'Het machtigst is het woordenboek'

Aan een klassieke politiefilm dacht Corneliu Porumboiu – lid van ‘de nieuwe Roemeense golf’ filmmakers. Maar na veldonderzoek werd zijn Police, Adjective juist een anti-detective, met lummelende politieagenten....

‘Het dagelijks leven is vaak absurd’, vindt Corneliu Porumboiu. En als iemand oog heeft voor het absurde, is het Porumboiu wel. In zijn tweede speelfilm legt de Roemeense regisseur en scenarioschrijver met veel geduld en precisie de ongerijmdheden in de Roemeense samenleving bloot. Police, Adjective gaat over een politieagent die een tiener moet schaduwen. Een nutteloze klus, zo ontdekt de agent al snel, maar zie er maar eens vanaf te komen.

Porumboiu (1975) was eigenlijk van plan een klassieke politiefilm te maken. In de eerste versie van zijn scenario, vertelt hij tijdens een interview in Amsterdam, stond het detectivewerk op de voorgrond. Dat veranderde toen hij zich op de research stortte. In het provinciestadje Vaslui, waar Porumboiu opgroeide en waar zijn film zich afspeelt, hebben agenten niet zo gek veel te doen.

‘Ik ontdekte dat ze heel veel tijd doorbrengen met wachten’, zegt Porumboiu. ‘De bureaucratie is indrukwekkend; elke handeling wordt vastgelegd in een verslag. Ik besloot me meer te richten op non-actie dan op actie. Dat past ook beter bij het verhaal dat ik uiteindelijk wilde vertellen.’

Zo werd Police, Adjective een soort anti-detective: het draait niet om de ontknoping, maar om de kronkelige, met dode tijd gevulde weg ernaartoe. De jonge, pasgetrouwde agent Cristi trekt geen enkele keer zijn pistool. In plaats daarvan raakt hij verwikkeld in filosofische, taalkundige discussies.

In al zijn eenvoud – Porumboiu gebruikt lange takes en legt veel schijnbaar onbelangrijke details vast – toont Police, Adjective een complex probleem. ‘Cristi doet zijn werk met plezier, maar hij is eenzaam, en hij raakt in conflict met zijn geweten’, zegt de regisseur. ‘Hij is op zoek naar de betekenis van zijn werk, naar zichzelf en zijn plaats in de wereld.’

In het hedendaagse Roemenië, twintig jaar na de val van dictator Ceausescu, betekent die zoektocht ook een zoektocht naar moreel houvast. De repressieve regels van het communisme waren helder. Na december 1989 kwam daar de onzekere chaos van het ontluikende kapitalisme voor in de plaats: een moreel vacuüm met een verlammend gebrek aan richting.

Porumboiu: ‘Er is geen ideologie voor het communisme in de plaats gekomen, en dat zorgt voor verwarring. Geen enkele politieke partij heeft nog een langetermijnvisie; alles draait om het oplossen van problemen op korte termijn. Veel mensen houden zich nu vast aan religie, zonder dat ze echt gelovig zijn. En anderen, zoals de politiechef in mijn film, denken dat ze zelf voor God kunnen spelen.’

De politiechef raakt met Cristi in conflict over de zaak van de tiener, die verdacht wordt van het dealen in marihuana. Cristi vindt geen bewijs – de jongen is slechts een gebruiker, die zijn joints deelt met zijn vrienden. Maar ook dat is verboden in Roemenië. En hoewel Cristi de wetgeving achterhaald vindt en onverenigbaar met zijn geweten, houdt zijn chef hem voor dat hij wet naar de letter moet volgen.

Er komt een woordenboek aan te pas om de discussie te beslechten. ‘Zoek ‘politie’ op’, beveelt de chef. In een beklemmende scène, even humoristisch als cynisch, blijkt het Roemeense woordenboek geen onpartijdig naslagwerk, maar een moreel wapen.

Porumboiu kwam op het idee voor de scène na het zien van soortgelijke situaties op de Roemeense televisie. ‘Ik heb echt gezien dat mensen conflicten wilden oplossen met een woordenboek. En dan gaat het alleen om de betekenis van woorden, niet om de concepten die erachter zitten. Er is blijkbaar geen hogere autoriteit meer in Roemenië dan het woordenboek, en dat is absurd.’

Dat taal zo’n belangrijke rol speelt in zijn film is geen verrassing. Ook in Porumboiu’s speelfilmdebuut, het wrang-geestige 12:08 East of Bucharest (2006), draaide het al om de betekenis van een woord. De hamvraag van die film – vond er in 1989 in het stadje Vaslui wel of niet een revolutie plaats, vóór het tijdstip dat Ceausescu in Boekarest werd afgezet? – kwam volgens de regisseur voort uit het valse gebruik van het woord ‘revolutie’.

Porumboiu: ‘Ik geloof niet in dat woord. Door dat woord dachten we dat alles zou veranderen, dat alles op magische wijze de volgende dag compleet anders zou zijn. Het was een romantisch idee. En natuurlijk was de overgang heel anders dan we verwachtten. We leefden niet van de ene op de andere dag in een soort Amerika – in plaats daarvan raakten mensen verloren in een overgangsperiode, die nog altijd voortduurt.’

Net zoals het woord ‘revolutie’ veel problemen veroorzaakte, is het in Police, Adjective het woord ‘geweten’ dat voor hoofdbrekens zorgt. ‘Het begon ermee dat ik vijftien vrienden mailde met de vraag hoe zij ‘geweten’ zouden definiëren’, vertelt Porumboiu. ‘Ik kreeg vijftien totaal verschillende antwoorden, dus dat zette me aan het denken. Het vormde zo’n tegenstelling met de gortdroge, precieze taal van politieverslagen, die ik erg fascinerend vind.’

Het gebruik van het woordenboek verklaart ook de titel van de film. In het Roemeens kan het woord ‘politie’, zo ongeveer als het Nederlandse ‘detective’ zowel naar een persoon verwijzen als naar een genre. Police, Adjective is daarmee een letterlijke verwijzing naar het genre van de politiefilm. Een genre waarvan de regisseur alle regels doorbreekt – omdat hij woorden belangrijker vindt dan actie.

‘Ik weet niet waar mijn obsessie voor taal vandaan komt’, zegt Porumboiu. Vroeger was ik heel slecht in taal, ik hield meer van de precisie van wiskunde. Het zal genetisch bepaald zijn. Mijn moeder is lerares Roemeens; ze heeft me geholpen bij de taalkundige zaken in het scenario. In ieder geval ben ik sinds ik scenario’s ben gaan schrijven, gegrepen door woorden.’

De secure wijze waarop hij een vaak rommelige realiteit weergeeft, deelt Porumboiu met zijn Roemeense collega’s, die net als hij internationaal aan de weg timmeren. Sinds een jaar of acht is de Roemeense cinema aan een opmerkelijke opmars bezig. Films als The Death of Mr. Lazarescu (Cristi Puiu, 2005), 4 Months, 3 Weeks & 2 Days (Cristian Mungiu, 2007), The Way I Spent the End of the World (Catalin Mitulescu, 2006) en Porumboiu’s eigen 12:08 East of Bucharest haalden stapels internationale prijzen binnen, en nog steeds worden ieder jaar nieuwe Roemeense films geselecteerd voor de belangrijkste filmfestivals.

Porumboiu vindt het niet vervelend om altijd in één adem genoemd te worden met zijn collega’s. De ‘nieuwe Roemeense golf’ is geen formele beweging en de films zijn onderling zeer verschillend, maar de regisseur kan niet ontkennen dat er ook overeenkomsten zijn. ‘Natuurlijk, we zijn van dezelfde generatie. We zijn allemaal opgegroeid in de jaren van de communistische terreur. Ik was 14 toen de zogenaamde revolutie plaatsvond, de meeste van mijn collega’s waren iets ouder – 18, 19 jaar. We zagen in onze jeugd bijna geen films. Veel buitenlandse films waren verboden, Roemeense films waren vooral propagandafilms, er was alleen staatstelevisie. Op de literatuur na was het een dorre cultuur.’

Ze vertegenwoordigen het beste van twee werelden, wordt wel eens beweerd over de generatie van nieuwe Roemeense filmmakers, geboren tussen 1965 en 1975. Maar volgens Porumboiu zijn er weinig voordelen verbonden aan zijn geboortejaar. ‘Ik zou ons eerder een verloren generatie noemen. Heel veel leeftijdgenoten zijn in de jaren na de revolutie, toen de omwenteling zo langzaam bleek te gaan, vertrokken naar het buitenland. In de politiek zijn we nauwelijks vertegenwoordigd, het is of we van de radar zijn geraakt. We zijn verdwenen tussen de oude garde en degenen die zich het communisme haast niet herinneren.’

Verloren of niet, voor de filmkunst is Porumboiu’s generatie een zegen. ‘Toen wij naar de filmacademie gingen, was er nauwelijks een filmindustrie’, vertelt de regisseur. ‘Na 1989 werden er tien jaar lang maar een of twee films per jaar gemaakt, voornamelijk door de oude garde, die binnen de culturele sector nog steeds de dienst uitmaakte. Wij wilden niet dezelfde dingen doen als onze voorgangers.’

De films van de Roemeense golf gaan over gewone mensen, de stijl is uiterst realistisch. Ze spelen niet altijd in het verleden, maar de dictatuur hangt als een schaduw over de verhalen. Logisch en gezond, vindt Porumboiu: ‘Wanneer politici er niets mee doen, zijn dit soort films nodig om om te gaan met het verleden. Tegelijkertijd zijn het films die volgens mij de specifieke geschiedenis overstijgen, die universeel zijn.’

Porumboiu herinnert zich dat hij op de filmacademie strijd moest leveren met zijn docenten, die de karakters in zijn films niet interessant genoeg vonden. ‘Er moest altijd veel drama aan te pas komen. Maar ik wilde films maken over mensen die ik kende, met levens waarin niet zoveel gebeurde. Ik vind antihelden interessanter dan echte helden.’

Zo kwam de regisseur uit in Vaslui, waar hij tot zijn negentiende woonde. Een stadje met 70 duizend inwoners in het armoedige, enigszins achtergebleven noord-oostelijke deel van Roemenië. Hij nam er een korte film op en zijn beide speelfilms. Een troosteloze indruk maakt de stad, met zijn grijze woonflats en betonnen pleinen. Waarom hij er steeds terugkeert? ‘Het is een wereld die ik goed ken’, zegt de regisseur, die toegeeft dat hij Vaslui niet op zijn mooist portretteert. ‘Er zijn ook wel parken, maar ik heb een probleem met bomen. Ik hou van geometrische vormen, dus ik film rechte straten en vierkante gebouwen.’

‘Ik hou van die straten, het zijn de straten van mijn jeugd. Ik hou ook van het provincialisme, van de dromen die erbij horen en de tragiek. Ik voel me verbonden met de verhalen van mensen als de politieagent Cristi, of de onderwijzer in 12:08 East of Bucharest. Misschien omdat ik zelf ook een beetje zo ben.’

Daarbij, zegt Porumboiu, een film als Police, Adjective zou zich nooit in de grote stad af kunnen spelen. ‘De politie in Boekarest heeft toch echt wat beters te doen dan achter een hasj rokende tiener aan te gaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden