Het menselijk tekort

Vroeger gingen laagopgeleide mensen eerder dood dan hoogopgeleide omdat ze minder geld hadden en daardoor te weinig aten; nu gaan laagopgeleide mensen eerder dood dan hoogopgeleide omdat ze minder geld hebben en daardoor te veel eten. Dat was al een tijdje bekend, maar het werd deze week weer bevestigd in het rapport Preventie van welvaartsziekten dat de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg presenteerde. Laagopgeleiden nuttigen meer Mona-toetjes en Hema-rookworsten. Ook drinken en roken ze meer.


De Raad voor Volksgezondheid en Zorg vindt dat de gezondheidsverschillen tussen laagopgeleiden en hoogopgeleiden verkleind moeten worden. Talloze voorlichtingscampagnes die mensen ervan proberen te overtuigen dat van een patatje kapsalon niet alleen je darmen maar ook je aderen dichtslibben, hebben tot dusver niet het gewenste resultaat gehad. Daarom is de Raad nu met een ander idee gekomen: voer een 'vettaks' in op voedingsmiddelen waarvan je doodgaat, dan laten de sloebers het voortaan wel uit hun hoofd die rommel nog te kopen. De mens is immers nog altijd het best bestuurbaar via zijn portemonnee.


Minister Edith Schippers van Volksgezondheid heeft zich altijd op het standpunt gesteld dat iedereen zelf mag beslissen of hij zich doodrookt, dooddrinkt of doodeet. Ze wil ongezond gedrag niet bestraffen.


Hier is sprake van een interessant filosofisch dilemma, namelijk de keuze tussen Vrijheid en Gelijkheid, de totempalen van de Franse revolutie (je had ook nog Broederschap, maar daar hoor je niet zoveel meer over). Wat weegt zwaarder: de Ongelijkheid - in de vorm van een gezondheidskloof tussen lager- en hoger opgeleiden - of de Vrijheid van het individu dat het kennelijk niet zo erg vindt eventueel te sterven aan een overdosis dubbele whoppers?


De keuze tussen die twee is nauwelijks te maken, omdat ze zo vervlochten zijn. Vrijheid en Gelijkheid zijn geen aangeboren menselijke eigenschappen, maar zwaar bevochten verworvenheden. Tot aan de Franse revolutie heerste in de westerse standenmaatschappij een hoge mate van ongelijkheid. In de aanloop naar die revolutie beweerde de grote gelijkheidsfilosoof Jean-Jacques Rousseau dat de mens van nature goed is, maar dat het in eigendom nemen van land en bronnen door de machtigen de oorzaak vormde van ongelijkheid en uitbuiting.


Gelijkheid is een voorwaarde voor Vrijheid: zolang je een onderdrukt dienstmeisje of een uitgebuite horige bent, heb je immers weinig te kiezen.


In zijn boek Misère de la prospérité (2002) noemt de Franse filosoof Pascal Bruckner Gelijkheid 'het drijvende principe en het symbolische perspectief van onze samenlevingen'. Alle partijen, van links tot rechts, streven naar gelijke kansen, zegt Bruckner. Want Ongelijkheid berooft de Vrijheid van haar instrumenten en verandert haar in een lege huls. Bruckner: 'Ze belemmert de mens in zijn ontwikkeling en ontzegt hem de keuze tussen verschillende levenswijzen.'


Gelijkheid kan dus tot Vrijheid leiden, maar wat te doen als die Vrijheid vervolgens weer uitmondt in Ongelijkheid, zoals in het geval van de vraatzucht?


En in hoeverre is bij de zich volvretende medemens werkelijk sprake van een bewuste keuze voor ongezond? Wordt dat ongezonde voedsel hem niet gewoon opgedrongen door machtige bedrijven?


Vroeger zoog het kapitaal de arbeider uit; nu propt het kapitaal de arbeider vol. Het is allebei even ongezond, maar destijds had de arbeider geen keus en nu wel. Dan moet hij het ook zelf maar weten.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden