Terwijl Turkse oorlogsvliegtuigen bommen droppen, staat een vrouw te wachten langs de weg in Tal Tamr, vlak bij de Turkse grans.

reportage machtsovername Syrië

‘Het minste kwaad’, noemen Koerden in Noordoost-Syrië de overeenkomst met Assad

Terwijl Turkse oorlogsvliegtuigen bommen droppen, staat een vrouw te wachten langs de weg in Tal Tamr, vlak bij de Turkse grans. Beeld AFP

Noodgedwongen sloten de Koerden in Noordoost-Syrië vrede met president Assad. Maar niet zonder vrees voor de toekomst.

Zo begint een machtsoverdracht in Syrië: met grote schoonmaak op straat. De vlaggen, rijen achter elkaar, in geel en groen, van de Koerdische YPG-militie? Van de lantarenpalen getrokken. De posters van martelaren? Neergehaald. Op de rotondes, in dit deel van Syrië een kleurrijke uitstalkast van het Koerdische zelfbestuur, zijn martelarenposters, vlaggen en een levensgrote afbeelding van de besnorde Koerdische leider Abdullah Ocalan, Apo voor intimi, verdwenen. Alsof het allemaal nooit heeft bestaan.

Kale sokkels, dat is wat ervan resteert. Uit eentje steekt nog staaldraad, zo haastig is Apo weggerukt. Afgedankte decoratie. Wie afgelopen week door ­Qamishli reed, zetel van het Koerdische bestuur in Syrië, zag steriele straten en lege rotondes: klaar voor de komst van de volgende machthebber.

President Bashar al Assad. Terug van nooit weggeweest.

Een bloedig Turks offensief, vorige week ingezet nadat de Amerikaanse president Trump de Koerden in Syrië per tweet aan hun lot had overgelaten, drijft het Koerdische bestuur in Noordoost-Syrië terug in de armen van de alleenheerser van wie ze zich zeven jaar geleden afwendden. Het Syrische regeringsleger gaat de grenzen bewaken van de Koerdische regio. Steden die eerder door Koerdische strijders met groot verlies van levens werden veroverd op IS – Raqqa, Manbij en Kobani – zijn inmiddels weer in handen van de regering.

Nu het Syrische regime terugkeert, is het daarmee allemaal voor niets geweest: het Koerdische verzet, de duizenden martelaren in de strijd tegen IS, de droom van Rojava, zoals het Koerdische quasistaatje in Syrië liefkozend wordt genoemd. De inwoners van de Syrische grensstreek hebben geen keuze. Terwijl Assad stapje voor stapje invloed terugpakt, onthalen de Koerden hem als bevrijder.

Luister naar Sultana Azzo (50), ambtenaar bij juridische zaken in het Koerdische bestuur van de stad Hasake. Als er iemand Rojava belichaamt, dan is zij het. Ferme blik onder een witte hoofddoek. Stevige stappers. Ze heeft één voltijds baan, drie vrijwilligersbanen, vijf vluchtelingen in haar huis en doet het huishouden. Ze spreekt haar collega’s, ook allemaal vrouwen, aan met ‘kameradin’. Zegt met een knipoog: ‘Erdogan is bang voor de vrouwenemancipatie in Rojava.’

Op Sultana’s telefoon staat een foto. Haar zoon. Knappe jongeman in een blauw overhemd. Gesneuveld in dienst van de Koerdische YPG-militie aan het begin van de Syrische burgeroorlog. 21 jaar oud. Als je haar daarmee condoleert, begint ze te lachen. Haar jongen is immers martelaar voor de goede zaak. ‘Wij zijn sterk. We maken in onze streek revolutie en democratie.’

Burgerplicht

Hoe ziet deze vrouw de terugkeer van Assad? Als de doodsteek van de revolutie? Welnee. Als het aan haar ligt, gaat de Syrische president slechts zijn burgerplicht vervullen aan ’s lands buitengrens. Beide besturen vullen elkaar goed aan. ‘Het is geen enkel probleem. We zijn onderdeel van Syrië. Vanaf het begin van de revolutie in Rojava hebben we nooit onafhankelijkheid gevraagd van Syrië. Het Syrische leger gaat alleen de grenzen bewaken. Als we vandaag niet met ze onderhandelen over de positie van ons bestuur, dan is het morgen.’

De deal tussen Damascus en het Koerdische bestuur werd afgekondigd op zondag 13 oktober. Voor de Koerden was dat een rampdag. Turkije bombardeerde een vredeskonvooi vol burgers dat onderweg was naar het front: elf ­doden. Vredeskonvooien, met zingende vrouwen en kinderen, buitenlandse journalisten als menselijk schild en ­altijd ook enkele gewapende strijders, zijn een geliefd oorlogswapen van de YPG, door Turkije beschouwd als een verlengstuk van de verboden PKK. Het door Turkije aangerichte bloedbad was een harde slag. Diezelfde dag tekenden de Koerden op een Russische legerbasis de deal met Damascus.

Grenzen

Volgens het akkoord gaat het Syrische leger alleen de grenzen bewaken. Voor Assad is er geen rol weggelegd in het Koerdische bestuur. Maar hoe handhaaf je dat als Syrische regeringssoldaten langs vier assen oprukken naar de grens? Op zijn militiebasis in hartje ­Qamishli neemt Kino Gabriel, een christelijke commandant van de Koerdische strijdkrachten, geen blad voor de mond. ‘We weten het niet. De overeenkomst met Damascus was niet iets wat we wilden. Het is het minste kwaad.’

In een volgende onderhandelingsronde wordt gesproken over ‘politieke samenwerking’. Dan wordt ook over het lot beslist van de enige grensovergang van de autonome regio in Noordoost-­Syrië: een roestige pontonbrug over de rivier de Tigris die een levenslijn vormt voor de inwoners. Koerdische autoriteiten kunnen hier naar believen westerse ­militaire transporten doorlaten en visa verstrekken aan journalisten en hulpverleners. ‘Waarschijnlijk komt de grensovergang onder controle van het regime.’

Gabriel zelf zat ooit in het gewapende verzet tegen Assad. Krijgen mensen als hij een vrijgeleide of verdwijnen ze straks bij duizenden tegelijk in de kerkers van een van Assads gevreesde ­geheime diensten? ‘Er is geen enkel ­akkoord. We zullen daarover moeten onderhandelen.’

Autonomie

De eerste berichten uit Damascus lijken niet gunstig. Een politiek adviseur van president Assad heeft aan Syrische media laten weten dat voor Koerdische ­autonomie geen ruimte bestaat. Een regeling zoals in Irak, waar de Koerdische regio een in de grondwet geregelde positie heeft, daarvan kan geen sprake zijn. Ze wil niet eens over Koerden praten. Die zijn namelijk in de eerste plaats ­Syriër. ‘We zeggen niet dat iemand een Koerd is.’

De Syrische regering is nooit helemaal vertrokken uit het noordoosten. In Hasake en Qamishli heeft het regime nog steeds een deel van de stad in handen, inclusief een luchtmachtbasis, ­legerbasissen en controleposten. Daags na het sluiten van het militaire akkoord kreeg de Koerdische Abdallah al Khadri-school in Hasake bezoek van een onderwijsambtenaar van het regime. Zij kwam de school terugvorderen en wilde de vlag hijsen van het Syrische regime.

‘Ze zei: alle scholen behoren weer toe aan de staat’, zegt leerkracht Farida Abdallah (39). ‘Wij zeiden: de overeenkomst gaat alleen over militaire grensbewaking. Er is geen overeenkomst over scholen.’ Het lukte deze keer om de dame van het regime de deur uit te krijgen. Maar Abdallah vreest het ergste. Voor haar is het ‘een droom die uitkomt’ dat ze les mag geven in het Koerdisch. Vroeger moest ze met de kinderen Arabisch praten en regimeslogans zingen. ‘Die kwamen ons de strot uit. Tegenwoordig zingen we Koerdische liedjes. Die komen uit ons hart. Ik ben bang dat we straks onze liedjes niet meer mogen zingen.’

Wat vindt ze van de deal met Assad? Ze slikt. ‘Ik wil heel graag dat mijn leerlingen blijven leven.’

In Bani Qasr, een dorp in het zicht van de grens met Turkije, zitten bewoners met gepakte tassen klaar voor als de Turkse artilleriebeschietingen te veel worden. Dit soort dorpen was voor de burgeroorlog het toneel van landjepik door Damascus. Het Assad-regime gaf hier landbouwgrond van Koerdische ­bewoners aan Arabieren. Het begon onder Hafez, de vader, en ging door onder Bashar al Assad, de huidige president.

Onderhandelen

Khorsid Ahmed, een vijftiger die voor zijn huis naar de Turkse bergen in de avondzon staart, weet het nog precies. ‘Ze gaven ons land weg en al ons graan. We moesten onderhandelen met sjeiks om iets te eten te mogen houden.’ Zo ging het: de Koerden probeerden zich te verzetten tegen de Arabieren. Maar toen dat niet lukte, slikten ze hun protest in en sloten ze een zwijgende vrede met de nieuwe Arabische buren. Wat vindt Khorsid er nu van dat Assad terugkomt? Een goed idee. ‘We zullen ons er veiliger door voelen. Het kan samengaan met Koerdisch zelfbestuur. Het zelfbestuur zal in de steden heersen en het regime aan de grens.’

Is dit ontkenning met een hoofdletter? ‘We hebben geen keuze’, zegt Jabbar Khale (27). Hij heeft diepe kringen onder zijn ogen. De docent Koerdisch was bij het vredeskonvooi dat vorige week door de Turken gebombardeerd werd. Hij zag de lichamen op straat liggen. Sindsdien slaapt hij niet meer. ‘We moeten ons ­beschermen tegen de Turkse extremisten.’

Armoede

Maar dat wil niet zeggen dat hij niet weet hoe het zal zijn onder het regime. Zijn ­vader onderhandelde tot vlak voor de oorlog – 2011 – met de regering van Assad om een beetje land te mogen houden. ‘De oorlog heeft ons wat dat betreft gered.’ Hijzelf moest al jong werken. Losse baantjes in Damascus en Latakia. Diepe armoede. Geen Koerdisch praten op school. Geen Koerdische boeken mogen bezitten. ‘Nog steeds erkent Damascus onze rechten niet. De mentaliteit is dezelfde. Zeven jaar vrijheid en dan onder een dictator, dat zal verschrikkelijk zijn.’

In Qamishli, de stad waar Apo van z’n sokkels is gerukt en andere Koerdische eretekenen als bij toverslag zijn verdwenen, begint bij het vallen van de schemer ook het dreunen van de Turkse mortieren. Inwoners rennen naar schuilkelders. Anderen vluchten in een lange file de stad uit, zuidwaarts, weg van Turkije. Shamsa Hamed, een van de vele vluch­telingen uit Qamishli, hoopt dat ze naar huis kan als Assad de grens gaat bewaken. Maar ze voorziet ook conflicten met het Koerdische bestuur.

Over dat wat de macht in Syrië symboliseert: decoratie op straat. ‘We zien dat de ene groep vlaggen ophangt en de ­andere ze weer neerhaalt. We willen geen problemen over vlaggen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden