Het milieu: alles bij het oude of op de schop?

Er valt veel te kiezen op 15 maart. Vandaag deel 1 van een serie: wat zijn de groene voorstellen van de partijen?

Gert-Jan Segers (ChristenUnie), Henk Krol (50Plus), Jesse Klaver (GroenLinks), Sybrand Buma (CDA) en Halbe Zijlstra (VVD) nemen deel aan het noordelijk lijsttrekkersdebat Beeld anp

Zegt u het maar: auto of trein en fiets? Intensieve veehouderij of natuur? Fossiel of wind? Nietsdoen of 'Parijs'? Het volgende kabinet ontkomt er niet aan keuzen te maken op het gebied van duurzaamheid, milieu en mobiliteit. Nederland heeft immers het klimaatakkoord van Parijs ondertekend. Rond 2050 moet de mondiale uitstoot van broeikasgassen gelijk zijn aan wat de natuur kan absorberen. In 2100 mag de wereldwijde temperatuur maximaal 2 graden, liever 1,5 graad hoger zijn dan voor de opkomst van de industrie. Het lijkt ver weg, 2050, maar volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) loopt Nederland nu dermate achter dat 'Den Haag' al de komende vier jaar knopen moet doorhakken.

Maar welke dan? Er valt nogal wat te kiezen uit de 'groene' plannen van politieke partijen. VVD en GroenLinks zitten met hun voorstellen aan de uitersten van het groene spectrum, de andere partijen vallen ertussen, maar zitten meer in de buurt van GroenLinks dan van de VVD. Dat blijkt uit de doorrekening van zeven verkiezingsprogramma's door het Planbureau voor de Leefomgeving.

Van de grote partijen deed het CDA wel 1 miljard euro kostende milieuvoorstellen, maar liet die niet doorrekenen door het planbureau. De PVV - anti-windmolens, pro-kernenergie en 'dolblij met elke meter asfalt' - evenmin. Doordat ook de Partij voor de Dieren niet meedoet aan de vergelijking, is ongewis of de partij met het 'compromisloze programma om de aarde leefbaar te houden' misschien wel de allergroenste is.

De uitersten waartussen de kiezer kan kiezen zijn grofweg 'alles bij het oude laten' en 'alles op de schop'. Dat laatste wil GroenLinks, de VVD wil het eerste. De liberalen beperken zich tot het verlagen van autobelastingen met 200 miljoen euro en een extra investering in infrastructuur van een half miljard.

Verder gaat de VVD ervan uit dat het nieuwe kabinet het beleid van het huidige ongewijzigd voortzet. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving betekent dat bijvoorbeeld dat in 2030 de CO2-afname ten opzichte van 1990 24 procent is - de EU wil 40 procent. Het aandeel hernieuwbare energie is in 2030 bij de VVD 21 procent. 'Brussel' wil 27 procent, GroenLinks komt op 60 procent.

Waar het 'bijna niets doen' van de VVD een half miljard kost, hangt aan de plannen van GroenLinks om de leefomgeving te verbeteren een prijskaartje voor de samenleving van 16,4 miljard euro per jaar. Dat geld haalt de partij volgens het Centraal Planbureau op met, in verhouding tot alle andere partijen, ongekende milieubelastingen, die neerdalen op bedrijven en autobezitters.

De laatsten wacht een stevige lastenverzwaring met GroenLinks aan het roer. Met een kilometerheffing, fileheffing, hogere aanschafbelasting, afschaffing van de fiscale vrijstelling van de woon-werkvergoeding, minder asfalt en lagere maximumsnelheden wil GroenLinks de kiezer uit de auto en in het openbaar vervoer en op de fiets krijgen. Gevolg is dat de files in GroenLinks-land met bijna tweederde zullen afnemen, maar ook dat banen moeilijker bereikbaar worden. Bij de VVD neemt de bereikbaarheid toe en nemen de files een beetje af.

Tekst gaat verder onder afbeelding.

CPB-doorrekening

Zo pakken de partijprogramma's uit: bekijk de doorrekening per onderwerp.

Bron: Doorrekening van zeven verkiezingsprogramma's door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Beeld de Volkskrant

Om de schadelijke gevolgen van mest terug te dringen, pleit GroenLinks voor het inkrimpen van het aantal koeien, varkens en kippen. Alle andere partijen doen dat ook, zij het in mindere mate. De VVD heeft geen landbouwplannen en scoort louter nullen op het terugdringen van broeikasgas, ammoniak, stikstof en fosfaat. Ook maken alle partijen, behalve de VVD, extra geld vrij voor meer natuur - GroenLinks en D66 het meest.

De SP, D66, de ChristenUnie en GroenLinks willen duurzame energie met 4,5- tot 8 miljard extra subsidiëren. De VVD en de PvdA willen dat niet. Alle partijen, behalve de VVD, willen de kolencentrales sluiten. De VVD heeft, anders dan de andere partijen, geen voorstellen die leiden tot substantiële energiebesparing. GroenLinks laat de vraag naar energie met eenvijfde afnemen. Daarin schuilt een principieel verschil tussen de twee uiterste partijen. GroenLinks wil bedrijven en woningeigenaren desnoods verplichten tot duurzaam gedrag, waar de VVD meer gelooft in prijsprikkels. Maar, merkt het Planbureau voor de Leefomgeving op, verplichtingen hebben doorgaans een groter effect dan prikkels.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden