HET MIDDELPUNT VAN MIJN CIRKEL

Noord-Holland is de uitgestrektste provincie van het Koninkrijk der Nederlanden. En het Noordhollands kanaal is een van de langste waterwegen van Europa; van Alkmaar tot den Helder is de lengte zelfs eindeloos....

Op meer punten zijn de afstanden onmeetbaar. Tussen Medemblik en Hippolytushoef heet een roman van L.Th. Lehmann; dat suggereert een langdurige reis die slachtoffers eist: zij verdwijnen midden in de eindeloosheid van de Wieringermeerpolder. Een groot deel van Noord-Holland behoort trouwens tot een andere provincie: West-Friesland. Wie er heen gaat, maakt een reis naar het buitenland. En zijn mond is niet gebouwd op de uitspraak van de vierkante taal van de plaatsnamen daar: Blokker, Wognum, Nibbixwoud, Sijbekarspel.

Maar het buitenland ligt ook in het zuiden. Daar strekt zich het Gooi uit. Bussum ligt voor mij nog altijd verder dan Brussel, en Blaricum beschouw ik als een negentiende-eeuwse idylle, heidevelden, schapen, vermoeide boerderijen, altijd zomer - het ligt buiten de tijd. In Hilversum heb ik, als in enkele buitenlandse steden, nooit de weg kunnen vinden. Soms reis ik af naar Laren en ik zie enkel buitenlanders: dames in Schotse rokken en heren in Engelse golfbroeken. En de taal mist er de rechtstreeksheid van het Hollands. Het Muiderslot laat gelukkig de hele streek in de schaduw van zijn grootheid. 'Het Gooi, een bosrijke streek ten Oosten van Amsterdam', schrijft Gerard Reve in zijn vroegste - schitterende - verhaal 'De laatste jaren van mijn grootvader'. Een vreemd gebied dus. Vroeger hoorde het Gooi dan ook bij het aartsbisdom Utrecht. Dat had zo moeten blijven. Maar bisdommen betekenen niets meer.

Amsterdam hoort niet eens bij het Koninkrijk, laat staan bij Noord-Holland. Dat het zich nog niet onafhankelijk heeft verklaard, kan alleen maar bewijzen dat het dat al lang is. Voor Amsterdam is Noord-Holland een provincie. Het zal dus duidelijk zijn dat die provincie alleen door de erkenning door Amsterdam bestaat. De directe omgeving wil het graag als eigen gebied beschouwen. Laat ik het zo zeggen: de grenzen van Amsterdam zijn de grenzen van de wandelingen en uitstapjes van Nescio. En dat is oostelijk gezien tot Muiderberg en noordelijk tot een paar kleine dorpjes met mooie namen als Durgerdam en Ransdorp, die voorportalen tot de mooiste stadjes: Monnickendam en Edam.

Noord-Holland bestaat niet. En de Noord-Hollander dus ook niet. Er zijn Kennemerlanders, West-Friezen, Zaankanters, Erfgooiers, Waterlanders, Kop-Bewoners (die misschien nog het meest alleen maar Noord-Hollanders zijn) en forenzen. En er zijn weer talrijke onderverdelingen mogelijk, want veel steden en plaatsen eigenen zich al of niet terecht een identiteit toe, vooral Haarlem, dat zich door Beets en Bomans een karakter heeft laten toedichten, dat het nu als eigen en zelfs historisch beschouwt.

Noord-Holland is een gemenebest van streken, steden en dorpen. Daarom kan een literair boek over Noord-Holland alleen maar een bloemlezing zijn. Maak een boek over Noord-Brabant en daar verschijnt het Brabantse volkskarakter, de geschiedenis wordt als het gezamenlijk verleden opgevoerd, en alle cultuurgoed blijkt tenslotte erfgoed. Het enige dat de Noordhollanders misschien als gemeenschappelijk verleden hebben is het water, want de provincie ligt tussen Noordzee en Zuiderzee en een groot deel ervan is uit het water gehaald, van Haarlemmer- tot Wieringermeer. De patroonheilige van de provincie heet Leeghwater.

Het zal duidelijk zijn: ik ben Amsterdammer, al woon ik er al vijfendertig jaar niet meer. Voor mij is Noord-Holland dus het buitenland, waar ik met verbazing en geluk rondreis, al hoor ook ik tot degenen die het boven Alkmaar koud beginnen te krijgen.

Ik heb gemerkt dat ik in een cirkel rondreis: langs de Zuiderzeestadjes, van Monnickendam tot Medemblik, waar Nederland zichzelf in het klein nabouwde. Ik daal af naar Alkmaar om daar in de Sint-Laurenskerk Saenredam te herdenken en te beseffen hoe Hollands ik ben, hoe onversierd, wit, en alleen gelovend in het woord dat door die kerk moet hebben gedreund. Maar ik denk daar ook even aan Maria Tesselschade, die er leefde, leed en stierf, maar kerkte bij de Roomsen, op een verborgen plaats. Het enige Nederlandse gebied dat door een dichter tot mythisch landschap is herschapen, de streek rond Bergen, laat ik liggen. De stemmen spreken niet meer als vroeger en de zee heeft er geen overkant meer.

Ik zak dieper terug. In de verte zie ik de abdij van Egmond, als een grote schoolplaat van Isings in het landschap. Ik denk ook aan de grote schrijver van Het slot op de hoef van C. Joh. Kieviet, de invloedrijkste schrijver uit mijn jeugd. Met hem is alles begonnen.

De cirkel leidt mij naar Haarlem - mijn eigen woonplaats laat ik met geluk in mijn hart links liggen - en langs het nu bijna onttakelde Sloten, waar eens de bomen tot de hemel reikten , de koeien landelijk geurden, en ooit het eindpunt van onze schaatstochten over de boerenslootjes lag, ben ik terug in Amsterdam.

Wat is het middelpunt van de cirkel? Het plaatsje Jisp. Natuurlijk is het raadhuis er heel mooi, en de dichter Bloem moet bij zijn verlangen naar een rustig burgemeesterschap aan dat raadhuis als residentie hebben gedacht. Maar ernaast ligt de plek van mijn laatste ideaal: het met een gracht omgeven kerkhof, de kleine provincie van de dood. In het zuiden de stille Wormer, in het Noorden de zwijgende Beemster. En er boven een lucht die Hollands heet. Daar lig ik. En in mijn allerlaatste gedachte weet ik: dit is het hart. Van de provincie Noord-Holland. Ze bestaat.

Dit is het voorwoord van Kees Fens voor de bundel 'Noord-Holland in Proza, Poëzie en Prenten'. De Noordhollandse gedeputeerde voor cultuur vond de tekst 'niet neutraal genoeg' en weigerde hem in de bundel af te drukken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden