'Het meisje dat ik was, is nog heel dichtbij'

Eén op de tien uitgeleende bibliotheekboeken is van Francine Oomen (45)...

Kom bij Francine Oomen niet aan met klaagverhalen over 'ontlezing' bij kinderen. Over hun gebrekkige taalgebruik en hun onontcijferbaar gebrabbel via sms'jes, e-mail, msn en andere vermeende vijanden van 'het goede kinderboek'.

De pubers in haar boeken zijn dag en nacht online. Hele hoofdstukken bestaan uit mails en msn-gesprekken van haar hoofdpersonen, want daar speelt hun leven zich grotendeels af.

Dat is misschien al één reden waarom kinderen, op internet én in het wild, haar boeken geweldig vinden. Onder menige aanbeveling prijkt een 10+. 'Gewoon keigaaf boek. Superleuk!'

Francine Oomen (45): 'Ik denk dat kinderen nu juist meer lezen en schrijven dan ooit. Maar het gebeurt op een manier die we ons nooit hadden kunnen voorstellen: via het beeldscherm. Dat contact is niet per definitie oppervlakkig. Je durft meer als je veilig achter een beeldscherm zit. Je stottert niet, je hebt tijd om na te denken en als je een rood hoofd krijgt, ziet niemand dat. Tenzij je je webcam aan hebt staan, natuurlijk. Via msn vertel je dingen die je op het schoolplein nooit zou durven zeggen.'

Tegen haar eigen kinderen - 18, 16 en 14 jaar - heeft ze vaak genoeg geroepen: hang nou niet de hele dag achter die computer! Timmer een boomhut, ga slootjespringen of lees desnoods een boek! 'Maar dat heeft geen zin. Dat voortdurend online en mobiel zijn komt voort uit een diepe behoefte aan contact. De mens is een sociaal wezen, een kuddedier. Contact betekent: bevestiging, weten waar je bent, in letterlijke en figuurlijke zin. Telepathie beheersen we helaas niet - dat zouden we natuurlijk het liefste willen - maar het mobieltje is een stap in die richting.'

Sprookje

Niet mopperen en somberen, je niet blindstaren op een zwart toekomstbeeld, maar accepteren wat er is, en daar iets positiefs mee doen, dat is kenmerkend voor Francine Oomen. Misschien is dat wel het geheim van het overdonderende succes van haar boeken: vrolijke, optimistische, humorvolle verhalen, met survivaltips, over kinderen die leven in allerminst vrolijke omstandigheden. Pubers die óverleven.

Hoe overleef ik...? heet de reeks over Rosa en haar vrienden, die in - tot nu toe - acht delen groeien van basisschoolleeftijd naar jonge volwassenen, van Hoe overleef ik mijn vakantie? naar Hoe overleef ik mijn ouders? (en zij mij!). In augustus zal deel negen van de serie verschijnen: Hoe overleef ik (zonder) liefde?

Het verhaal van haar schrijverschap is een modern sprookje. Francine Oomen, opgeleid tot industrieel ontwerper, begon haar loopbaan met het ontwerpen van concepten, op het gebied van speelgoed, meubels en stoffen. Maar haar hart trok naar de boekenwereld. Ze ontwikkelde nieuwe soorten kinderboeken, de zogenoemde novelty books; ook de nu welbekende ritsel- of knisperboekjes zijn een uitvinding van haar. Vijftien jaar geleden ontwierp en schreef ze haar eerste reeks over de kleuters Saartje en Tommie, samen met illustratrice Dagmar Stam. Die werd - tot haar eigen verbazing - meteen een internationaal succes.

In 1992 schreef én illustreerde Francine Oomen haar eerste kleuterboek: Sammie Eigenwijs - ook deze titel werd aan vele landen verkocht. Daarna volgden er zo'n 130 boeken - ze is de tel kwijt - voor kleuters, jonge en oudere kinderen. In 1997 schreef ze haar eerste jeugdboek: De computerheks.

De grote doorbraak kwam, rond 2000, met de Hoe overleef ik...?-reeks. In Nederland zijn al ruim een miljoen exemplaren verkocht van de acht delen. De serie is vertaald in het Duits, het Zweeds, het Braziliaans, het Tsjechisch en het Hongaars, en wordt ook in die landen gevreten. Ze verdrong J.K. Rowling, schrijfster van de Harry Potter-serie, van de eerste plaats als meest gelezen auteur bij de meisjes. Elk jaar worden ongeveer 1,2 miljoen boeken van haar uitgeleend in de Openbare Bibliotheek. Van het totaal aantal uitleningen, 12 miljoen, is dus één op de tien een Oomen.

'Ja, het is onvoorstelbaar', zegt Francine Oomen. 'Ik kan zelf vaak nauwelijks bevatten dat dit allemaal gebeurt.'

En dan hebben we het alleen over de boeken. De website www.francineoomen.nl wordt druk bezocht door haar fans: drie miljoen hits per maand. Volgend jaar komt er de eerste Hoe overleef ik...?-film, geproduceerd door Bosbros. Tamara Bos schrijft het scenario, de regie zal in handen zijn van Mijke de Jong.

Haar productie is hoog, elk jaar wel drie, vier nieuwe titels. 'Ik werk aan verschillende series, en als de kinderen een jaar moeten wachten op een nieuw deel, is dat lang.' Ze krijgt elke dag tientallen smachtende mailtjes: wanneer verschijnt het nieuwe deel?, kan ik al kaartjes bestellen voor de film?, wanneer komt hij in de bioscoop? En vooral: mag ik meedoen? 'Veel kinderen willen graag meespelen. Ze herkennen zich in de karakters uit mijn boeken. En ze dromen ervan te schitteren op het grote scherm.'

Jongerentaal

Hoe krijgt Francine Oomen het, als 45-jarige, voor elkaar om de puber in zichzelf levend te houden? 'Dat is niet moeilijk, die is er gewoon', lacht ze. 'Het meisje dat ik was, is nog heel dichtbij.'

Daarnaast loopt het 'materiaal' bij haar thuis rond - de kinderen in haar puberreeksen zijn ongeveer even oud als die van haar. Maar ze gebruikt de jongerentaal die ze hoort nooit letterlijk. 'Kinderen pikken het niet als je dat doet. Als je zegt: wat heb jij een vét coole trui aan. Vinden ze vreselijk, en terecht.'

Ze documenteert zichzelf goed en doet haar eigen onderzoek. Als ze een nieuw personage creëert, bijvoorbeeld een Marokkaans meisje, voert ze gesprekken met kinderen uit deze bevolkingsgroep om een indruk te krijgen van hun leven. Maar ze generaliseert in haar boeken nooit. Het verhaal in Hoe overleef ik mijn ouders?, van het Marokkaanse meisje Noa, wier vriendje in elkaar wordt geslagen door haar broers omdat ze van haar ouders geen verkering mag hebben, is Nóa's verhaal, niet een verhaal over 'eerwraak bij islamieten'.

Merchandising

Hoe overleef ik...? (HOI) is een merk geworden en de merchandising houdt Francine Oomen in eigen hand. Haar opleiding komt hierbij goed van pas. Niet alleen bepaalt ze tot in de kleinste details de uitvoering van haar boeken, ze is ook verantwoordelijk voor de Hoe overleef ik...?- en Lena Lijstje-agenda's en andere artikelen die op de markt komen. 'Ik wil mijn naamsbekendheid graag inzetten voor een goed doel. Ik wil mijn naam alleen verbinden aan 'schone' producten. Producten die zo min mogelijk belastend zijn voor het milieu en die geen dieren- of mensenleed veroorzaken.'

Een voorbeeld. De HOI-T-shirts die ze momenteel ontwerpt, zal ze, in samenwerking met de stichting Elsewear, laten produceren in Zuid-India. 'Ik steun een bedrijf dat uitsluitend biologisch geteelde katoen verwerkt en waar meisjes in goede arbeidsomstandigheden werken. Deze meisjes komen of uit een arme familie, of zijn gehandicapt. Door daar te werken, kunnen ze iets voor zichzelf opbouwen.' Bij elk T-shirt komt een HOI-boekje, met survivaltips en informatie over de katoenindustrie. De shirts zullen in eerste instantie alleen via haar website te koop zijn. 'Op deze manier hoeven ze niet duurder te zijn dan gewone T-shirts.'

Bewustwording, dat is het sleutelwoord bij Francine Oomen. 'Ik wil kinderen helpen beseffen dat ze verantwoordelijk zijn. Dat de keuzes die ze maken invloed hebben op hun eigen leven en hoe de wereld van vandaag en morgen eruit ziet.'

Ook in haar boeken laat ze zien dat kinderen in staat zijn het heft in eigen hand te nemen. Dat ze geen slachtoffer zijn, maar verantwoordelijk voor hun eigen leven. Ze kiest steevast de kant van kinderen, zonder zoetsappig of moralistisch te worden.

De hoofdpersonen in haar boeken, Rosa, Lena, Ezzie, de drieling Sam, Pip en Beer hebben geen van allen een doorsnee leventje. Hun ouders zijn gescheiden/hertrouwd/de kluts kwijt en worstelen vaak met hun eigen problemen. Soms staan de kinderen er erg alleen voor. Er komen stiefouders in beeld, broertjes en zusjes om wie ze niet gevraagd hebben. En dan worden ze ook nog geplaagd door pukkels, vetribbels en liefdesverdriet. Toch blijven ze overeind. Ze nemen hun lot in eigen hand.

Dagboek

Francines jeugd, zegt ze, lijkt op die van Rosa. 'Eigenlijk hebben mijn boeken een autobiografische inslag.' Ze groeide op in een gezin met vier meisjes en een jongen in Laren, in het welgestelde Gooi. Op het eerste gezicht een gezellige jeugd in een fijn huis met een grote tuin. Ontwikkelde ouders die hun kinderen ruimte gaven zich te ontplooien op intellectueel en creatief gebied. Een jeugd van buiten spelen, wandelen in de bossen, tekenen en lezen - een jeugd uit een kinderboek.

'Ja', zegt ze aarzelend. En na enige stilte: 'Nee, dus. Het is allemaal waar, maar het is één kant van het verhaal. Er ging veel mis bij ons thuis. Zoals overal wel, misschien.'

Haar ouders scheidden toen ze 12 was. 'Ik was een van de eerste kinderen in mijn omgeving met gescheiden ouders. Dat was toen nog iets om je voor te schamen. Best pijnlijk.' Van de ene op de andere dag zag Francine haar vader nauwelijks meer, verhuisde ze naar de andere kant van het land en kreeg ze een stiefvader met wie ze niet kon opschieten. Haar moeder had niet veel tijd en aandacht voor haar vijf kinderen. 'Ik was een verlegen, onzeker kind. Mijn dagboek was mijn redding. Ik schreef om te overleven.' Lachend: 'Maar... ik heb er heel veel van geleerd. Door alles wat ik heb meegemaakt, ben ik wie ik ben. A rotten childhood is a writer's goldmine.'

Toen ze halverwege de twintig was ging ze samenwonen; ze kreeg drie kinderen. 'Je denkt: nu ga ik het zelf allemaal anders doen. Ik ga nooit scheiden.' Het gebeurde toch. De geschiedenis herhaalde zich, maar gelukkig niet helemaal hetzelfde.

'Op een gegeven moment werd me duidelijk dat het voor iedereen beter zou zijn om te scheiden. Ik nam me voor het goed te doen. Beter dan mijn ouders het hadden gedaan. In het kleine Limburgse dorpje waar we woonden waren wij zo'n beetje het eerste gezin op de basisschool van mijn kinderen dat uit elkaar ging. Dat was in 1992!'

Ze zocht een huis vlak in de buurt. De vader en zij deelden de zorg voor de kinderen fifty-fifty; de overgang naar het wonen in twee huizen verliep geleidelijk. En vooral: 'We hebben geen ruzie gemaakt waar de kinderen bij waren, ze nooit gedwongen om partij te kiezen. Ik ben eerlijk tegenover de kinderen geweest, op hun niveau. Hun vader en ik hebben nooit kwaad over elkaar gesproken.'

Niets is toeval, weet ze nu. 'Ik denk dat alles wat gebeurt een reden heeft, en dat het de kunst is de mogelijkheden te zien. Elke moeilijke situatie is een kans om te groeien. Je kiest een partner omdat je samen bepaalde items hebt uit te werken. Je loopt samen op een pad. Omdat mensen nu eenmaal veranderen is het mogelijk dat er een tijdje geen gemeenschappelijk pad is; de een wil naar links, de ander naar rechts. Of de een blijft - naar jouw gevoel - stilstaan. Dan kun je je erbij neerleggen, zielig gaan doen, verbitterd raken, verwijten maken of aan de ander gaan sleuren. Niet erg zinvol. Beter dan maar diep ademhalen en je eigen weg te kiezen. Hoe eng dat ook kan lijken. Maar zo eng is het in werkelijkheid nooit.'

Beetje beroemd

Het gaat goed met Francine Oomen en haar kinderen. Vijf jaar geleden verhuisden ze naar een dorpje boven Amsterdam. 'De kinderen waren een beetje zenuwachtig dat ze zouden worden uitgelachen om hun accent, maar dat gebeurde niet. Ze spraken toen met een Limburgse tongval - wat ik niet zo leuk vond - maar die was zó verdwenen. Nu praten ze plat-Purmerends. Haha.'

Nee, haar kinderen hebben er geen last van dat hun moeder een beroemdheid is. 'Ze vinden het wel leuk, geloof ik, dat ik schrijfster ben, en een beetje beroemd. Maar ze vinden het ook heel normaal. Ze zien het gewoon als mijn werk. Uit zichzelf praten ze er niet over.' Haar dochter van 16 is een echte lezer, en haar eerste proeflezer. Haar twee zonen raken alleen gedwongen een boek aan. Tot haar verbazing las haar jongste zoon afgelopen zomervakantie opeens ál haar boeken achter elkaar uit. 'Uit pure verveling', zegt ze lachend. 'Daarna was het meteen weer afgelopen.'

Na haar scheiding heeft Oomen enkele langdurige relaties gehad. Momenteel heeft ze een relatie met een andere schrijver die, ook half-time, vier puberzonen opvoedt.

'In het begin hadden we nog de illusie om samen één groot, gezellig nieuw gezin te vormen. We hebben ons uiterste best ervoor gedaan. Samen op vakantie naar Corsica; kwamen we daar met z'n negenen een restaurant binnenlopen. Het was gezellig, maar ook vermoeiend en ingewikkeld.'

Na een poosje bleek dat de puzzelstukjes samen geen geheel werden. 'Ik trok het niet. Elk gezin heeft zo zijn eigen gewoonten, die schuif je niet zomaar in elkaar. Niet iedereen klikt vanzelf met iedereen. Liefde en vriendschap kun je niet forceren. Wij hebben uiteindelijk besloten om ieder apart te blijven wonen, met onze kinderen. Als die uit huis zijn, kijken we wel weer verder. We zien elkaar niet zo veel als we zouden willen, maar dit is voor iedereen het beste.'

Francine Oomen houdt er dus niet van om met een priemende vinger de schuldige aan te wijzen als het in een relatie 'fout' gaat. 'Schuld bestaat niet. Als mensen niet beter nadenken over hun daden, dan zijn ze daar eenvoudigweg nog niet aan toe. Je verwijt een peuter toch ook niet dat het zijn veters nog niet kan strikken? Alles heeft een reden, ook als het goed fout gaat. Wij kennen het waarom niet altijd; we zien vaak de gevolgen zonder de oorzaken. Wij maken deel uit van een geheel dat te groot is om te overzien. Wij staan midden in het bos.'

Als het personage Lena Lijstje woedend is, loopt ze even weg, om af te koelen. Dan maakt ze een lijstje. Wat kan ze doen: zwerver worden, haar stiefbroertje vergiftigen of haar vader vertellen waarom ze boos is? Zelfs in de rottigste situaties blijken er keuzemogelijkheden te zijn. 'Die lijstjes zijn echt nuttig; ik maak ze ook nog altijd.'

Voor een groot deel, zegt ze, creëert een mens zijn leven zelf. 'Je kunt kiezen: laat ik mij leiden door mijn ego, of niet? Denk ik even na over de gevolgen van iets wat ik doe of zeg, of laat ik mij regeren door blinde emotie?' Na een tijdje doemt het 'waarom' soms wél op: 'Ik had bijvoorbeeld de boeken die ik schrijf niet kunnen maken als ik niet de dingen had meegemaakt die ik heb meegemaakt.'

Negativisme

'Kijk, in een moeilijke situatie heb je twee mogelijkheden: fight or flight. Je kunt zeggen: ik ben gekwetst door wat mijn ouders mij hebben aangedaan, door wat ik heb meegemaakt. Ik heb dus alle recht op slachtofferschap. Ik ben zielig, help me, iemand moet me weer gelukkig maken! Maar daar schiet je geen bal mee op. Wat heb je eraan? Een ander zal nooit voldoen aan je - irreële - verwachtingen, dus word je nog kwader en verbitterder. Waar ik het over heb in mijn boeken, is de weg van overleven naar léven.'

Francine Oomen weet dat het tricky is om te praten over de 'zin' van ziekte, ongeluk, geweld. Hebben sommige mensen niet gewoon botte pech? Is het soms niet heel oneerlijk wat sommige mensen te verhapstukken krijgen? Zijn we niet, in de woorden van W.F. Hermans, overgeleverd aan een 'sadistisch universum'?

Ze is niet bereid dat negativisme te omarmen. 'Alles waarop je aandacht richt, krijgt kracht. De media richten als vanzelfsprekend hun aandacht op het negatieve; op die manier schép je ook een zwart wereldbeeld. Een beetje meer aandacht voor positieve dingen kan geen kwaad.'

Francine Oomen blijft onverdroten positief, optimistisch en vol humor. In haar boeken en in haar leven. 'Zo krijg je meer voor elkaar in de wereld. Ik leef in een goedertieren universum. Dat is mijn keus.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden