Het Luik van gebraad en pékèt

De pauw past precies in zijn ijzeren kooitje. Of eigenlijk: helemaal niet, want de veren waarmee hij geacht wordt te pronken, zijn gehalveerd....

Wie overweegt een kinderboerderij te beginnen, kan hier, aan de Quai sur Meuse, zijn starterspakket samenstellen. Sierduiven, kippen en eenden staan opgesteld tussen de kramen van de kaasboer en de worstenhandel. Iets verderop zijn Vlaamse reuzen, varkentjes, hangbuikzwijntjes, parkieten en cavia's in de aanbieding. Kopers krijgen hun beestjes mee naar huis in een kartonnen doos, touw eromheen, veel succes ermee.

Luik heeft geen pretenties, al is alleen al aan de vele kerken en het immense prinsbisschoppelijk paleis op de Place Saint-Lambert te zien hoe welvarend en voornaam de stad ooit is geweest. De heraanleg van het statige plein duurt overigens al tientallen jaren. Het is bijna, bijna klaar.

Hier ligt ook het intieme Place du Marché, met het voorname stadhuis dat de Luikenaars vanwege zijn kleur liefkozend La Violette noemen. Hier vind je in de brasseries nog dametjes in sleetse bontjassen. Gesoigneerd drinken ze hun koffie, onder het keuvelen gestadig controlerend of hun permanent nog wel goed zit.

Aan gene zijde van de Maas tref je geen bontjassen maar bakkebaarden: kerels die zo kunnen meedoen in een speelfilm over de Waalse staalindustrie. Hun haar, vet van de pommenade, zit strak naar achteren gekamd. Om in Outremeuse te komen, moet je eerst de voetgangersbrug oversteken of de oudere Pont des Arches. Het is een andere wereld.

'De Pont des Arches verdween zowat in de nevel als verzwolgen door de mist', schreef George Simenon als 16-jarige verslaggever van de Gazette de Liège. Alleen al de straatnamen klinken hier als pure poëzie. Rue des Récollets, Rue Jean d'Outre Meuse, Rue Puits-en-Sock. . .

'Er zijn veel van die schooiers in die buurt', aldus Simenon. 'Tussen de kerk van Saint-Nicolas en de Rue Puits-en-Sock, in de smalle straatjes waar je door loopt als je haast hebt, zie je bijna niets anders, vuile meisjes die geen broekje aan hebben en op de rand van de stoep zitten met hun benen wijd uit elkaar, baby's met een loopneus, met eigeel om de mond, jongens die voorbijgangers voor de voeten lopen, met stenen gooien en zo hard gillen dat je trommelvlies er haast van scheurt.'

Vele decennia later gaat het er hier beschaafder aan toe. Maar wie in de schemering door zijn oogharen kijkt, kan zich Simenons Outremeuse inbeelden. In de Rue des Récollets ruikt het naar haardvuur en vleesgebraad. De meeste rolluiken zijn, naar oud-Belgisch gebruik, al omlaag. Boven de huisdeuren hangen vitrinekasten met grote Mariabeelden.

De 'vrije republiek' Outremeuse, ooit de wijk van de wevers en leerlooiers, eert zijn beroemdste zoon waar ze maar kan. Een borstbeeld van Simenon (1903-1989) is er neergeplant, een straat en een jeugdherberg zijn naar hem vernoemd. Een hotel dat de erven weigerde te betalen voor gebruik van hun naam, doopte zichzelf onlangs om in 'Si Mais Non'.

Maar de schrijver deelt zijn verering in het rommelige Outremeuse met Tchantchès (Waals voor François of Frans) geboren in 760, wapenbroeder van Roeland, die op zijn beurt een neef was van Karel de Grote. Tchantchès, met zijn folkloristische kiel, klompen en geruite sjaal, is de lokale Jan Klaassen. Ook hij heeft een standbeeld.

Tchantchès dronk als baby al liever peket dan melk, zo wil de overlevering. Deze streekjenever is in Luik nog steeds geliefd, al verschillen de kasteleins anno 2005 met elkaar van mening over de juiste spelling: pékèt, peket of pekêt.

Als je eenmaal oog krijgt voor de details die Luik mooi maken, begrijp je beter waardoor Simenon werd geïnspireerd. 'In mijn romans vind je altijd Luik terug, ook al speelt het geheel zich af in Nantes of in Charleroi', bekende hij.

Opeens begrijp je hoe Simenon, met al die indrukken, zo'n veelschrijver werd. Met die pauw op de zondagsmarkt had hij wel raad geweten. Soms leverde hij wel een boek per week af.

'Ik verveel me', zou Simenon eens op een ochtend tegen zijn vrouw hebben gezegd.

'Dan schrijf je toch een nieuw boek?', reageerde ze.

'Misschien', antwoordde hij gelaten. 'Maar wat moet ik dan vanmiddag doen?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden