Het meest gevoelige lijstje

Op het Binnenhof draait het vooral om naamsbekendheid. Voor CDA'er Bert van Winsen is er dus werk aan de winkel....

Er zijn Tweede-Kamerleden van wie u waarschijnlijk nog nooit heeft gehoord.

Varina Tjon-A-Tjen, Margreeth Smilde.

Er zijn ook Tweede-Kamerleden van wie u, misschien, ooit iets heeft gehoord of gelezen, al weet u echt niet meer waarover dat toen ging.

Eske van Egerschot, Bert van Winsen, Joanneke Kruijsen.

En dan zijn er nog Tweede-Kamerleden van wie u nog nooit heeft gehoord en van wie u, als ze niet uitkijken, ook nooit meer iets gaat horen.

Marleen De Pater-Van der Meer, Ine Aasted Madsen-Van Stiphout.

Het is het meest gevoelige lijstje van politiek Den Haag: de lijst der ultieme backbenchers.

Wie doet er toe en wie niet, is steeds de vraag.

En we zijn het inmiddels gewend in de mediacratie: niet het aantal ingediende moties, amendementen, wetsvoorstellen of schriftelijke vragen bepaalt de moderne Haagse hiërarchie, maar het aantal optredens in de media. Weekblad Intermediair begon ze ooit te tellen, en kreeg sindsdien navolging van velen.

Deze week bereikte ons het eerste lijstje van 2005, aangeleverd door het onderzoeksbureau Trendlight en gebaseerd op het aantal malen dat de politici het afgelopen jaar hun zegje mochten doen in de landelijke dagbladen. Natuurlijk weer met de geijkte toppers: Jozias van Aartsen bovenaan, Wouter Bos op twee en meteen daarna de stralende politieke sterren Geert Wilders en Ayaan Hirsi Ali. Op vijf Boris Dittrich, nog altijd bewonderenswaardig hoog voor de aanvoerder van een zesmansfractie.

Is dat belangrijk? Mwah. Achthonderd keer in de pers of 750 keer, wat maakt het uit? En in het volgende lijstje staat waarschijnlijk weer iemand anders bovenaan. Maar dat ligt toch weer net ietsje anders voor de laagst genoteerden. Naamsbekendheid doet er nou eenmaal toe op het Binnenhof. Wie nooit in de krant staat, loopt het levensgrote risico bij de volgende selectieprocedure te worden vervangen door een jonge ambitieuze partijgenoot met een mond vol soundbites.

Of niet soms, CDA-Kamerlid Bert van Winsen. U staat bijna onderaan. Met slechts drie vermeldingen in de dagbladen!

'Aha, is dat lijstje er weer? Hebben ze niks beters te doen? Tja, dat krijg je als je woordvoerder buitenland bent. Dat scoort niet erg in de kranten. Ik meen trouwens te weten dat ik toch wel wat vaker in de pers was verschenen. Is dat lijstje wel helemaal bijgewerkt? Met kerst was ik als waarnemer bij de verkiezingen in de Oekraïne. Daar had ik nog een paar journalisten aan de lijn.'

'Ja, klopt dat lijstje wel?', vraagt ook Ine Aasted-Madsen-Van Stiphout (CDA). Zij staat, volgens Trendlight, strak onderaan, met slechts één vermelding. 'Dat kán niet kloppen. Ik moet echt gestegen zijn. Wacht, ja hier, een hele stapel artikelen. Tellen tijdschriften ook mee?'

En inderdaad, leert nader onderzoek: Ine Aasted-Madsen haalde in 2004 zeker twaalf keer de landelijke pers. Foutje van de onderzoekers. Komt door die ingewikkelde achternaam.

Gefeliciteerd, mevrouw Aasted. Twaalf vermeldingen!

'Ja, dankuwel. Het is nog steeds niet erg veel hè? Maar ik wist wel dat ik het beter had gedaan. Natúúrlijk is het belangrijk. Wat ben je voor politicus als je nooit eens genoemd wordt? Dan zegt zo'n partij na vier jaar toch ook: wat doe je hier?'

Dus nóg harder er tegenaan in 2005? 'Nou, jullie moeten ook een beetje meewerken hè. Ik doe bijvoorbeeld de debatten over zorgleerlingen. Maar daar schrijven jullie niet over. Ja, over een paar jaar, als het criminelen zijn geworden. Maar daar he¿ik niks aan, want daar gaat bij het CDA weer iemand anders over.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.