Het minderhedendebat is nog steeds niet gevoerd

De term multiculturele samenleving heeft te lang een uitvlucht geboden voor de discussie over haar concrete invulling, stellen C. Mudde en S....

'BOLKESTEIN is spil minderhedendebat', zo kopte de Volkskrant afgelopen vrijdag op de voorpagina. Had VVD-voorman Frits Bolkestein dat kunnen vermoeden toen hij in 1991 zijn veelbesproken rede voor de Liberale Internationale hield?

Het is niet waarschijnlijk. Alhoewel hij in Nederland de aanzet gaf tot een jarenlange discussie over het karakter van de multi-culturele samenleving, was zijn speech internationaal gezien niet zo vooruitstrevend. Het debat werd in meerdere buurlanden reeds gevoerd, in Duitsland bijvoorbeeld onder leiding van (extreem) linkse intellectuelen als Daniel Cohn-Bendit, Jürgen Habermas en Hans Magnus Enzensberger.

Bolkestein was de eerste respectabele Nederlandse politicus die openlijk vragen stelde over de grenzen van de multiculturele samenleving. De kern van zijn betoog was: in hoeverre kan Nederland een multiculturele samenleving worden, zonder zichzelf te verliezen? Deze kernvraag bestaat in wezen uit twee subvragen: wat is de te behouden kern van de Nederlandse samenleving? En hoe geven we het multi-culturele deel van de samenleving vorm?

Zoals vaker gebeurt wanneer men zich in Nederland iets buiten de algemene en zeker zeer brede consensus begeeft, werd Bolkestein het slachtoffer van een emotionele tegencampagne. In eerste instantie richtte men zich vooral op de tweede door Bolkestein gestelde vraag, of eerder op de wijze waarop hij deze zou hebben beantwoord.

Voorstanders van de multiculturele samenleving beschuldigden hem van indirect racisme, dat wil zeggen; het respectabel maken van de Centrumdemocraten. En soms zelfs van direct racisme. Bolkestein werd ervan beschuldigd met zijn nadruk op extreme aspecten van bijvoorbeeld de islam de discussie te vervuilen en voeding te geven aan vreemdelingenangst en vreemdelingenhaat.

Hierbij werd veelal voorbijgegaan aan de werkelijke problematiek die hij had aangesneden, namelijk welke elementen van de culturen van de migranten wel en welke niet worden geaccepteerd door de Nederlandse samenleving.

Opmerkelijk is dat de eerste, belangrijker vraag, veel minder aan bod kwam. Dit gebrek aan aandacht voor de kern van de Nederlandse gemeenschap, is opvallend. De vraag wordt veelal beschouwd als een teken van misplaatste nostalgie naar de voorbije tijd dat Nederland nog een natie was. Een natie die weliswaar uiteenviel in verschillende gepacificeerde religieuze en ideologische groeperingen, maar desondanks met grote culturele homogeniteit. Vanaf het einde van de jaren zestig heeft zich echter, zo luidt de algemene redenering, een aantal processen voorgedaan die de oude structuren voorgoed omgooiden. We 'ontzuilden', 'individualiseerden' en we werden 'multicultureel'. Vooral dit multi-culturalisme zou de samenleving zo beslissend van karakter hebben veranderd, dat de vraag naar de kern van de Nederlandse gemeenschap achterhaald zou zijn geworden.

Maar wat zien wij vijf jaar later? In verscheidene boeken en artikelen verschijnen oproepen tot meer (beschaafd) nationalisme en de laatste weken vechten voornamelijk sociaal-democratische intellectuelen een strijd uit over de vraag of er zoiets als een kern van de Nederlandse gemeenschap bestaat. Waar iemand als Paul Scheffer deze kern wel ziet, zij het in vage contouren, ziet bijvoorbeeld Koen Koch deze contouren niet.

Hij wil deze ook niet zien. In navolging van historici als Eric Hobsbawm, stelt Koch dat naties menselijke constructies zijn, of in de woorden van Benedict Anderson imagined communities. Ze zijn niet door de natuur gegeven, maar worden gecreëerd, al dan niet doelbewust door de politieke elite. Daarbij veranderen ze continu, zowel in geografische als in etnische samenstelling.

Dit is zeker waar, maar maakt de door Bolkestein geïnitieerde vraag naar de kern ervan niet minder relevant. Sterker nog, het is bij uitstek het recht en de taak van de politiek om deze kern te creëren. Of de bevolking zich vervolgens in deze imagined community herkent, kan worden betwist in een openbaar debat en vervolgens worden getest bij de verkiezingen.

Uiteraard lopen de verschillende visies op de kern van de natie sterk uiteen. Het eerste antwoord werd gegeven door extreem-rechts, dat in de vorm van de Centrumpartij (en later de Centrumdemocraten) oorspronkelijk een beeld nastreefde van 'Nederland-in-de-jaren-vijftig'.

Recentelijk streeft de eveneens extreem-rechtse CP '86 een soort van blanke 'volksstaat' na. Een reactie komt uit linkse hoek, waar GroenLinks zich een 'multi-cultureel' Nederland voorstelt, met relatief open grenzen en een vrolijk samengaan van verschillende groepen met behoud van eigen identiteit.

De VVD, wiens leider de recente discussie in gang zette, blijft veelal een antwoord schuldig, verscheurd als ze is door haar economisch-liberalisme (internationalistisch en open) en haar ethisch-conservatisme (nationaal en gesloten).

Hoe verdeeld ook de PvdA op dit punt is, blijkt wel uit de polemiek tussen Koch en Scheffer. Etnische onderwerpen worden niet onderworpen aan sociaal-economische categorieën, bijvoorbeeld kansarmen versus kansrijken. Nee, de partij praat vrolijk mee in de haar ideologisch onbekende etnische termen.

De discussie over de kern van de gemeenschap wordt natuurlijk niet vandaag of morgen beslist. Veeleer is in een democratie sprake van een permanent debat dat slechts voor een onbepaalde, maar tijdelijke periode kan worden 'beslist'. Echter, even duidelijk zou moeten zijn dat deze discussie te fundamenteel is om buiten de partijpolitiek om te worden gevoerd.

Het is de allerhoogste tijd dat serieus wordt gepraat over wat voor samenleving we willen. Hierbij moet iedere mening kunnen worden gehoord, van de pluralistische samenleving van de extreme multi-culturalisten tot de mono-etnische en mono-culturele samenleving van de rechts-extremisten - en alle tussenvormen. Bolkesteins verdienste is dat hij de natie ter discussie heeft gesteld.

DE term 'multiculturele samenleving' heeft al te lang een hypocriete uitweg geboden uit een discussie over haar concrete invulling. Het wordt bovendien tijd dat de discussie het niveau van een polemiek tussen intellectuelen ontstijgt, en het minderhedendebat eindelijk echt wordt gevoerd; niet door een select gezelschap in een afgesloten ruimte, maar door de politiek in de meest brede vorm: een waarlijk nationaal debat.

Cas Mudde en Sasja Tempelman zijn sociologen, en respectievelijk verbonden aan de vakgroep Politieke Wetenschappen en aan het onderzoekscentrum Recht & Beleid van de Rijksuniversiteit Leiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden