt, is dat hier een verdedigingslinie wordt opgetrokken, onder het adagium ‘We doen toch ons best’. Het is precies die toon die de samenstellers, Eva Jinek en Monique van Hoogstraten, beide werkzaam als redacteur buitenland bij het NOS Journaal, aan het einde van de inleiding aanslaan. Daarin karakteriseren ze het boek als de weerslag van de desillusies van een journalist op zoek naar de ‘absolute waarheid’. Maar journalistiek is geen wetenschap, aldus Jinek en Van Hoogstraten. ‘Nieuws is de geschiedschrijving van alle dag, gemaakt door mensen met hun eigen achtergronden en vooringenomenheden, met beperkte middelen, ruimte en tijd.’

In de woorden van de redacteuren ligt een miskenning besloten van de fundamentele problemen waarop Luyendijk in zijn boek – misschien niet altijd even handig geformuleerd – heeft willen wijzen. Want dát hij in vele opzichten gelijk heeft, blijkt uit de bijdragen van bijvoorbeeld Bram Vermeulen, correspondent voor NRC Handelsblad in zuidelijk Afrika, en Step Vaessen, correspondent voor de NOS en Al-Jazeera English in Indonesië. Zij vertellen hoe ze, met wisselend succes, proberen te ontkomen aan de door Luyendijk beschreven mechanismen – als ging het erom Het zijn net mensen aan te vullen en te illustreren.

De meeste correspondenten, zo constateert ook Jan Blokker in zijn epiloog, onderschrijven Luyendijks betoog in grote lijnen, ondanks hun vaak defensieve toon. Dat geldt voor Midden-Oosten-expert Bertus Hendriks, Gerbert van de Aa, freelance correspondent in Afrika en Tom-Jan Meeus, correspondent voor NRC Handelsblad in Washington, maar ook voor de Londense correspondent voor de NOS Tim Overdiek – al maken ze hier en daar stekelige opmerkingen over de eigenwijze toon van Luyendijk.

In de ogen van Blokker is Het zijn net mensen in de eerste plaats een met verve geschreven, eigentijdse versie van een oud verhaal, waarvan het succes terug te voeren is op de kwaliteiten van de auteur en de actuele maatschappelijke discussies over de islam. Daarbij komt, aldus Blokker, dat ‘de media (de kranten voorop) zich na Fortuyn hebben uitgeleefd in de meest genante zelfbeschuldigingsoefening die ik ooit heb meegemaakt’. Volgens Blokker hebben de media (nu de televisie voorop) ‘alle reden om te erkennen dat ze in duizend en één opzichten lang genoeg laks, lui en zelfgenoegzaam hebben geopereerd’. De oplossingen die Luyendijk aandraagt, typeert Blokker als onrealistisch.

Ook Paul Brill, buitenlandcommentator en voormalig Amerikaans correspondent voor de Volkskrant, gelooft niet in Luyendijks pleidooi om meer te laten zien van de eigen beperkingen. Volgens Brill moet de Nederlandse journalistiek juist meer energie steken in het zoeken naar feiten en zich niet laten verleiden tot relativeren. Want dat is wat Luyendijks boek in zijn ogen is: een uitdrukking van het heersende cultuurrelativisme, waarin alles subjectief is.

Die interpretatie van Het zijn net mensen lijkt mij onhoudbaar. Niet alleen het werk van Luyendijk zelf, ook de gretigheid waarmee de lezers het boek omhelzen, wijst erop dat zij zich diepe zorgen maken over de vertekeningen en verdraaiingen – al was het maar omdat deze ingrijpende politieke en militaire gevolgen hebben. Dat heeft niets met relativisme te maken.

Wie bereid is transparanter te zijn, meer stemmen te laten horen en de eigen beperkingen te tonen, draagt juist bij aan een scherper beeld dan iemand die neutraliteit en objectiviteit suggereert. Die opvatting sluit naadloos aan bij meer recente ideeën over journalistieke objectiviteit: die ligt in de methode, niet in de pretentie van een eenduidige waarheid.

Frank van Vree

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden