HET MERK MELKERT

JA, we leven in een democratie. En ja, televisie is heel belangrijk. Voor cultuurpessimisten is dat genoeg om te concluderen dat we in een televisiedemocratie leven, waarna het grote somberen kan beginnen: We gaan Amerika achterna....

Pieter Hilhorst

Het is een tot vervelens toe herhaalt refrein. Je gaat het bijna geloven. Maar als imago echt alles is, dan zou je mogen verwachten dat de topfiguren uit de politiek ook geselecteerd worden op hun uitstraling. Een blik op de waarschijnlijke lijsttrekkers voor de komende Tweede Kamer verkiezingen, bewijst dat dit niet het geval is. Over het manco van Melkert als het gaat om het winnen van de harten van kiezers is al veel geschreven, maar de rest is niet veel beter. Voor een reclamespot voor het CDA zou toch geen enkele marketingdeskundige Jaap de Hoop Scheffer casten?

Toegegeven, Dijkstal heeft een zeker mediagenie. Ik herinner me een demonstratie waarbij hij, toen nog minister van Binnenlandse Zaken, bekogeld werd met eieren of tomaten. Hij spoedde zich het podium af en liep recht in de lenzen van een cameraploeg. Gevraagd naar een reactie haalde hij briljant de angel uit het protest: 'Ik herkende twee actievoerders van die demonstratie van vorige week.' In een beweging liet hij zien dat hij van een besmuikt pak niet wakker ligt en dat het protest niets voorstelt omdat het gevoerd wordt door een klein groepje beroepsactivisten. Maar hij is teveel een one trick pony. Hij kan geweldig goed het politieke gewicht van een conflict relativeren, maar andere registers heeft hij niet.

Zelfs in de Verenigde Staten, het verafschuwde voorland van de personalisering van de politiek, was het droevig gesteld met de keuze van de presidentskandidaten. Het was een strijd tussen een stijve hark en een idioot die zijn woorden verhaspelt. Als imago alles is, is alles wel heel weinig.

Natuurlijk valt de bizarre keuze van kandidaten te verklaren. George W. zou zijn kandidatuur vooral te danken hebben aan de connecties van zijn papa. En Melkert heeft zijn positie verdiend met jarenlang slim manoeuvreren in de binnenkamers van kabinet, partij en fractie. Deze verklaringen overtuigen zondermeer, maar ze versluieren een fundamentele onzekerheid die kenmerkend is voor de televisiedemocratie.

De betweters die nu voorspellen dat de keuze van Melkert de PvdA flink wat zetels gaat kosten, menen te weten wat werkt in de media. Niets is minder waar. Kijk naar Thom de Graaf. Als iemand voldoet aan het profiel van de ideale tv-politicus is hij het wel. Hij is beschaafd, komt goed uit zijn woorden en heeft nog een aardig gezicht bovendien. Hij heeft werkelijk niets dat afstoot of irriteert, maar helaas ook niets dat blijft hangen.

Of kijk naar mensen als Frits Bolkestein of Ruud Lubbers. Van allebei werd voordat ze lijsttrekker werden, gevreesd dat ze ongeschikt waren voor het mediatijdperk. Lubbers zou te ingewikkeld praten en door zijn gegoochel met woorden een leugenachtig aura hebben. En de VVD-leider was met zijn geaffecteerde stemgeluid zo'n persiflage van een liberaal dat hij onmogelijk een breed publiek zou kunnen aanspreken. Toch waren ze zeer succesvol. Niet ondanks, maar misschien wel dankzij hun vermeende gebreken.

Uitstraling blijkt veel onvoorspelbaarder dan de campagnestrategen, mannetjesmakers en reclamejongens menen. Zelfs George W., de man die het ooit waagde te zeggen, 'let nobody misunderestimate me', begint te groeien in zijn rol. Hij is zoveel in beeld dat je begint te wennen aan zijn merkwaardigheden. Terwijl politici die een charismatische start hebben steeds bevreesd moeten zijn dat hun charisma afbladdert.

We leven natuurlijk in een televisiedemocratie en imago is belangrijk, maar dat betekent niet dat we weten wat dat betekent. Met de meest vreselijke personages blijken we een band te kunnen krijgen, terwijl kandidaten die alle eigenschappen lijken te hebben van de gedroomde politieke leider op termijn vaak een teflon-achtige onaanraakbaarheid hebben die het onmogelijk maakt er een band mee te krijgen. Deze onvoorspelbaarheid is een zege. Het betekent dat eigengereid optreden lonend kan zijn. Helaas zijn er amper politici die zich deze vrijheid durven te permitteren.

Een televisiedemocratie leidt niet per definitie tot vlakheid. De cultuurpessimisten hebben ongelijk. Maar helaas kan onzin waar zijn in zijn consequenties. Hoe meer mensen geloven dat imago alles is, hoe meer we bereid zijn te luisteren naar mensen die claimen verstand te hebben van beeldvorming. En juist dat geloof maakt de politiek troosteloos eenvormig. Want deze mannetjesmakers zijn Platoonse stakkers die hun kandidaat in een mal willen persen van een ideaal van de televisiepersoonlijkheid.

Ze bewijzen daarmee geen benul te hebben van hoe liefde en affectie werkt. Wat je vreselijk aan iemand vindt, is doorgaans intrinsiek verbonden met waarom je iemand geweldig vindt. Het is een walgelijk cliché, maar het is waar. Haat en liefde liggen dichtbij elkaar. Er is dus nog hoop voor Melkert.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden