Het menselijk tekort

Van mijn ouders mocht ik nooit vuurwerk afsteken. Te gevaarlijk voor de kleine Peter. Tegen de tijd dat ik oud genoeg was om zelf mijn astronauten te kopen, kwam deze oudejaarsgewoonte mij inmiddels volkomen zinledig voor. Bovendien laat elke jaarwisseling zien dat de mens een gevaarlijk dier is, zeker dronken exemplaren van het mannelijk geslacht.

Ook dit jaar werden weer zevenhonderd mensen het slachtoffer van vuurwerk. Meteen klonken pleidooien voor een verbod, gevolgd door boegeroep van vuurwerkfans. Hier botsen twee hedendaagse obsessies: vrijheid en veiligheid. Een vrije samenleving is relatief onveilig. Het leven moet er ten volle geleefd worden, zo min mogelijk gehinderd door sociale restricties. In die cultuur van zelfontplooiing zijn er altijd mensen die grenzen zoeken. Wie echt uit zijn dak wil, heeft niet genoeg aan de heelalbestormers die je bij het tuincentrum kunt aanschaffen. Die wil mortieren, lawinepijlen en zelfgeknutselde vuurwerkbommen. Nog spannender is het overschrijden van je interne grenzen, die van het geweten. Dan ga je naar de dierenwinkel, koopt een muis, tapet hem aan een vuurpijl vast en schiet hem de lucht in, zoals twee mannen in Drachten deden. De muis maakt het overigens goed. Hij is geadopteerd door de Leeuwarder Courant en Astro gedoopt.

Die grenzenloosheid is een beangstigend aspect van de vrijheid, misschien nog meer dan de criminaliteit zelf. Als mensen zichzelf toestaan hun fantasieën uit te leven, is het einde zoek. Daarom klinkt in een vrije samenleving zo vaak de roep om de keiharde aanpak. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille, zoals de sociaal-psycholoog Hans Boutellier schreef: 'Een liberale cultuur die zelfontplooiing tot levenskunst heeft verheven, moet tegelijk alle zeilen bijzetten om de grenzen van de individuele vrijheid te bepalen en te handhaven.'

Op dat moment raakt de vrije samenleving met zichzelf in de knoop en beginnen mensen te roepen 'dat er ook helemaal niets meer mag'. Ik hoorde dat 12-jarige jongetjes een taakstraf krijgen omdat zij hun rotjes te vroeg hadden afgestoken.

De filosofie heeft een handige vuistregel voor het verbieden van allerlei zaken, het no harm-principe van John Stuart Mill. Alles mag, tenzij je anderen schade berokkent. De meeste mensen die vuurwerk afsteken, doen niemand kwaad. Anderzijds wordt de helft van de vuurwerkslachtoffers getroffen door andermans vuurpijl. Voor Mill zou het niet voldoende zijn om vuurwerk te verbieden. Je verbiedt alcohol ook niet omdat sommige dronkelappen agressief zijn, aldus Mill.

Mill vond dat mensen niet tegen zichzelf beschermd hoeven te worden. Moderne staten denken daar vaak anders over. Je zou een verbod op vuurwerk ook kunnen vergelijken met de veiligheidsgordel of de bromfietshelm. Voor zo'n verbod pleit dat er slachtoffers vallen voor een wel heel onnozel pleziertje. Ertegen dat de overheid diep moet ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer, door een ritueel verbieden waar brave huisvaders een keer per jaar veel lol aan hebben.

Een vuurwerkverbod versterkt ook de veiligheidsutopie, de illusie dat we in een veilige wereld kunnen leven als we maar genoeg verbieden. Het anarchistische geknal zal vervangen worden door een gelikte vuurwerkshow aan de rand van de stad, verzorgd door de André Rieus van de pyrotechniek. Op zorgvuldig geënsceneerde momenten mogen de burgers dan 'oe' en 'aa' roepen.

Ik hoop dat er een vuurwerkverbod komt, om verlost te zijn van het stupide geknal op 31 december. Maar ik ben er tegen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden